Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Interview met Usama Halabi

ďDe mensenrechtenclausule in verdragen met Europa worden geschonden en genegeerd. Waarom? Wat denkt de Europese Unie hiermee te bereiken?Ē

De zon is ondergegaan en het vasten in verband met ramadan kan onderbroken worden. Met een groep juristen dineer ik met Usama Halabi, een Palestijnse mensenrechten advocaat die een kantoor in Jeruzalem heeft. Halabi bezit een IsraŽlisch paspoort, is afgestudeerd aan de Hebreeuwse Universiteit en de Amerikaanse Universiteit in Washington.

Hij vertelt: ĎVier dagen na het begin van de bezetting van de Palestijnse gebieden in í67 kwam de IsraŽlische regering bijeen om een juridisch kader te creŽren voor de annexatie van bezet gebied. Nog geen drie weken later werden de eerste drie wetten daarvoor door de Knesset goedgekeurd. Vanaf het allereerste begin is de IsraŽlische politiek erop gericht zoveel mogelijk land met zo min mogelijk Palestijnen erop in bezit te krijgen. De IsraŽlische wet is altijd gebruikt als politiek instrument en al die jaren hebben ze geen moment hun aandacht verslapt, decennialang is de staat bezig wetten te maken en beleid te herzien om Eretz IsraŽl zo groot mogelijk te maken. Hoewel in strijd met het internationaal recht wordt deze expansionistische politiek steeds erger en verslechtert navenant de positie van de Palestijnen. Het is een beleid dat zich zowel richt tegen de bezette bevolking als op het bezette land. Enerzijds maakt men het leven van de Palestijnse burgers zo ellendig dat ze uiteindelijk gedwongen worden om te verdwijnen en anderzijds gaat men door met het in beslag nemen van Palestijnse grond. De Muur rond Oost-Jeruzalem is daar alleen maar het laatste voorbeeld van. Het is belangrijk te vermelden dat het Palestijnse deel van de stad bezet gebied blijft. Zoals de Speciale Rapporteur van de VN, John Dugard, stelt heeft de annexatie door IsraŽl deze waarheid vertroebeld waardoor in de publieke opinie en ook bij sommige politici de misvatting is ontstaan dat het hier niet echt een bezetting betreft. Volgens het internationaal recht en de betreffende VN-resoluties dient IsraŽl zich uit bezet gebied terug te trekken. Zolang Israel een bezettende macht blijft, is het verplicht de rechten van de Palestijnse bevolking te respecteren, in het bijzonder het recht op zelfbeschikking. De annexatie van Oost-Jeruzalem is net zo illegaal als de landroof elders op de Westbank en de Golan Hoogvlakte. Onmiddellijk nadat in í67 het Israelische kabinet had besloten om Oost-Jeruzalem te annexeren begon het een serie plannen en activiteiten te ontwikkelen om de controle over de stad te verkrijgen en om de joodse aanwezigheid in het bezette deel te versterken. Op die manier creŽerde de IsraŽlische overheid voldongen feiten die in 1980 tot een officiŽle annexatie leidde, toen Jeruzalem bij wet werd uitgeroepen tot ďťťn geheel en verenigdĒ en aldus ďde eeuwige hoofdstad van IsraŽl.Ē Met het oog daarop werd een hele Palestijnse buurt gesloopt, de Bab Al-Maghrabeh vlakbij de Klaag Muur en werden Palestijnse wijken ingesloten door joodse wijken om te voorkomen dat de Palestijnse wijken door uitbreiding aaneen gesloten raakten. Met overheidssteun werd ook de Palestijnse aanwezigheid in het oude Oost Jeruzalem verzwakt en gefragmenteerd. Zo ziet men midden in de oude ommuurde stad boven de souk het pand van Sharon uittorenen, opgetuigd met een davidster en een levensgrote IsraŽlische vlag. Ook het IsraŽlisch Hoog Gerechtshof trekt zich niets van het internationaal recht aan en volgens de uitspraak van een van de rechters is ďhet verenigd Jeruzalem een integraal onderdeel geworden van IsraŽlĒ. Israel negeert de uitspraken van de wereldgemeenschap, zoals neergelegd in Resolutie NR.478 van de Veiligheids Raad die op 20 augustus 1980 verklaarde dat ďalle wetgevende en bestuurlijke maatregelen en activiteiten ondernomen door de bezettingsmacht IsraŽl, die het karakter en de status van de Heilige Stad van Jeruzalem veranderen of verandering tot strekking hebben, en in het bijzonder de recente Ďbasis wetí voor Jeruzalem, zijn van nul en gener waarde en moeten ogenblikkelijk worden afgeschaft.Ē Desondanks bepaalde Aharon Barak, de toenmalige president van het IsraŽlisch Hoog Gerechtshof dat aangezien Oost-Jeruzalem was geannexeerd het daardoor onder de Israelische wet viel. Dus verviel het recht van een Palestijnse christen, de psycholoog dr. Mubarak Awad, om daar te wonen en kon hij het land worden uitgezet.í Significant is dat Awad, die in 1988 werd gedeporteerd, drie jaar eerder het ĎĎPalestijnse Centrum voor de Studie van Geweldloosheidíí had opgericht. Hij publiceerde verhandelingen en gaf lezingen over geweldloos verzet. Het Centrum sponsorde ook een aantal geweldloze acties tijdens de eerste maanden van de eerste intifada. Zo gebruikte men de tactiek van het planten van olijfbomen in gebieden waar illegale joodse nederzettingen waren gepland, en riep men burgers op geen belasting te betalen en om Palestijnse producten te eten en te drinken. In het Midden Oosten wordt hij de Arabische Ghandi genoemd, omdat dr. Awad diens werkwijze bepleit. Kennelijk beschouwde de IsraŽlische staat geweldloosheid als bedreigend en liet hem Oost-Jeruzalem uitzetten.

Vooral na het midden van de jaren negentig verergerde de politiek van wat inmiddels gezien wordt als verborgen etnische zuivering. Usama Halabi: ĎToen merkten we een versnelling in de judaÔseringscampagne. IsraŽl begon de identiteitskaarten in te trekken en woonvergunningen te herroepen van duizenden Palestijnen in Oost-Jeruzalem. Ik heb het dus over de jaren na de Oslo Akkoorden die met het oog op vrede een einde moesten maken aan het confisqueren en bezetten van Palestijns gebied voor ondermeer de bouw van joodse nederzettingen. In werkelijkheid werd tijdens het zogeheten Vredesproces meer land gestolen en kwamen er meer kolonisten bij dan ervoor. In dezelfde tijd werd een wet aangenomen die het de Palestijnse Autoriteit verbood om een kantoor te openen in Oost- Jeruzalem aangezien dit nu op IsraŽlisch grondgebied ligt. Daarnaast mocht de PA er geen publieke bijeenkomsten organiseren alvorens een geschreven toestemming van de IsraŽlische regering. Op grond van deze wet werd in 2001 het befaamde OriŽnt Huis door IsraŽl gesloten, het nationale hoofdkwartier van de Palestijnen in Oost Jeruzalem. Ondertussen ging en gaat IsraŽl ongestoord door met het slopen van Palestijnse huizen die zonder vergunning zijn gebouwd. Omdat men geen vergunning krijgt worden Palestijnen gedwongen illegaal te bouwen of uit hun woonplaats te vertrekken die inmiddels tot IsraŽlisch grondgebied is verklaard.í De sluipende etnische zuivering van Jeruzalem is onderdeel van een langdurig proces. Al in 1937 formuleerde de vader des vaderlands, David Ben Goerion, de uitgangspunten van een zionistische staat als volgt: ĎĎWij moeten de Arabieren verdrijven en hun plaats innemen en als wij geweld moeten gebruiken om ons eigen recht te verzekeren ons op die plaatsen te vestigen Ė dan hebben we een strijdmacht tot onze beschikking.íí Het internationaal recht noch de wil van de wereldgemeenschap speelde daarbij, net als nu, geen enkele rol. IsraŽl doet wat het wil, daarbij al dan niet stilzwijgend gesteund door het Westen. Zes decennia na de oprichting van de ďjoodse staatĒ is IsraŽl nog steeds niet op zijn eigen grenzen gestoten. Al die jaren testen de zionisten tot hoever ze met hun expansionisme kunnen gaan.

1 | 2