|
Interview met een diplomate
“Alleen het recht kan een oplossing bieden.”
Gesprek met een Westerse diplomate, die absoluut anoniem wil blijven. ‘Anders kan ik meteen mijn koffers pakken.’ Zij vertelt ons dat de Israëlische autoriteiten een beleid voeren van uitproberen, kijken tot hoever men kan gaan. Is er geen tegenwerking vanuit het Westen voor een bepaalde maatregel, dan beschouwen ze die als aanvaard, maar zodra er substantieel politiek verzet is dan doen ze even een stapje terug. Schijn is hier van doorslaggevend belang. Naast de militaire controlepost bij de doorgang naar Bethlehem ziet men aan de Israëlische kant met koeienletters een reclametekst zien van het Israëlisch ministerie van Toerisme, negen meter hoog en 6 meter breed staat er in het Engels: Vrede Zij Met U. Daaronder staat het in het Hebreeuws en daar weer onder in het Arabisch. Bovenaan zijn respectievelijk een gestileerde palmboom, camera en opgaande zon afgebeeld. Dat doen ze Israeli’s in een poging het prikkeldraad, de zwaar bewapende Israëlische militairen, de gepantserde wagens, de betonnen muur en alle andere parafernalia van de bezetting onzichtbaar te maken. Aan de Palestijnse kant van de betonnen muur met bovenaan prikkeldraad, achter een metalen getralied hek ziet u een graffiti tekst: Give Them Justice. They will reward you with Peace. En: Stop Apartheid. Freedom. Dit is de toegang tot Bethlehem waar de bussen met christelijke toeristen uit het Westen doorheen gaan. Ze hoeven niet te lopen en zien dus ook niet de Palestijnse graffiti aan de andere kant. Waar geen toeristen komen, in de buurt van Ramallah, staat op een rood bord met de tekst eerst in het Hebreeuws, dan in het Arabische en tenslotte in het Engels: Mortal Danger. – Military Zone. Any person who passes or damages the fence endangers his life. De Palestijnen weten dat ze kunnen worden doodgeschoten, het is de grens tussen de bezette Westbank en het bezette deel van Jeruzalem, waar de Palestijnen uit de bezette Westbank niet mogen komen, ondanks het feit dat Oost-Jeruzalem het economische, politieke, en culturele centrum van de Palestijnen is, waar het hoger onderwijs en de universiteit is gevestigd.’
Een dag eerder al zag ik hoe studenten met hun boeken over de versperring klommen. Verder naar het noorden bij de militaire controlepost ten westen van Qalandiyah, waar bezet gebied begint, stond een tekst op een betonnen muur: Welcome to “Atarot” check point. You are now entering a military area. To make your transit easy and to avoid unnecessary delay first read these instructions and then obey them. Eronder stond een reeks verboden. De laatste zinnen waren deze: ‘We wish you a safe and pleasant transit. May you go in peace and return in peace!’ Voor de meeste passanten is dit de absurditeit ten top, want het is juist de Israëlische bezettingsmacht die vrede onmogelijk maakt. De Engelse tekst staat er omdat op dit punt buitenlandse medewerkers van niet gouvernementele organisaties en diplomaten het bezette gebied binnengaan, en zo wordt de onderdrukking genormaliseerd. Tussen de metalen hekken staat in het Arabisch, Hebreeuws en Engels, in die volgorde: Exit to parking area. Have a safe and pleasant stay. Een veilig en prettig verblijf in bezet gebied, waar nagenoeg elke dag weer een Palestijnse man, vrouw, of kind door Israelische militairen dan wel joodse kolonisten worden gedood, omdat volgens Moshe Yaalon, de chefstaf van de Israelische strijdkrachten ‘de Palestijnen een kankergezwel zijn… levensbedreigend. Als kanker zich manifesteert zijn er allerlei oplossingen… op dit moment pas ik chemotherapie toe ja.’ Op een ander bord staat: ‘Keep the terminal clean.’ De taal is die zoals men kent van het vliegveld. De versperring heet een terminal, de militaire controle is een transit, om er doorheen te kunnen zonder unnecessary delay, men aan enkele regels voldoen, net als op het vliegveld. De Israëli’s doen er inderdaad alles aan om de schijn van normaliteit hoog te houden, dat wil zeggen voor de buitenlanders, de Palestijnen weten maar al te goed dat ze onderdrukt worden.
De diplomate: ‘Er is geen structurele aandacht in de westerse media voor de Israëlische schendingen van het humanitair recht. Ik heb in Beit Hanoun in Gaza de puinhopen gezien van huizen door Israël waren gebombardeerd, waarbij twee Palestijnse families in totaal 19 mensen verloren, onder wie kinderen. De zwaar gewonden werden naar een ziekenhuis in Tel Aviv vervoerd, maar terwijl wij er nog waren zagen we hoe de gewonden al terugkeerden met pennen uit hun heupen, benen en armen. Dat is in strijd met het humanitair recht, want deze verwondingen kunnen in Gaza niet behandeld worden. Wij constateren deze schendingen, rapporteren ze, maar onze politici pikken het niet op. We constateren ook dat de media de dood van een joods Israeli belangrijker vinden dan de dood van een Palestijn. De politici en de westerse journalistiek hebben doorgaans een christelijke achtergrond. Het zionistische ideaal wordt gedeeld door veel christenen. Daarnaast is er de erfenis van de holocaust, het schuldgevoel. Het lijden van de joden in de christelijke wereld lijkt de joods-Israeli’s het recht te hebben geven om die terreur te vergelden op de Palestijnen. Diplomaten die met Hamas praten en een evenwichtiger beleid voorstaan, worden onmiddellijk tot paria verklaard door de diplomatieke gemeenschap. Dat gebeurde onlangs met een Noorse diplomaat. En hoewel zelfs Europese parlementariërs binnenskamers verklaren dat zo’n bezetting niet kan, durft niemand in het openbaar zijn mond open te doen uit angst voor antisemiet te worden uitgemaakt door het joodse public relations apparaat. Men kan als politicus of diplomaat de bezetting niet veroordelen zonder als anti-Israel te worden betiteld. De angst dat men als antisemiet wordt neergezet, of anti-Israel of pro-Palestijns is zo groot dat het verantwoordelijke mensen vaak weerhoudt om duidelijk stelling te nemen. Daarbij komt dat de pro-Israel lobby vanwege de angst voor het terrorisme de wind in de rug heeft. De media spelen een belangrijke rol in dit proces. De beeldvorming wordt in hoge mate bepaald door de televisie. Die beelden zijn merendeels anti-Palestijns, stigmatiserend en ééndimensionaal, maar zelden is die tv-berichtgeving evenwichtig. We zien incidentenverslaggeving, het “conflict” wordt niet vanuit de context van een 40-jarige bezetting belicht. En helemaal niet vanuit het oogpunt van de miljoenen etnisch gezuiverde Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen. Als diplomaten hun ministerie van Buitenlandse Zaken individuele gevallen melden dan worden ze niet serieus genomen. Ze moeten altijd iets structureels te melden hebben, dat wil zeggen: één dode telt niet als die Palestijns is, er moeten veel meer doden zijn, en dan nog spelen voor de politici en de westerse media de Palestijnse slachtoffers lang niet zo’n belangrijke rol als joodse slachtoffers. Zelfs bij kinderen wordt door hen een selectie aangebracht: joodse kinderen zijn belangrijker dan Palestijnse leeftijdgenootjes, in dat onderscheid zit een racistisch element. Israëlische mensenrechtenschendingen moeten werkelijk op grote schaal plaatsvinden, wil er enige aandacht aan worden besteed. Diplomaten die zich hier niet aan houden, worden door hun ministerie beticht van emotionele betrokkenheid. En hetzelfde geldt voor journalisten en hun hoofdredactie, zo weet ik van correspondenten die ik ken. Emotioneel betrokken zijn mag alleen als het joods-Israeli’s betreft. Als ik geloofwaardig wil blijven bij de politieke afdeling van mijn ministerie van Buitenlandse Zaken moet ik heel geserreerd rapporteren over de Palestijnen. En zelfs dan, ook al rapporteer ik objectief, wordt het gezien als partij trekken voor de Palestijnen. Uit ervaring weet ik dat elke westerse politicus doodsbenauwd is om iets negatiefs over Israël te zeggen.'
1 | 2 | 3 | 4
|