Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


‘Je zag dat ook tijdens het zogeheten Vredesproces in Jeruzalem gebeuren. In 1994, het jaar nadat met veel fanfare de Oslo Akkoorden waren ondertekend, werd een hoofdstedelijk bestemmingsplan ontwikkeld dat niet alleen Jeruzalem maar ook alle joodse nederzettingen ten westen ervan omvatte, diep in bezet gebied. In 1996 beperkten de Israelische politie autoriteiten de bewegingsvrijheid in het bezette Jeruzalem van de Palestijnse politici die deelnamen aan de verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad. De verkiezingscampagnes van Fatah waren verboden tenzij ze een voorafgaande vergunning hadden gekregen van de Israelische overheid. In het midden van de jaren negentig begon het ministerie van Binnenlandse Zaken bestuurlijke en wettelijke procedures toe te passen die tot doel hebben om het recht op permanent verblijf van duizenden inwoners van bezet Jeruzalem onmogelijk te maken, en ze ook nog eens het recht op een sociale en medische bijstand en kinderbijslag verloren. De Palestijnse inwoners van Jeruzalem gaan gebukt onder toenemende restricties wat betreft wonen en zich onbelemmerd verplaatsen. Hun grond wordt geconfisqueerd voor de vestiging van joods Israëli’s, en hun burgerrechten worden steeds meer aan banden gelegd. De stedelijke planning maakt het hen nagenoeg onmogelijk om woningen bij te bouwen en worden ze gedwongen de stad te verlaten. Eind 2000 werden enkele bepalingen toegevoegd aan de zogeheten “basis wet” voor Jeruzalem uit 1980. Artikel 6 verbiedt nu de overdracht van macht aan “elk politiek of buitenlands gezagdragend element.’’ Het maakt niet uit of dit ‘‘voor een permanente of tijdelijke periode is.’’ Met andere woorden, Oost Jeruzalem of een deel ervan kan zelfs niet door een vredesovereenkomst niet worden overgedragen aan de Palestijnen, tenzij 61 Knessetleden besluiten de “basis wet” te amenderen en op die manier de Israelische regering toestemming geven voor een machtsoverdracht. Bovendien werd een tijdelijke wet in het leven geroepen om de mogelijkheid van familiehereniging te beperken voor Palestijnse bewoners van Jeruzalem en hun Palestijnse echtgenoot of echtgenote van de Westbank en de Gaza Strook. Ook al betekent dit dat gezinsleden daardoor niet bij elkaar kunnen blijven wonen. De ultra-orthodoxe Eli Shah, die voordat hij wegens grootschalige corruptie achter de tralies verdween, minister van Binnenlandse Zaken was, publiceerde in 2002 een boekje waarin hij trachtte te bewijzen dat de Palestijnen familiehereniging niets anders is dan het ‘‘realiseren van het recht op terugkeer via de achterdeur.’’ En daar moet natuurlijk een stokje voor worden gestoken. In 2006 bepaalde het Israëlisch Hoog Gerechtshof dat deze wet waarbij gezinshereniging aan banden werd gelegd niet onwettig is en verwierp verzoekschriften van Palestijnse en joods Israelische mensenrechten organisaties en Palestijnse en joodse Knessetleden. De toenmalige vice-president van de het Hof, Mish’eil Hashin, verklaarde over echtparen die in Israël willen samenleven: ‘'Niemand ontzegt hen het recht om een gezin te stichten, maar ze kunnen in Jenin leven (op de bezette Westoever - SvH) in plaats van Um Al-Fahm.'’ (dat in Israël ligt - SvH) Met andere woorden, volgens het hoogste rechtscollege in Israël, heeft een Palestijnse Israëli geen onvervreemdbaar recht om in zijn eigen land ongestoord een gezin te stichten. En dan is er natuurlijk sinds 2003 de Afscheidings Muur die op het grondgebied van Jeruzalem 88 kilometer lang is en is bedoeld als een politieke grens die Jeruzalem scheidt van de Westbank.’ Het centrum van de stad is daardoor voor ongeveer 55.000 Palestijnse inwoners van Jeruzalem geblokkeerd. Een extra 60.000 Palestijnse inwoners van de stad leven aan de andere kant van de Muur. Alle mensen in deze geïsoleerde kantons hebben zodoende geen onbelemmerde toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk. Ze worden tegengehouden door militaire controleposten die toegang kunnen weigeren en dat ook regelmatig doen. Uit eigen ervaring weet ik dat de Israelische militairen zonder opgaaf van reden Palestijnen urenlang kunnen laten wachten of terug sturen. Het optreden van de militairen is vaak grof en vernederend. Palestijnen met een identiteitskaart van Jeruzalem die door de Muur aan de verkeerde kant leven, lopen het risico dat ze hun woonvergunning verliezen omdat ze volgens de Israelische autoriteiten geen “adequate banden” met de stad hebben. Usama Halabi: ‘Uit een onderzoek van het Jeruzalem Instituut voor Israelische Studies blijkt dat door de Muur Jeruzalem van een centrale stad tot een grensstad is geworden, een feit dat nog meer ellende en woede onder de getroffen Palestijnen zal veroorzaken wat in de toekomst een toename kan betekenen van “terroristische activiteiten” tegen Israël. Het instituut waarschuwt ook voor een toename van het illegaal bouwen in Palestijnse wijken om zodoende bewoners van Jeruzalem binnen de stadsgrenzen van een onderdak te voorzien. Ondanks het leed dat de Muur creëert en het feit dat de Muur volgens het Internationaal Gerechtshof en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties onmiddellijk afgebroken dient te worden omdat hij illegaal is, keurde in mei 2006 het Israëlisch Hoog Gerechtshof de bouw van de Muur rond Jeruzalem goed. De toenmalige president van het Hof, Aharon Barak, stelde toen de retorische vraag: ‘‘Welk recht bezitten de inwoners van Al-Ram, dat in gebied B ligt (op de bezette Westbank) om een beroep aan te tekenen tegen Israels recht om een Muur te bouwen op het eigen grondgebied?’’ Alles bijeen kunnen we stellen dat zowel de uitvoerende, wetgevende als de rechterlijke macht in Israël samenwerken om het Israelische expansionisme ten koste van elementaire rechten van de Palestijnen mogelijk te maken. Als mij wordt gevraagd om Israël met één woord te definiëren, zou ik bij gebrek aan andere woorden zeggen: interessant! Het land heeft een democratische façade, een rechtstatelijke buitenkant, daarachter schuilt een repressief systeem dat het leven van de Palestijnen zo zuur mogelijk maakt in de hoop en verwachting dat ze op den duur zullen verdwijnen. Het is toch opmerkelijk dat een staat die het grondgebied van een ander volk steelt, die alleen al in 2006 volgens Amnesty International 120 Palestijnse kinderen doodt, die een beleid voert van etnische zuivering toch gezien wordt als een volwaardige democratie. Als dat niet interessant is dan weet ik het ook niet meer. Of heeft u er een ander woord voor? Het idee dat ten grondslag ligt aan een etnisch zuivere staat is natuurlijk fascistisch, en die etnisch zuivere staat proberen de Israëlische autoriteiten nu via de wet te bewerkstelligen. De term democratie hier is cosmetisch, ze proberen zichzelf en anderen voor de gek te houden. De Israelische democratie is een contradictie in terminus. Het is een democratie voor joden, niet voor Palestijnen. Israël wil zich graag zien als een liberale Westerse democratie, maar is het niet. Alle discriminerende wetten zouden in het Westen absoluut niet worden getolereerd. Een staat die zijn ingezetenen geen gelijkheid voor de wet verschaft, kan natuurlijk niet een democratie worden genoemd. De Palestijnen in Israël vormen rond de 20 procent van de totale bevolking, maar leven op slechts 3 tot 4 procent van het grondgebied, 93 procent is bestemd voor de joden. Sinds 1948 is er officieel geen enkel Palestijnse dorp, laat staan Palestijnse stad bijgekomen. Integendeel, door het niet verstrekken van bouwvergunningen leven meer dan 100.000 Palestijnse Israëli’s in naar schatting tenminste 250 niet erkende dorpen in Israël, zonder aansluiting op het waternet, elektriciteitsnet, zonder fatsoenlijk onderwijs, gezondheidszorg, toegangswegen en andere infrastructurele voorzieningen. En de huizen daar kunnen door de staat op elk moment worden gesloopt. Ondertussen gaat de bouw van tienduizenden woningen in de illegale nederzettingen in bezet gebied met volle kracht door en met financiële steun van het Westen. De westerse politici en zeker ook die uit Europa zijn hiervan op de hoogte en accepteren deze racistische politiek. Israël krijgt van Europese Unie zelfs een voorkeursbehandeling. De mensenrechtenclausule in verdragen met Europa worden geschonden en genegeerd. Waarom? Wat denkt de Europese Unie hiermee te bereiken? Denkt men zo de Arabieren te overtuigen van het belang van het recht? Nee toch, de Europeanen weten dat ze daarmee het vertrouwen in het recht ondermijnen. Waarom doen ze dat? Waarom accepteren de Europese landen de grootschalige Israëlische schendingen van de mensenrechten en al die Israelische wetten die strijdig zijn met democratische normen en waarden? Kan iemand dat uitleggen?’

1 | 2