|
Uit De Grote Beschavings Oorlog: “Arabieren en andere moslims wilden wel een stukje van de mooie, glanzende democratie die wij ze zo graag voorhielden. Maar zij wilden ook iets anders. Zij wilden rechtvaardigheid, gerechtigheid, een vreedzame, maar eerzame en eerlijke beëindiging aan decennia van bezetting en bedrog en corruptie en de creatie van dictators. De Irakezen wilden zowel een einde aan onze aanwezigheid als dat van Saddams regime. Zij wilden de baas zijn van hun eigen land en hun eigen olie. De Syriërs wilden de Golan terug. De Palestijnen wilden een staat, zelfs als die bestond uit niet meer dan 22 procent van het oude Palestijnse mandaatgebied – geen negen meter hoge muur en een bezetting. De Iraniërs hadden zich van de sjah bevrijd, Amerika’s wrede politieagent in het Midden-Oosten, maar bevonden zich plotseling in het knekelveld van de theocratie. Hun democratische verkiezingen waren verraden door mannen die teerden op de haat voor Amerika, die nu als een deken over het Midden-Oosten ligt. De Afghanen kwamen in verzet tegen de Sovjet-Unie en wilden hun land heropbouwen. Zij werden verraden – en eindigden in de handen van de Taliban. En toen kwam er een ander groot leger hun land binnen. De opbloeiende democratie die president George W. Bush in Afghanistan voorzag, begon uiteen te vallen toen ook de oude drugsbaronnen zitting namen in de regering… Hoezeer ook de nieuw geïnstalleerde machthebbers en de oude, overlevende dictators die wij in de vorige decennia aan de macht hadden geholpen het westen mochten prijzen of ons bedanken voor onze financiële leningen of voor onze politieke steun of voor de invasie van hun land, er waren miljoenen moslims die iets meer wilden: zij wilden bevrijd worden van óns.”
Robert Fisk: ‘Wanneer er sprake is van terrorisme moeten we ons niet alleen afvragen hoe, waar en wat, maar vooral ook waarom? Als er bijvoorbeeld in Amsterdam een moord plaatsvindt dan gaat de politie onmiddellijk op zoek naar een motief. Maar wonderlijk genoeg was na 11 september 2001 juist het zoeken naar een motief het enige dat we niet mochten doen. Het was wijlen Edward Said die zei dat het laatste taboe een vrije discussie was over de relatie van de Verenigde Staten met Israël en de rest van het Midden Oosten, want een dergelijke gedachteuitwisseling zou buitengewoon belangrijke vragen oproepen. En dat mag natuurlijk niet, je mocht wel zeggen dat het negentien Arabieren waren die met Stanleymessen vliegtuigen hadden gekaapt en in gebouwen waren gevlogen, maar meer ook niet. Je mocht niet de logische volgende vraag stellen: hebben wij dan een probleem in het Midden Oosten? Doen we dat we: dan moet men alle onrechtvaardigheden van de afgelopen honderd jaar onder ogen zien, onrechtvaardigheden waarvoor sommigen van ons verantwoordelijk zijn, onze ouders en onze huidige presidenten en premiers. Daarom ook is de waaromvraag zo essentieel. Als we die vraag niet stellen dan zullen we nooit de omvang begrijpen van het onrecht dat al decennialang als een verstikkend tapijt over het hele Midden Oosten ligt en dat een sfeer en omgeving heeft gecreëerd waaruit jonge mannen voortkomen die vliegtuigen tegen gebouwen laten botsen. We moeten dus weten waarom. Maar toen ik dat onmiddellijk na 11 september deed, ondervond ik meteen grote moeilijkheden. In een BBC radioprogramma werd ik onmiddellijk geschoffeerd door pro-Israel lobbyist Alan Dershowitz, hoogleraar aan de Harvard Law School, die stelde dat alleen al het stellen van deze vraag het terrorisme steunt. Zolang je zegt dat de reden van de aanslag is dat wij goed zijn en zij de democratie haten, is er geen probleem want dan hoef je geen discussie te voeren over de geschiedenis van het westerse Midden-Oosten beleid. Omdat ik die regel doorbrak schreeuwde Dershowitz, voordat de programmamakers hem uit de uitzending wegdraaiden, dat ik een gevaarlijk mens was, een anti-Amerikaan en dat anti Amerikaans zijn even erg was als anti-semitisch. Met andere woorden: als je vraagt ‘waarom’ dan ben je een nazi, zo erg was het, zo probeerde men journalisten monddood te maken. Maar toch, uiteindelijk speelt de betrokkenheid van de Verenigde Staten in het Midden- Oosten de centrale rol in zoveel geweld. En dus zullen we het moeten bestuderen willen we in staat zijn het probleem van dat almaar groeiende meedogenloze geweld op te lossen. Geweld dat - wat men ook mag beweren - niet religieus is geïnspireerd, maar voortkomt uit het voortdurende onrecht en ons gebrek aan mededogen.
De moderne geschiedenis van het Midden-Oosten is getekend door het westerse ingrijpen, door onze leugens en bedrog, onze verdeel en heers, ons kolonialisme. Bijna een eeuwlang hebben we onze gang kunnen gaan, maar nu wordt de rekening opgemaakt. Niet langer meer wordt onze gewelddadige bemoeienis gelaten aanvaard. Het verzet tegen het onrecht wordt steeds krachtiger, het slagveld heeft zich sinds 11 september 2001 uitgebreid tot ons eigen grondgebied. De geschiedenis heeft ons ingehaald. Ook wij worden nu in ons dagelijks bestaan geconfronteerd met de consequenties van de Balfour Verklaring en de Sykes-Picot Overeenkomst, net als bijvoorbeeld de Palestijnen die al meer dan een halve eeuw in de smerigheid en uitzichtloosheid van vluchtelingenkampen leven. Desondanks blijven we maar legers naar de regio sturen om de mensen daar opnieuw wijs te maken dat we iets nieuws voor hen hebben, democratie en mensenrechten en tegelijkertijd laten we in Israel en Palestina, in Irak en Saoedi Arabië, waar dan ook, zien dat we lak hebben aan democratie en mensenrechten zodra die onze economische belangen bedreigen. Na al die jaren in het Midden-Oosten weet ik één ding zeker, het enige dat de Arabieren willen is dat we vertrekken, hen met rust laten zodat ze zelf kunnen uitzoeken wat het beste voor henzelf is. En het enige dat wij verslaggevers moeten doen is laten zien dat we daar inderdaad wegmoeten, want dat is de waarheid.’
1 | 2 | 3
|