|
Het lijkt alsof de westerse politici blind zijn voor de ware problemen. De ontwikkeling van de technologie, de globalisering en de bevolkingsexplosie hebben de situatie in de wereld fundamenteel veranderd. De toekomst van onze planeet staat op het spel. Ik heb een jaar in Egypte doorgebracht om er te doceren aan de Amerikaanse Universiteit in Cairo. Ik werd geconfronteerd met een enorme werkloosheid onder jongeren, het officiële percentage is 20 procent, maar iedereen daar gaat er vanuit dat het tenminste het dubbele is. 80 miljoen mensen wonen er op een klein lapje grond, elke 8,5 maand komen er 1 miljoen baby’s bij. Eenderde van de inwoners is jonger dan 14 jaar. Officieel leeft 20 procent van de mensen er onder de armoedegrens maar in werkelijkheid ligt dat percentage veel hoger. Het gemiddelde inkomen is er nog geen éénzesde van het gemiddelde inkomen in West-Europese landen. Waar we het over hebben is een ongelooflijk jonge bevolking met niets anders dan frustraties en geen enkele hoop op een redelijke toekomst. Het is een tijdbom die op het punt staat te exploderen. Iedereen in Egypte weet dat het slechts een kwestie van tijd is. En dit geldt voor de hele regio waar zo’n 300 miljoen Arabieren wonen. Ik heb ook in Saoedie Arabië geleefd en gewerkt en weet uit eigen ervaring dat de Saoedische machthebbers uiterst behoedzaam te werk moeten gaan omdat de bevolking het huidige politieke beleid verafschuwt. Des te meer Washington toegeeft aan de Israëli’s des te moeilijker het is voor de Saoedische regeringen om hun bevolking in bedwang te houden. De enige mogelijke uitkomst is gewelddadige uitbarstingen en een escalatie van het terrorisme. Er bestaat geen enkele kans op een vreedzame oplossing van de problemen en op het respecteren van het internationaal recht. Ik doceer recht aan jonge mensen en ik merk zelf hoe er ook in de Verenigde Staten een grote scepsis bestaat. De meest voorkomende vraag die ik krijg is: wat voor zin heeft het internationaal recht nou eigenlijk? Die vraag is niet zo verbazingwekkend, want onze president en onze politici tonen geen interesse in het handhaven van verdragsverplichtingen zodra het niet uitkomt. Ze zijn druk bezig met het negeren en saboteren van internationale verplichtingen en halen hun neus op voor alle internationale instituten. De meeste Amerikaanse politici hebben lak aan de internationale gemeenschap, aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad die ze met hun vetorecht al decennialang domineren. Het gevolg is dat mijn studenten me vragen waarom ze internationaal recht moeten studeren. Ze zien het nut er niet van in. Het leren over ons staatsrecht vinden ze prima, omdat ze merken dat er een zeker respect bestaat voor de wetten die onze eigen samenleving ordenen. Maar omdat het internationaal recht geen rol speelt in de Amerikaanse politiek is voor mij bijzonder moeilijk om studenten ervan te overtuigen dat het internationaal recht wel degelijk relevant is. De meeste jongeren in het Westen worden op geen enkele manier geconfronteerd met de dreiging van terrorisme en daarom zien ze dit ook niet als een bedreiging van hun toekomst of van hun levensstijl. Het is een bedreiging die te ver van hun bed af lijkt te liggen, ze gaan ervan uit dat onze regering goed bezig is met “de oorlog tegen het terrorisme” die ergens ver weg buiten onze grenzen wordt gevoerd. Ze zien niet in dat het een race tegen de klok is geworden, dat de buitenwereld drastisch aan het veranderen is. Ze leven in een cocon, de overgrote meerderheid van mijn studenten op de Universiteit van Boston willen in het weekeinde leuk uitgaan en op grote advocatenkantoren werken waar het beginsalaris zeker 100.000 dollar per jaar is. Hun waarden gaan niet verder dan het vergaren van een fortuin. Alleen een minderheid wil iets anders, streeft naar veranderingen, willen een loopbaan die niet exclusief bepaald wordt door geld. Het is een handjevol jongeren dat vaak uit een milieu komt dat dezelfde waarden heeft, het zijn de kinderen van de kinderen van de jaren zestig. Ikzelf ben het product van een internationale opvoeding. Ik groeide op in Azië en heb volstrekt ander scholing gehad dan mijn kinderen in de Verenigde Staten krijgen. Het onderwijs waaraan mijn dochter van 14 jaar is blootgesteld, ervaar ik als ronduit schokkend. Ze moest als 8-jarige ervoor knokken om in haar klaslokaal niet de eed van trouw te hoeven af te leggen. Haar lerares was ontsteld dat mijn dochter weigerde elke dag weer haar hand op haar hart te leggen en de eed van trouw aan de Amerikaanse vlag op te zeggen. Het is een ware strijd voor haar en ons gezin geweest om de school duidelijk te maken dat wij geen nationalisten of patriotten zijn op de manier zoals het onderwijs voorschrijft. Wat voor een boodschap geeft men een jong kind als het niet mag weigeren de eed van trouw af te leggen of tijdens een project over Amerikaans patriottisme geen spreekbeurt mag houden over de inheemse bevolking, de Indianen? Er is iets fundamenteel fout in het Amerikaans onderwijs. Het geeft nauwelijks enige ruimte voor alternatieve zienswijzen, voor bijvoorbeeld de Howard Zinn beschrijving van de Amerikaanse geschiedenis, die het perspectief geeft van de onderdrukten, de slachtoffers van het systeem. En daardoor wordt ook de hun kijk op de Amerikaanse buitenlandse politiek en hun houding tegenover het internationaal recht sterk gekleurd.
Terwijl de problemen in de wereld steeds urgenter worden zien sommige van onze meest prominente intellectuelen, onder wie bijvoorbeeld Noam Chomsky, een terugkeer van het fascisme. Door de wetten die recentelijk zijn aangenomen zie ook ik als jurist een beangstigende ontwikkeling naar fascisme toe. Ik heb er al vóór 11 september 2001 over geschreven, nog voordat de Patriot Act door de Senaat werd gesluisd, overigens met slechts één stem tegen, let wel één stem, die van senator Russsel Feingold. De leden van het Huis van Afgevaardigden hadden slechts 30 minuten tijd om de 315 pagina’s tellende Patriot Act in te kijken voordat de wet in stemming werd gebracht en zonder enig debat werd bekrachtigd. En die wet heeft ingrijpende consequenties, de opsporingsinstanties in de VS heeft nu verregaande bevoegdheden bij het schaduwen van burgers, die om wat voor reden ook verdacht worden van iets. Zoals gezegd, dit proces is al langer aan de gang. Al in de tijd van president Bill Clinton werd steeds meer repressieve wetgeving aangenomen, waarbij bijvoorbeeld geheime getuigenverklaringen werden geaccepteerd en de macht van de politie, het openbaar ministerie, de inlichtingendiensten almaar toenam. Huiszoekingen en in beslag names zijn nu mogelijk geworden zonder een officiële machtiging, dus in feite zonder controle. Het staatsapparaat begint oppermachtig te worden. Talloze fundamentele burgerrechten zijn ongedaan gemaakt. De vraag is hoe wij meer van de gemiddelde Amerikaan kunnen verwachten als zelfs de eigen politici niet eens de meest verstrekkende wetsontwerpen lezen? Ik vrees ook voor de toekomst van de Amerikaanse republiek.
Een van de belangrijke redenen waarom Amerikaanse politici zich niets hoeven aan te trekken van de consequenties van hun beleid in bijvoorbeeld het Midden Oosten is het feit dat de samenleving gefragmenteerd is geraakt. Het kapitalisme in het hele Westen is op hol geslagen, er zijn geen remmen meer, het is overduidelijk dat de grote concerns de macht in handen hebben en niet de gemeenschap in haar geheel. Er bestaan geen vangnetten voor de armen, het ideologische onderwijssysteem heeft de Amerikanen ingeprent dat mensen arm zijn omdat ze te lui zijn om te werken, dat de winnaars altijd gelijk hebben en de verliezers altijd ongelijk. Er bestaat geen gevoel dat rijkdom verplichtingen met zich meebrengt, dat je in een gemeenschap ervoor dient te zorgen dat mensen niet op straat hoeven te leven. Er zijn meer dan een miljoen daklozen in de Verenigde Staten, 47 miljoen Amerikanen kunnen zich geen ziektekostenverzekering permitteren. 1 procent van de Amerikaanse bevolking, de allerrijksten, bezit meer dan 40 procent van de rijkdommen van het land. De helft van de kiesgerechtigden stemt al vele decennia niet meer, omdat men ervan doordrongen is dat de ware machtsverhoudingen onveranderd blijven. En toch wil de doorsnee Amerikaan deze feiten niet onder ogen zien en blijft hij in de mythe van het onbehouwen individualisme geloven waarbij men zoveel mogelijk geld uit de ander perst. Geld is de Amerikaanse religie, geld is de hoogste waarde in zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek, en geld drijft het Amerikaanse beleid in het Midden Oosten. Israel is slechts een pion in het grote geopolitieke spel. De neoliberale ideologie zien we ook in Europa steeds meer veld winnen. Ook hier zien we de sociale voorzieningen stukje voor beetje afbrokkelen, ook hier dreigen de Amerikaanse ontwikkelingen tot het uiterste te worden doorgevoerd en de Europese Unie werkt daar aan mee. Het los geslagen kapitalisme is onbeheersbaar geworden, de democratie heeft er geen greep op en ondertussen groeit de kloof tussen arm en rijk in de wereld en de dreiging van grootschalig geweld en terrorisme. Voor mij is dat niet zo moeilijk om te zien, ik kom uit een vluchtelingenfamilie, op een bepaalde manier ben ik een buitenstaander die naar binnen kijkt. Ik kan alleen hopen dat het onderwijs niet langer meer bepaald wordt door een elite, waardoor er ruimte komt voor onderricht in fatsoenlijke waarden, menselijke waarden. Ik bedoel, aan de rechtenfaculteit worden geen waarden en ethiek onderwezen, er wordt alleen les gegeven over de regels van beroepsverantwoordelijkheid, maar niets over morele waarden. En toch is dat broodnodig. We zouden anders moeten gaan denken over bijvoorbeeld begrippen als grenzen en soevereiniteit, grenzen zijn er alleen voor de armen en nooit voor de rijken. Er bestaat geen elektrisch beveiligd hek langs onze noordelijke grens met Canada, maar wel tussen de Verenigde Staten en Mexico, we willen de armen buiten houden, zeker niet de rijken.
1 | 2 | 3 | 4
|