Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Interview met Khaled Hroub

“Welke belangen denken de westerse media met hun propaganda te dienen?”

Khaled Hroub, directeur van het Cambridge Arab Media Project, onderdeel van de Universiteit van Cambridge, is auteur van onder andere de het boek Hamas: Political Thought and Practice. Hij wordt gezien als een van de best ingevoerde deskundigen.

‘Hamas is in 1987 opgericht, maar haar wortels gaan veel dieper. Hamas komt voort uit de Palestijnse Moslim Broederschap die een jaar of vier, vijf vóór het uitroepen van de staat Israël ontstond. Voordat ze zich transformeerde tot Hamas zorgde de beweging ervoor bij geen enkele gewelddadige confrontatie tegen de Israëlische bezetting betrokken te raken. Men richtte zich op de opbouw van de Palestijnse gemeenschap, sociaal werk, religieus onderwijs enzovoorts. Pas in 1987 besloten leiders de wapens op te nemen om een militaire confrontatie met Israël aan te gaan. Er speelde in die tijd een combinatie van twee à drie factoren die tot dat besluit leidden. Allereerst werd de druk van de jonge leden om zich actief te verzetten steeds groter. Nadat de oude garde zich drie decennialang terughoudend had opgesteld, werd hun beleid niet langer meer geaccepteerd. Het motief dat ‘wij moeten wachten tot wij goed zijn voorbereid,’’ was onacceptabel geworden. Een kleine groep van de Palestijnse Moslim Broederschap in Gaza besloot zich af te splitsen van de moederorganisatie en vormde in het begin van de jaren tachtig wat nu bekend staat als de Islamitische Jihad. Om te voorkomen dat ze hun achterban verloren, zagen de islamisten zich gedwongen in actie te komen tegen de bezetting. Daarnaast waren er twee externe factoren. De eerste was de opkomst van de politieke islam in de regio, begonnen met de Iraanse revolutie maar ondergronds overgeslagen naar Egypte, Jordanië, Syrië enzovoorts. De tweede beslissende factor was het uitbreken van de eerste intifada in december 1987. Alle Palestijnse politieke groeperingen waren vanaf de eerste dag betrokken bij de volksopstand. Destijds waren de islamisten inmiddels een bijzonder krachtige partij in de Gaza Strook geworden. Dus als ze afgezien hadden van deelname aan de wijd verbreide confrontatie met Israël, dan zou hun populariteit sterk zijn afgenomen. Wat betreft de Israëlische steun aan Hamas. De Israëlische wilden de PLO te verzwakken door Hamas de concurrerende macht te maken. Verdeel en heers. De PLO was namelijk de legitieme Palestijnse vertegenwoordiging en die was een bedreiging voor de bezetting van de Westbank en de Gaza Strook. De Israelische beleidsbepalers dachten dat ze Hamas konden gebruiken om hun eigen belangen veilig te stellen. Niet dat ze Hamas of de Moslim Broederschap financierden, maar ze lieten de organisaties wel volledig met rust. Uit studies blijkt dat de Israëlische autoriteiten vergunningen verstrekten aan de islamisten om liefdadigheidsinstellingen, scholen en zelfs een universiteit te openen. Overigens kregen ook andere Palestijnse groeperingen een vergunning zolang die zich maar niet verzetten tegen de militaire onderdrukking. Er is geen concreet bewijs dat Israël Hamas financierde. Als wetenschapper moet ik ervan uit gaan dat Hamas zich onder de ogen van de bezetter heeft gevormd en erin geslaagd is een geduchte tegenstander te worden zonder dat Israël in staat is gebleken de organisatie te verslaan.

Het zogeheten vredesproces dat in 1993 begon met de Oslo Akkoorden was en is nog steeds een grote illusie waarin bijzonder veel westerlingen geloven. De werkelijkheid is dat het proces vanaf het begin zo was opgezet dat het nooit kon slagen en al helemaal nooit tot een levensvatbare Palestijnse staat zou leiden. In de eerste plaats bleef in de praktijk de werkelijke macht in handen van de Israëli’s, alleen de dagelijkse klussen van de bezetting werden overgedragen aan de Palestijnen, vanaf het ophalen van de vuilnis tot de gezondheidszorg en het openbaar vervoer. De Israëli’s verwachtten dat door de Oslo Akkoorden ze niet langer meer bezetters zouden lijken zodra de Palestijnen de verantwoordelijkheid kregen voor het dagelijkse bestuur. Maar vanuit het perspectief van het internationaal recht kwam er geen eind aan de bezetting en zijn de Israëli’s als bezettende macht nog steeds verantwoordelijk voor hetgeen in de bezette gebieden gebeurt of niet gebeurt. Wezenlijke staatstaken kregen de Palestijnen niet, de grenzen, de lucht, de zee, alles werd en wordt nog steeds door de Israëli’s beheerst. Terwijl de Israelische regeringen het begrip vredesproces aan de wereld verkochten, ging de gebruikelijke gang van zaken ongestoord door, het bouwen en uitbreiden van de joodse nederzettingen, het stelen van water uit aquifers, het dé-arabiseren van Oost-Jeruzalem, alle illegale activiteiten die voorafgaand aan de Oslo- overeenkomst plaatsvonden gingen en gaan nog steeds in hoog tempo door. Sinds het begin van het zogenaamde vredesproces is de totale omvang van de nederzettingen in de Westbank maar liefst verdrievoudigd. En zelfs nu nog wordt er land gestolen, waardoor er geen enkele hoop bestaat op een levensvatbare Palestijnse staat. De Westbank is opgedeeld in een serie Bantoestans, waartussen de Palestijnse bevolking niet vrij kan reizen, onder andere vanwege de overal aanwezige militaire controleposten. Dat is het feitelijke resultaat van het zogenaamde vredesproces. Wanneer men spreekt met Israëlische autoriteiten over de logica hierachter staan ze met een mond vol tanden, want de enige logica is die van een koloniale macht. Het is de gedachte dat ze als militaire macht heer en meester zijn en dus alles kunnen doen wat ze willen, tot het stelen van Palestijns land toe. Ze hebben daarvoor geen enkel overtuigend argument. Al jarenlang zijn de Palestijnen de dupe van dit geweld. De feiten spreken voor zich. De Palestijnen kregen volgens het VN-Verdelingsplan 47 procent van het voormalige Palestina. In 1948 bezette Israël ongeveer 78 procent van het land en sinds 1967 bezetten ze de rest. Met de komst van de muur en het zogeheten ‘’Disengagement Plan’’ blijft er nog zo’n 60 procent van de Westbank over voor de Palestijnen, kortom rond de 12 procent van het voormalige Palestina, een kwart van wat de Palestijnen oorspronkelijk van de Verenigde Naties kregen. En tussen deze 12 procent bestaat geen continuïteit, het is niet met elkaar verbonden. Door de afscheiding moeten Palestijnen in sommige gevallen 30 kilometer omrijden om bij hun buren te komen. In plaats van twee à drie minuten zijn ze tenminste een uur reistijd kwijt want ze moeten ook nog voorbij de militaire controlepost zien te komen.

1 | 2 | 3 | 4 | 5