Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Interview met Susan Akram

“De westerse politici moeten Israel nu dwingen internationale verdragen te respecteren.”

Interview met de Amerikaanse hoogleraar Susan Akram van de Universiteit van Boston. Zij is een van de meest vooraanstaande deskundigen op het gebied van de rechten van Palestijnse vluchtelingen.

‘Er bestaat een goed geoliede pro-Israel propagandamachine die “feiten” heeft gecreëerd die erg weinig te maken hebben met de werkelijke historische of juridische feiten. De propaganda is zo doeltreffend geweest dat zelfs deskundigen zich tot het uiterste moeten inspannen om buitenstaanders te informeren over de historische en juridische waarheid. Eerst moet namelijk de propaganda worden weerlegd, wat buitengewoon moeilijk is aangezien die zo diep verankerd is. En pas dan kan men vanaf een absoluut nulpunt de archeologische, historische en juridische feiten geven waarop de Palestijnse rechten gebaseerd zijn. Wat simpele feiten zijn voor degenen die zich in dit onderwerp verdiept hebben, zijn eigenlijk precies het tegenovergestelde van wat de meeste mensen geloven. De meerderheid meent dat de Palestijnen het probleem hebben geschapen, dat die land willen veroveren dat van de joden is. Hoeveel mensen zijn er niet die rotsvast ervan overtuigd zijn dat Palestina een grote woestijn was en dat de joden de woestijn hebben laten bloeien, en dat de joden historisch gezien recht hebben op het land vanwege een of andere ononderbroken mythische band? Hoewel dit archeologisch nog steeds niet kan worden aangetoond is toch een heel volk, dat wel een aantoonbare ononderbroken relatie met het land heeft, geterroriseerd en grotendeels verdreven. En nu moeten de Palestijnse vluchtelingen bewijzen dat ze recht hebben op hun eigen land, terwijl de rest van de wereld gelooft dat de mensen die deze ononderbroken band niet hebben de rechtmatige eigenaren zijn. Zo effectief is de propaganda geweest. Zodra men de historische feiten serieus onderzoekt dan blijkt al snel dat er sprake is geweest van een gezamenlijke poging van de belangrijkste zionistische intellectuelen van het eerste uur om een geschiedenis te fabriceren voor de joods-Israeli’s. Daarbij werden feiten verdraaid, genegeerd of zelfs verzonnen. Een van de uitstekende boeken waarin dit proces wordt geanalyseerd is Sacrificing Truth: Archeology and the Myth of Masada, van de Israelische socioloog Nachman Ben-Yehuda. Deze geleerde van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem laat zien hoe in dit geval de meest bekende Israelische archeoloog, Yigael Yadin, tijdens de opgravingen in Masada alles behalve professioneel te werk ging. Yadin, die in 1948 als generaal de etnische zuiveringsacties leidde, verdraaide de werkelijkheid om de “Israëli’s een vervalst historisch heldenverhaal te verschaffen,” zo concludeert Ben-Yehuda. Archeologische ontdekkingen werden terzijde geschoven omdat die de mythe over deze zogenaamde “dappere groep joodse krijgers in Masada” niet ondersteunden. De officiële bevindingen toonden iets compleet anders aan over de Romeinen en de fundamentalistische Masada sekte dan de verzonnen versie propageerde. Het is een van de talloze voorbeelden van de bewuste mythevorming door vooraanstaande Israelische geschiedkundigen.’

De joods-Israelische geleerde Benjamin Beit-Hallahmi, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Haifa, schrijft in Original Sins, Reflections on the History of Zionism and Israel hoe ‘‘het zionisme een directe continuïteit claimt met de sporen van joodse soevereiniteit in de oudheid, en met de tragische opstanden tegen de Romeinen die allemaal mislukten.’’ Om die continuïteit van heldhaftigheid te ondersteunen, moest de werkelijke geschiedenis geweld worden aangedaan. Zo moest “1745 jaar uit de collectieve herinnering worden uitgewist, een zwart gat,’’ en wel omdat “het zionistische concept van de joodse geschiedenis een verdeling [kent] in verschillende periodes. De joodse geschiedenis is verdeeld in perioden van activiteit en heldendom (de geschiedenis van de oudheid en het moderne zionisme, vóór 135 van onze jaartelling, toen de laatste opstand tegen de Romeinen eindigde, en na 1880, toen de Zionistische kolonisatie van Palestina begon), én de lange periode van onderwerping en passiviteit.” De zionisten keken neer op de levenshouding van de joden in de diaspora, de nieuwe joodse identiteit moest gebaseerd zijn op de joodse rebellen uit de oudheid, die weliswaar een geweldige tragedie hadden veroorzaakt, maar desondanks - in de ogen van de zionisten - dappere nationalisten waren. “Dus werd Bar-Kochva, de leider van de tweede opstand, de directe voorganger van de nieuwe joodse krijgers van de twintigste eeuw. Het judaïsme van de rabbijnen beschouwde Bar-Kochva als een valse Messias die een holocaust had veroorzaakt. Hij werd niet herdacht in de diaspora en kinderen werden nooit naar hem genoemd. Het seculiere zionisme was daarentegen bereid hem zonder aarzeling te omarmen, en op Israelische kleuterscholen zingt ieder kind over zijn heldenmoed.” Een nog belangrijker “symbool van het nieuwe nationalisme is Masada, een fort in de woestijn nabij de Dode Zee, waar, tussen 70 en 73 van de jaartelling… een bende rebellen,” zich verschansten en volgens de geschriften van de joodse historicus en tijdgenoot Josephus Flavius uiteindelijk zelfmoord pleegden om zich niet te hoeven over te geven, in totaal 960 mannen, vrouwen en kinderen. Er moet daarbij sprake van dwang zijn geweest, niet alleen omdat kleuters geen zelfmoord plegen, maar ook omdat twee vrouwen en vijf kinderen zich in een cisterne verborgen waardoor ze aan het bloedbad wisten te ontsnappen. Josephus Flavius beschrijft de rebellen als religieuze terroristen. Toen ik lang gelden in een gesprek met wijlen professor Israel Shahak, die Bergen Belsen had overleefd, alleen nog maar het woord Masada had uitgesproken, reageerde deze mensenrechtenactivist als door een bij gestoken: “Masada is een ramp. Ik was al tegen die hele Masadamythe toen ik nog een zionist was, omdat ze terroristen waren, die joodse leiders vermoordden. Ze waren als de islamitische Jihad. De verdedigers van Masada kwamen uit een sekte voort, de Sicarii, die joodse tegenstanders op straat met een speciaal mes om het leven brachten. Na de opstand van de joden tegen de Romeinen probeerden ze het bevrijde Jeruzalem in hun macht te krijgen, maar de joodse burgers van de stad vermoordden hun leider en verdreven zijn aanhangers. Ze vluchtten naar Masada en tijdens hun verblijf in dat fort bleven ze in leven door het beroven van hun mede-joden in de directe omgeving. Deze misdadige zeloten tot helden uitroepen is voor mij iets weerzinwekkends.” Desondanks leggen vandaag de dag Israelische militairen van pantsereenheden in Masada de eed van trouw aan de joodse staat af met de woorden: “Masada zal nooit meer vallen.” Beit-Hallahmi schrijft: “2000 jaar lang hoorden de joden niets over Masada. Rabbijnse bronnen stonden vijandig tegenover de rebellen. Zij zagen de opstand als een daad van godslastering en stupiditeit die leidde tot de vernietiging van de Tempel in Jeruzalem. Een massa zelfmoord kon zeker niet vergeven worden door joodse autoriteiten. De legende van Masada werd opgepakt door het seculiere zionisme in de twintigste eeuw. Niet de zelfmoord maar de strijd werd het voorbeeld voor inzet: ‘Masada zal nooit meer vallen’ is de Israelische strijdkreet gebleven.”

1 | 2 | 3 | 4