Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Abel Herzberg: ‘Hitler heeft gezegd dat de joden een ander soort mensen waren, heel andere karakters dan wij. Hij heeft merkwaardigerwijze de joden complimenten gemaakt die een pro-semiet nooit gemaakt heeft. “Das Gewissen ist eine jüdische Erfindung.” Maar dat is een leugen, iedereen heeft een geweten. Hij kon dat geweten echter niet verdragen, hij kon het niet gebruiken in zijn oorlogspolitiek. Dat was het. In de nazi-tijd was wreedheid nobel. Daardoor werd de wreedheid hoe langer hoe erger. Hoe meer doden er vielen, hoe mooier ze het vonden. Er waren natuurlijk ook mensen die dat verafschuwden. Ik heb meegemaakt dat een gevangene geslagen werd, het bloed liep uit zijn mond en uit zijn neus. Er stond een Scharführer bij die zei: “Sjonge, jonge, jonge, dat is toch ook een mens. Ik heb nog nooit iemand geslagen.” Dat zei een nazi, een Scharführer! “Dat is toch ook een mens.” Ik heb het hem zelf horen zeggen.’

Amor Fati: “Hij leeft, de heiden. Hij is eeuwig, hij is de eerstgeborene en hij is ontevreden. Hij zal niet zwijgen, en zij, die de nakomelingen zijn van hen, die het eerst de spanningen beleefden, toen zij hem aan banden moesten leggen, zij zullen hem telkens weer ontmoeten als de vreselijke bloeddorstige wreker. Ik denk aan Bergen-Belsen en ik weet het: Wij hebben de heiden ontmoet, en wij zullen hem weer ontmoeten.”

Abel Herzberg: ‘Gewone mensen konden in die condities niet in opstand komen. Bovendien waren er talloze mensen die gebiologeerd raakten door de macht die werd uitgeoefend. Dat is ook een element van de grootste betekenis. Ik geloof zelfs dat er een soort van haat-liefde verhouding bestond tegenover de onderdrukker. Dat was het. De macht imponeert! Zo waren er bijvoorbeeld mensen in de joodse raden die werkelijk geïmponeerd waren door de macht. En daar kwam bij de kwestie van: kan ik mezelf redden? De Duitsers hebben de joden de mogelijkheid gelaten om zelf de volgorde van de deportaties te bepalen, en zo ontstond er een strijd over de volgorde. Laat de ander maar eerst gaan. Het was allemaal verschrikkelijk. Neem nu mijzelf. Ik was bijna 50 jaar oud, getrouwd, drie kinderen. Wat moest ik doen? Vergeet niet, we waren de legaliteit gewend, de mentaliteit was dat je deed wat er van bovenaf gezegd werd. Dat kun je toch niet van de ene op de andere dag veranderen? Zelfs de tegenstanders van de joodse raden hebben toch geen verzet gepleegd. De Duitse communisten zijn toch niet in opstand gekomen, en de sociaal-democraten niet, en ook de christenen zijn niet in opstand gekomen. Er was toch niermand die hielp? Je levert je er niet aan over, je legt je erbij neer. Je kunt niet anders! Bovendien, de meeste mensen zijn toch geen helden? Dat is toch niet waar. De meeste mensen zijn gewoon lafaards, verreweg de meeste mensen. Die durven niet. Hoeveel zijn er ook niet verraden? En de ethiek? Die speelt alleen de rol dat je dit natuurlijk afkeurt, maar verder niet. Het is het geweten tegenover de gewetenlozen. Wie heeft de macht? Natuurlijk zijn er helden geweest, maar te weinig. Zo is dat gebeurt.’

Uit Amor Fati: “Menige politieke partij heeft op de leegte gespeculeerd en daarmee tijdelijk succes gehad… de mens, die geen overtuiging heeft, en die niet weet, wat hij wil, noch ook voldoende intelligentie bezit om zich een weten te verwerven en die eigenlijk alleen maar wil, dat hij niets behoeft te willen, en die de moed niet opbrengt om iets te begrijpen, die man, die bang is in het donker en bang in het licht, die de schemering lief heeft, waarin hij voort kan dobberen op het ondiepe, modderige slootwater van zijn gevoel (of van dat, wat hij zijn gevoel noemt en wat gemeenlijk niet veel meer is dan een zinnelijke prikkel), dat onvolgroeide kind, dat de angst van zijn jeugd nooit kwijt raakt, die stumper, die eigenlijk ‘doodgewone man’, wat kan hij met zijn angstige, achterdochtige, schichtige en schuchtere ziel in het gewoel van de wereld anders doen dan zich te laten biologeren door de schijnwerpers van de altijd weer opkomende krachtpatserij, dan eens van keizers en dan weer van revolutionairen? Is hij slecht, die ‘doodgewone man’? Welnee. Is hij goed? Ook niet. Hij is geen van beide en beide tegelijk. Hij is een beetje wreed tegen een vlieg en sentimenteel tegen een muis. En nu hebben ze hem gezegd, dat hij sterk is en dat kracht is: ‘als je niet bang bent voor bloed’ en nu is hij niet bang. Dat wil zeggen, hij is vreselijk bang en juist daarom slaat hij er maar op los. Hij heeft angst voor zijn angst en dat noemt hij moed.”

Abel Herzberg: ‘Deze nationaal-socialistische beweging was een verzet tegen de cultuur, was niet alleen een verzet tegen het jodendom. De tweede pijl was voor het christendom bestemd. Hitler heeft gezegd: “De jood zit altijd in ons.” En de jood kan zeggen: “De heiden zit altijd in ons.” Tenminste, onbewust. Er zitten elementen in ons waar we ons niet van bewust zijn. “Das Unbehagen der Kultur” heeft Freud het genoemd. Waarom dat onbehagen bestaat? Omdat de mens zo nodig moet oorlogvoeren, omdat hij roven moet, omdat hij doodschieten moet. Daarom! Omdat hij de macht moet hebben. Dat is het verzet tegen de cultuur. Omdat hij de mensenliefde niet verdragen kan. Omdat hij haten moet. Omdat hij zijn macht moet uitleven. Omdat hij de eerste moet zijn. Omdat hij rijkdom wil hebben die een ander heeft en hij niet. Daarom. Cultuur is helemaal geen ideaal voor hem. Integendeel, dat is zijn vijand. En wat is er na de Duitse nederlaag gebeurd in bijvoorbeeld Argentinië? Wat is er Chili gebeurd? Wat is er in Vietnam gebeurd door de Amerikanen? En in andere landen? Wat gebeurt er nog? Waar is de cultuur? Wat betekent democratie anders dan dat cultuur tot gelding komen kan? En als je de democratie opheft dan kan dit niet meer. Dat is het. Democratie is niet alleen een kwestie van de meerderheid hebben om te kunnen regeren. Democratie wil zeggen dat je de cultuur te verdedigen hebt, dat je bepaalde beschavingsnormen in acht hebt te nemen. Als je die niet gebruiken kunt, waar blijf je dan?’

Amor Fati: “Elk mens heeft in zijn werk de keus tussen twee wegen, om het even wat hij is, arbeider, kunstenaar, koopman of politicus. Hij kan zichzelf zoeken, dat is één weg, hij kan ook de zaak zoeken die hij dienen wil. De capo is de mens, die onder alle omstandigheden zichzelf zoekt. Hij heeft natuurlijk altijd bestaan en hij zal altijd bestaan…”

1 | 2 | 3 | 4