|
Interview met Benny Brunner
“De joden in Israel willen de Palestijnen onzichtbaar maken.”
Ook Benny Brunner is een oude vriend van me, hij is een joodse Nederlands Israelische filmer die talloze aangrijpende documentaires heeft gemaakt over met name het zogeheten Israelisch-Palestijns conflict. Dit interview gaat over zijn documentaire Het Betonnen Gordijn, dat het leven in beeld brengt van Palestijnen die in de schaduw van de Muur leven.
Het Betonnen Gordijn is het vervolg op De Muur. Wat was de reden om deze documentaires te maken?
Toen ik voor het eerst van de “afscheiding” hoorde, wist ik meteen dat het een megalomaan project zou worden dat de geopolitieke situatie drastisch zou veranderen. De door de eeuwen heen gegroeide natuurlijke structuur van de Westbank wordt op een wrede manier verstoord. Er bestaan nu kantons, kleine gebieden die volledig van elkaar gescheiden zijn door de muur en militaire posten. Een krankzinnige ontwikkeling, overigens ook voor de joods-Israeli’s die langs de groene lijn wonen en die nu een verwoeste horizon zien. Telkens wanneer ze uit hun raam kijken, worden ze herinnerd aan wat ze de Palestijnse burgerbevolking aandoen en merken ze dat zijzelf verscholen zitten achter een betonnen gordijn. Deze Israëlische waanzin die niets oplost, dit onvoorstelbare onrecht, deze uitzichtloze situatie wilde ik in beeld brengen.
Als ik me even beperk tot de joods-Israeli’s. Waarom laten gewone burgers zich in zo’n uitzichtloze situatie manoeuvreren?
Een van de problemen is dat mensen geconditioneerd raken. Als het conflict wordt opgelost dan zullen gewone Israëli’s ineens ernstig in de war raken door het gebrek aan die eeuwige druk, elk half uur het nieuws, het permanente geweld. De Israëlische burger heeft de mentaliteit van een junkie ontwikkeld. Je hebt als het ware elke dag een shotje spanning nodig. Het is een triest verhaal, want daardoor verliest men het vermogen om rationeel en helder over het conflict na te denken en de absurditeit ervan in te zien. Ik weet dat uit eigen ervaring, want ik heb gemerkt dat mijn langdurig verblijf buiten Israël mijn blik heeft verscherpt. Zelfs voor een links iemand als ik, die al in Israël tegen de bezetting was, geldt dat op afstand het perspectief beter is, je ziet dingen helderder dan wanneer je in die hogedrukpan leeft. Een ander punt is dat de bezetting voor veel mensen een bron van inkomsten is. Als men die hele gedachte van een Groot-Israel even terzijde schuift en men kijkt naar het conflict via een economische, marxistische, invalshoek dan ontdek je dat het een zaak van onroerend goed is. Zo simpel als dat. Heel veel mensen en bedrijven en institutionele beleggers verdienen veel geld aan de bezetting en het confisqueren van Palestijns gebied. Het zijn grote stukken land voor een natie die in wezen geen ruimte meer heeft. En vergeet ook niet de aquifers. Israël gebruikt 73 procent van het water onder de Westbank. Al meer dan 40 jaar lang stelen ze het water. Zelfs op hun eigen land mogen de Palestijnen niet naar water boren, omdat ze dan de aquifers aftappen die de Israëli’s voor zichzelf hebben gereserveerd. Dit is een voorbeeld bij uitstek van het Israëlisch Apartheidsysteem.
De journalist Haim Hanegbi zegt in De Muur: “Er zijn regeringen van rechts en van links geweest, en van nationale eenheid, maar de bouw van nederzettingen is nooit stopgezet. Wie dat niet begrijpt, begrijpt niets van Israel’s tactiek en karakter.”
Vanaf het allereerste begin was er geen wezenlijk verschil tussen de linkse en rechtse stroming binnen het zionisme. Beide hadden dezelfde ideologie: expansionisme, het in beslag nemen van zoveel mogelijk Palestijns land. Alleen over de tactiek verschilden ze van mening. En de Israëlische historicus Ilan Pappe toont in zijn boek The Ethnic Cleansing of Palestine gedocumenteerd aan dat juist ook de Arbeiderspartij in 1948 Palestina etnisch zuiverde. Kortom, de strategie was hetzelfde, alleen over de te voeren tactiek bij het etnisch zuiveren verschilden ze van mening. En dat is nog steeds het geval, er is niets veranderd, geen van beide richtingen heeft morele problemen over het verdrijven van Palestijnen. Tegelijkertijd zitten zelfs geschoolde joods-Israeli’s vol westerse stereotypen over de Palestijnen. In hun ogen zijn de Arabieren emotioneel, irrationeel, onbetrouwbaar en al met al vinden ze het een ongeletterde meute. Daar komt nog iets anders bij: het is een bekend psychologisch fenomeen dat als je een ander onrecht aandoet, je jezelf schuldig voelt zodra je het slachtoffer weer ziet. En daardoor ga je het slachtoffer steeds meer haten. Het liefst zou je hem willen vermoorden, je wilt dat hij verdwijnt, onzichtbaar wordt. Op een bepaalde manier kun je de muur en het hek beschouwen als een symbolische poging om de Palestijnen uit het bewustzijn weg te vagen. De joden in Israel willen de Palestijnen onzichtbaar maken. Maar ja, dan is er altijd nog die 20 procent Palestijnse Israëli’s. Wat moeten de joods-Israeli’s met hen? Ze zijn weliswaar gediscrimineerde tweederangs burgers, maar toch blijven ze zichtbaar.
Hoe zou je het huidige beleid omschrijven?
De journaliste Amira Hass, die tussen de Palestijnen woont en de dagelijkse bezettingspolitiek aan den lijve ondervindt, vertelde me dat er geen echt masterplan is, de Israëli’s zijn meesters in de improvisatie. Ze weten dat ze zich vandaag de dag geen openlijke etnische zuivering, zoals in 1948 en 1967, kunnen permitteren, dus is nu de gedachte: “Laten we het leven van de Palestijnen zo miserabel mogelijk maken zodat ze uit zichzelf besluiten te vertrekken, al was het maar omdat ze een toekomst willen hebben voor hun kinderen.” Het is een universele wens om niet ongelukkig te zijn, om niet elke dag weer vernederd te worden, om niet telkens weer door één van die ruim 800 barričres op de Westbank te moeten, al die obstakels rond Palestijnse gemeenschappen. In feite wordt alles bepaald door de militairen, door de zogeheten veiligheidsagenda. De Israëlische columnist B. Michael vertelde me dat zijn land veel weg heeft van “een militair regime.” Iemand heeft ooit gezegd: “Israël is niet een staat die een leger bezit, maar een leger dat een staat bezit.” Dat is de meest accurate beschrijving die ik ooit heb gehoord. Ondanks alle democratische schijnbewegingen is het geen democratie, vanwege het systeem van tweederangs burgers, de militaire censuur, de voortdurende bezetting, de Apartheid met ronduit fascistische politici in de regering. En dan heb ik het nog niet eens over de volstrekt verwrongen mentaliteit van veel Israëli’s. Ik was eens op pad met de directeur van wat heet “het project veiligheidsbarričre.” We reden een heel eind langs de afscheiding en terwijl we vanuit zijn auto aan het filmen waren, wees hij ineens naar een heuvel waar een Palestijns dorp lag en vroeg zich hardop af waarom toeristen naar Toscane zouden gaan terwijl ze hier zo’n mooie plaats kunnen bezoeken. Links van de heuvel zagen we tegelijkertijd enkele Palestijnse huizen die van het dorp waren afgesneden door het elektronisch beveiligde hek. Het illustreert hoe die man de Palestijnen gewoonweg niet ziet, hij ziet alleen een mooie gelegenheid voor een toeristische investering. Naderhand maakte hij ook een berekening voor ons waaruit duidelijk werd dat de afscheiding zichzelf in een half jaar zou terugbetalen door alle buitenlandse investeringen die Israël weer zouden binnenvloeien zodra de aanslagen door de muur onmogelijk zouden zijn geworden. Toen ik de film aan de Israëlische fotograaf Micky Kratzman toonde, zei hij: “Deze man hallucineert, hij hallucineert zoals de Amerikaanse soldaten in Apocalyps Now op LSD hallucineerden terwijl ze ’s nachts op patrouille waren. Ze waren wel in Vietnam maar tegelijkertijd waren ze er niet.” En dat geldt ook voor veel Israëli’s. Ze leven in een militaristische samenleving en doen alsof er niets aan de hand is. Dat is een absurde overlevingsstrategie. Ondertussen maken ze het leven van de Palestijnen tot een hel. Ik zei tegen mijn cameraploeg: “Kijk eens hoe wij al na een paar dagen filmen reageren op de geweldige beperking van onze bewegingsvrijheid. Kijk eens hoe zenuwachtig en opgefokt we ervan raken, we zouden wel iemand kunnen wurgen. En dit is het dagelijkse leven van al die Palestijnse burgers.” Ik zou elke Palestijn een medaille willen geven, voor moed en uithoudingsvermogen, voor hun diepgewortelde band met het land. Ik heb een immens respect voor hen. En ook vanuit dat gevoel maakte ik deze films.
Abu Assad | Brunner | Yarom
|