|
Het beeld van het geweld in het Midden Oosten wordt door de massamedia zo opgeschoond dat de enige mensen die zien wat er gebeurt soldaten zijn. De meeste Amerikanen zijn volledig afgesloten van de realiteit van een oorlog, ze weten niets van wat er zich daadwerkelijk in Irak en Afghanistan afspeelt en al helemaal niets van de wijze waarop de Israëli’s in bezet gebied tekeer gaan. Het moorden zien ze niet, zoals vroegere samenlevingen dit wel zagen toen het nog voor hun voordeur gebeurde. Daarom is goed onderwijs zo belangrijk. Het internationaal recht kan worden ingezet tegen politici die zich niet aan verdragen, afspraken en regels houden. De pers kan daarbij een doorslaggevende rol spelen. Journalisten met hun internationale netwerken hebben de mogelijkheid om informatie te verspreiden die mensen bewust maakt van de situatie elders. Zij kunnen dissidenten aan het woord laten en zo een tegenwicht bieden aan de overheersende propaganda en mythevorming zodat een alternatief debat mogelijk wordt. Mensen zullen daar naar luisteren omdat de waarheid altijd een enorme aantrekkingskracht heeft. Wanneer ik waar dan ook een lezing geef en de mythe tegenover de werkelijkheid plaatst, dan valt het me telkens weer op hoe de aanwezigen naderhand naar me toe komen met de opmerking: ‘’Ik wist dit allemaal niet. Waar kan ik meer hierover te weten komen?” De media zijn een uiterst machtig instrument, dat vaak ten nadele van de mens gebruikt wordt, maar ook ten voordele van de mens kan werken. Door degelijke informatie te verstrekken wordt de positie van de burger versterkt. Eén ding is duidelijk. Overheden vinden het vreselijk wanneer hun hypocrisie publiekelijk aan de kaak wordt gesteld. Niets is voor hen erger dan aan te tonen dat hun activiteiten indruisen tegen het internationaal recht. Dat geldt helemaal voor de Nederlandse regering, aangezien hier in Den Haag het Internationaal Gerechtshof is gevestigd en het Internationaal Strafhof, en hier belangrijke internationale verdragen zijn gesloten. Deze feiten geven burgers een uitstekend argument om hun eigen regering ter verantwoording te roepen, want hoe kan een kabinet het internationaal recht schenden terwijl in het eigen land internationaal recht wordt gemaakt waarvan verwacht wordt dat de rest van de wereld daaraan zal gehoorzamen? Hoe kan een regering van een land waar degenen die het internationaal recht schenden worden bestraft zelf het recht overtreden? Om concreet te zijn: hoe kunnen Nederlandse politici Israel blind blijven steunen terwijl dat land al 60 jaar lang het internationaal recht schendt? Waarom is Nederland betrokken bij wapenleveranties aan Israel? Wapens die ingezet worden om ook Palestijnse burgers te vermoorden. De civil society in Nederland kan met deze informatie haar regering juridisch laten vervolgen wegens betrokkenheid bij het schenden van het internationaal recht. In de Verenigde Staten gebruiken steeds meer groepen de mogelijkheden van het recht om hun overheid aan banden te leggen. We beschikken in een rechtstaat alleen het recht als wapen tegen de willekeur van de macht, tegen bijvoorbeeld de onvoorstelbaar grote macht van onze oorlogseconomie, die haar eigen prioriteiten kent. 515 miljard dollar gaat in 2009 naar het ministerie van Defensie en dit is maar een deel van de totale militaire uitgaven van de Verenigde Staten. Een aanzienlijk deel van de federale begroting verdwijnt naar het voorbereiden en voeren van oorlogen. Wij geven zeven keer meer aan bewapening uit dan China, meer dan China en Rusland samen, meer dan alle 14 landen samen die de hoogste defensiebegrotingen ter wereld hebben. Ik zou niet weten hoe deze oorlogseconomie veranderd kan worden. Ik zie dat niet snel gebeuren. Wij hebben geen militair-industrieel complex, wij zijn het, de Verenigde Staten is één grote oorlogsmachine, en Israel vormt daar een schakeltje in. Zoals iedereen kan weten heeft een oorlogseconomie baat bij maar één ding en dat is oorlog, alleen door oorlog kan het in leven blijven. De meeste Amerikanen interesseert dit niet. Zolang de oorlogseconomie de meerderheid een comfortabel leven schenkt vinden ze het allemaal best en zijn ze bereid alle grootse ideeën waar dit land prat op ging, voetstoots in te leveren. Het gevolg is dat begrippen als vrijheid en democratie geen uitgangspunten zijn in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Al meer dan zes decennia steunt Washington in feite de schending van de elementaire rechten van de Palestijnse vluchtelingen. In de praktijk doen de Amerikaanse regeringen alsof die vluchtelingen geen recht op terugkeer hebben, geen recht op teruggave van hun bezit, geen recht hebben op schadeloosstelling, kortom alsof Palestijnse vluchtelingen talloze rechten niet bezitten die alle andere vluchtelingen op aarde wel bezitten. Het gaat hier niet om een kleine groep mensen, maar om 85 procent van de Palestijnen die in 1948 tijdens etnische zuiveringen verjaagd werden uit wat nu Israel is, en honderdduizenden die in 1967 werden verdreven, nu in totaal ongeveer 9,7 miljoen mensen. Twee van iedere vijf vluchtelingen op de wereld zijn Palestijns, ze vormen de langdurigste en grootste groep vluchtelingen, intern verdreven en statenloze mensen. Ze gaan gebukt onder een permanente schending van hun mensenrechten, geïnstitutionaliseerde discriminatie en vervolging. Wat hun zaak uniek maakt is dat ze vanaf het begin geen internationale bescherming genieten, geen zicht hebben op een duurzame oplossing en ook niet beschikken over de middelen om een duurzame oplossing te verwezenlijken, alle minimale beschermingswaarborgen die andere vluchtelingen overal elders allang wel hebben. Het ontbreken van internationale bescherming voor de Palestijnen betreft zowel hun dagelijkse fysieke veiligheid als een oplossing op langere termijn. En dat terwijl de Internationale Conventie betreffende Burgerlijke en Civiele Rechten (ICBCR) in artikel 12 (4) expliciet stelt: “Niemand mag arbitrair het recht worden ontzegd om zijn eigen land te betreden.” Daarnaast is het recht op terugkeer opgenomen in artikel 13 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in talloze andere internationale verdragen, zoals de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens en de Amerikaanse Mensenrechten Conventie. Hoewel elke staat tot op grote hoogte autonomie bezit, mag een staat niet gezaghebbende verdragen die ze getekend hebben schenden. Het is een staat verboden om bepaalde, algemeen erkende beginselen van het internationaal recht te overtreden. Een staat mag niet etnisch zuiveren, mag niet weigeren vluchtelingen te laten terugkeren, mag niet het bezit van vluchtelingen in beslag nemen, mag niet met geweld land veroveren. Een staat mag ook niet zijn onderdanen discrimineren zoals artikel 5 van de Internationale Conventie betreffende de Uitbanning van Radicale Discriminatie (ICURD) voorschrijft. Dit Verdrag verplicht de aangesloten staten om “discriminatie in alle vormen te verbieden en om het recht van iedereen te waarborgen, zonder uitzondering wat betreft kleur, of nationaliteit of etnische afkomst.” Ieder mens moet “het recht [hebben] om elk land te verlaten, waaronder het eigen en om terug te keren naar het eigen land.” Israel is partij bij al deze verdragen die de universele rechten regelen: de Vierde Geneefse Conventie, de ICBCR en de ICURD. Bovendien heeft het geen voorbehouden gemaakt die de toepassing van deze verdragen beperken op het punt van het Palestijnse recht op terugkeer. Israel’s massale denationalisering van de Palestijnse vluchtelingen op basis van hun nationale/etnische afkomst was al in 1948 verboden, en Israel blijft dus verplicht om deze schendingen onmiddellijk te stoppen. Dit langdurige onrecht dient beëindigd te worden. Ik geef u een voorbeeld hoe uitzonderlijk de positie van de Palestijnen is. In de jaren negentig repatrieerden naar schatting 12 miljoen vluchtelingen overal ter wereld naar hun oorspronkelijke woonplaats, terwijl ongeveer 1,3 miljoen in dat decennium herplaatst werden. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, de UNHCR, schat dat de overgrote meerderheid repatrieert na een conflict. Duidelijk is dat de terugkeer regel is en dat de Israelische weigering een aberratie daarop vormt. Er ontbreekt ook een interne logica aan, want het is buitengewoon ingewikkeld om te beargumenteren dat joden na 2000 jaar het recht op terugkeer bezitten en Palestijnen na 60 jaar niet. Dit geldt ook voor het recht op restitutie en compensatie. Israel en joodse organisaties eisen terecht restitutie en compensatie van landen die geprofiteerd hebben van het in beslag nemen van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog. Desondanks weigert Israel de Palestijnen te compenseren voor hun verlies. Al vele decennialang hebben de Verenigde Naties en verdragsorganisaties Israel talloze malen veroordeeld vanwege geïnstitutionaliseerde discriminatie, de bezetting van Palestijns gebied, de bouw en uitbreiding van de nederzettingen, het ontbreken van gelijke rechten voor Palestijnen in Israel, en de weigering om het Palestijnse recht op terugkeer, restitutie en compensatie te respecteren. Desondanks gaat Israel ongestoord door met het grootschalig schenden van het internationaal recht. De westerse politici moeten Israel nu dwingen internationale verdragen te respecteren. Want als Israel van ons dat recht niet hoeft te respecteren, waarom zouden andere landen dit wel moeten? Uiteindelijk ondergraaft het democratische Westen de eigen zoveel geroemde normen en waarden. Wij zijn zelf bezig het vertrouwen en geloof het prachtige juridische bouwwerk te vernietigen.
1 | 2 | 3 | 4
|