|
Interview met Robert Fisk
“Het enige dat de Arabieren willen is dat we vertrekken, hen met rust laten zodat ze zelf kunnen uitzoeken wat het beste voor henzelf is.”
“Wíj kunnen misschien aan het verleden – aan de geschiedenis – ontsnappen. Wij kunnen een grens trekken in ons leven. De jaren 1918 en 1945 waren het begin van onze nieuwe levens in het westen. Wij konden opnieuw beginnen. Wij geloven dat wij hetzelfde kunnen adviseren aan de volkeren van het Midden-Oosten. Maar dat kunnen wij niet. De geschiedenis – een geschiedenis van onrechtvaardigheid – drukt te zwaar op hen. […] Zijn zij allen dan gestorven voor de geschiedenis, die duizenden doden – laat ik eerlijk zijn tegenover mezelf – die ik met mijn eigen ogen heb gezien in het Midden-Oosten? De dode soldaat met de glanzende trouwring aan zijn vinger, de afgeslachte mensenmassa’s in Sabra en Shatila, de wegrottende Iraniërs in de woestijn, de lijken van Palestijnen en Israeli's en Libanezen en Syriers en Afghanen, het onuitsprekelijke lijden in de Irakese, Iraanse, Syrische, Libanese, Afghaanse, Israelische – en ja, Amerikaanse – martelkamers, was dit omwille van ons? Wij weten dat de Balfour-verklaring 88 jaar geleden is opgesteld. Maar voor de Palestijnse vluchtelingen, in de krotten van hun kampen, sprak Balfour gisteren, afgelopen nacht, slechts een uur geleden. In het Midden-Oosten leven de mensen hun voorbije geschiedenis, keer op keer, iedere dag.” Robert Fisk in De Grote Beschavings Oorlog. De verovering van het Midden-Oosten. 2005.
Robert Fisk is correspondent van de Britse krant The Independent en wordt algemeen beschouwd als de best ingevoerde journalist in het Midden Oosten, waar hij al sinds 1976 leeft. Onderstaande tekst is de samenvatting van een lezing, een interview met hem en citaten uit zijn laatste boek De Grote Beschavings Oorlog, dat 1437 pagina’s lang over de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten verhaalt.
Robert Fisk: ‘Het resultaat van de Eerste Wereldoorlog, de oorlog waarin mijn vader vocht en die - zo dacht men - een einde zou maken aan alle oorlogen, schiep een geweldige tragedie. In slechts zeventien maanden tijd trokken de Britten en Fransen de grenzen van Noord Ierland, Joegoslavië en het grootste deel van het Midden Oosten. Ik heb mijn hele loopbaan als journalist gezien hoe de mensen in Belfast, Belgrado, Bosnië, Bagdad en Beiroet daaronder lijden. De uiteindelijke oorzaak is dat onmiddellijk na 1918 de Amerikanen in de positie kwamen dat ze een buitengewoon belangrijke rol moesten spelen in het Midden Oosten, maar dit niet deden. De Amerikaanse diplomaten, de consuls in het stervende Ottomaanse rijk en de Amerikaanse ngo’s, destijds natuurlijk missionarissen, drongen in die dagen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington er met klem opaan om een grote moderne Arabische staat mogelijk te maken die zich zou uitstrekken vanaf de zuidgrens van Turkije tot aan de Atlantische Oceaan bij Marokko. Het is misschien de enige kans geweest die het Midden Oosten heeft gehad om de tragedies te vermijden die het nu ondergaat. Maar op dat moment werd de initiatiefrijke president Woodrow Wilson ziek en stierf, het Congres verloor zijn interesse, de Verenigde Staten werd vervolgens isolationistisch en weigerde deel te nemen aan de Volkerenbond. En juist het lidmaatschap van de VS zou de nieuwe moderne grote Arabische staat dichterbij hebben gebracht. De Britten en Fransen kregen nu de kans om als vossen de regio binnen te sluipen. Ze hakten het aan stukken en creëerden al de kunstmatige grenzen en artificiële landen die - zoals we zien - geen moderne staten kunnen zijn. En daar zitten we vandaag de dag mee opgezadeld. Tot zover de historische reden, maar er is ook een morele reden waarom het fout ging en dat is denk ik het feit dat het lot van de mensen in het Midden Oosten ons onverschillig liet en nog steeds laat. Ik denk dat we vandaag de dag niet werkelijk geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld de Irakezen, het interesseert ons niet eens wat hun dodencijfer is, we maken ons alleen druk om onze eigen soldaten. Ik denk niet dat we ons bekommeren over democratie in het Midden-Oosten, over de mensen die er wonen, Arabieren, moslims, christenen en ook niet echt over de joden in Israël. Dat is een deel van de tragedie. We zijn maar al te bereid om andermans land op te delen onder de mom dat we hen komen bevrijden van tirannie, maar zodra we er zijn verliezen we de belangstelling of ontdekken dat we niet zoveel om hen geven. We zijn gek op hun olie en we willen hun land niet zozeer bezetten, zoals de VS nu doet in Irak, maar wel beheersen om de hulpbronnen voor onszelf veilig te stellen.’
Uit De Grote Beschavings Oorlog: “Israëli’s hebben een land – gebouwd op andermans land, wat zowel hun tragedie is als de tragedie van de Arabieren. […] Als president Bush Israel vertelt dat het het merendeel van zijn kolonies op Palestijns grondgebied mag houden, dan jaagt hij zowel Israëli’s de dood in als Palestijnen, want die koloniale oorlog zal doorgaan.”
Robert Fisk: ‘Een groot probleem is dat de Amerikanen en Britten op dit moment eerder een ideologische oorlog voeren, dan een oorlog uit politieke of militaire noodzaak. Als je een ideologische oorlog voert, overtuig je jezelf dat je gelijk hebt en dan kijk je alleen naar informatie die past binnen de argumentatie waarin je bent gaan geloven. En zodra je jezelf hebt wijs gemaakt dat je een machtig en moreel goede leider bent, niet omdat je gekozen bent als president of premier, maar omdat er iets in je zit wat je een groot en machtig mens maakt, ga je beslissingen nemen die achteraf gezien volslagen irrationeel blijken te zijn. Ik bedoel: waarom zitten we in hemelsnaam in Irak? Natuurlijk allereerst vanwege de olie. Maar er is nog iets anders. De Amerikanen bezetten Irak ook omdat supermachten een diep gewortelde behoefte bezitten om telkens weer hun militaire kracht te tonen. Het grensgebied van een wereldmacht loopt overal en dus moet het imperium permanent gemobiliseerd blijven anders verzwakt het. Er loopt een ijzeren gordijn vanaf Groenland in het noorden tot de rand van Somalië in het zuiden, overal langs dat ijzeren gordijn zijn Amerikaanse bases gevestigd. Wanneer het enige wereldrijk op aarde een dergelijke militaire macht toont dan moet men zich wel afvragen: welk doel dient het? Zijn die bases er alleen om de hulpbronnen veilig te stellen of zijn ze er ook om de mensheid duidelijk te maken dat het imperium nooit ten onder zal gaan? Arabieren vragen mij soms: ‘‘Gaan de Irakezen een einde maken aan dit rijk?’’ En dan antwoord ik dat natuurlijk ook het Amerikaanse rijk ooit ten onder zal gaan, net als alle andere imperia in de geschiedenis, al was het maar omdat het levende organismen zijn. Alleen de vraag is: wanneer precies? Zeker is in elk geval dat de Amerikanen door Irak buitengewoon donkere tijden tegemoet gaan. Maar wat er precies gaat gebeuren weet ik niet. De Verenigde Staten profiteert van oorlogen. Oorlog is de pomp van de Amerikaanse economie, dus economisch gesproken heeft het geen probleem in oorlog te zijn. Er is pas sprake van een economisch probleem als oorlogen fout lopen, zoals nu.
1 | 2 | 3
|