Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair bericht in het april 2008 nummer dat de redactie vertrouwelijke documenten in handen had gekregen die aantonen dat de Amerikaanse regering in 2007 een Palestijnse burgeroorlog probeerde uit te lokken. Het initiatief was goedgekeurd door president Bush en werd uitgevoerd door minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice en de plaatsvervangend Nationale Veiligheids Adviseur Elliot Abrams, de pro-Israel lobbyist, neoconservatief en vuile klusjesman, die in de jaren tachtig was veroordeeld wegens het illegaal achterhouden van informatie voor het onderzoek van het Congres naar het Iran Contragate schandaal. “Maar het geheime plan mislukte, met als resultaat een verdere tegenslag voor de Amerikaanse buitenlandse politiek onder Bush. In plaats van zijn vijanden ten val te brengen, provoceerden de door de Verenigde Staten gesteunde Fatah strijders Hamas om de alleenheerschappij in Gaza te grijpen.” Elliot Abrahams, die in een joods gezin in New York is geboren en Hebreeuws verstaat, stelde in het geheim alles in het werk om Hamas ten val te brengen en wist zo een mogelijk vrede effectief te verhinderen. Zijn sabotagepogingen leidden ertoe dat de directeur van de invloedrijke Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, Henry Siegman, liet weten: “Elke keer dat ook maar de geringste hint werd gegeven dat de Verenigde Staten zich tenslotte bezig zou houden met een serieus politiek proces, ontmoette in het geheim Elliot Abrams in Europa of ergens anders de diplomatieke vertegenwoordigers van Olmert om hen gerust te stellen dat een dergelijk gevaar niet bestaat.” En ook nu maakte het beleid van Bush vrede onmogelijk. Washington bewapende en trainde een Fatah elitekorps onder bevel van Mohammed Dahlan, een man die in korte tijd van straatarme Palestijnse vluchteling uit een kamp in Gaza multimiljonair wist te worden, die op zijn rondreizen in vijfsterren hotels verblijft en voor een operatie naar Berlijn vliegt, terwijl ondertussen ruim 70 procent van de bevolking in de Gaza Strook van minder dan 2 dollar per dag moet zien te overleven. Dahlan’s militie wordt alom gevreesd vanwege het door de knieën en voeten schieten van politieke tegenstanders, het verkrachten met een colafles van mannen en het martelen van gevangenen met gloeiend hete staven, terwijl ze gedwongen worden: “Lang leve Mohammed Dahlan” te scanderen, zoals op videobeelden te zien is. “Onze man,” zo liet president Bush publiekelijk weten na hem drie keer te hebben ontmoet. Achter gesloten deuren prees hij Dahlan als “een goede solide leider.” Volgens David Wurmser die in juli 2007 opstapte als belangrijkste Midden Oosten adviseur van vice-president Dick Cheney voert de regering Bush “een smerige oorlog in een poging een corrupt dictatorschap [geleid door Abbas] de overwinning te bezorgen.” Wurmer wijst erop dat “wat er gebeurde niet zozeer een coup van Hamas was, maar een couppoging van Fatah die onmogelijk werd gemaakt voordat die kon plaatsvinden… Er bestaat een verbijsterend verschil tussen de oproep van de president voor democratie in het Midden Oosten en zijn politiek. Het is direct in tegenspraak ermee.” Dahlan werkt nauw samen met de FBI en de CIA en onderhield een warme relatie met de toenmalige CIA-directeur George Tenet. “Hij is simpelweg een groot en eerlijk mens. Ik heb nog steeds van tijd tot tijd contact met hem,” aldus de militieleider van Fatah dat symbool staat voor “corruptie en ondoelmatigheid.” In opdracht van de Amerikanen is hij inmiddels tot veiligheidsadviseur van president Abbas benoemd, een aanstelling die zelfs de Israelische minister van Binnenlandse Veiligheid, Avi Dichter, opmerkelijk vond: “Ik dacht bij mezelf: de president van de Verenigde Staten maakt hier een wonderlijke beoordeling.” Maar vanuit het perspectief van de Bush regering was het geenszins wonderlijk aangezien de Amerikaanse buitenlandse politiek maar al te vaak berust op een gebrek aan realiteitszin. Al sinds de Monroe Doctrine uit het begin van de negentiende eeuw is het belangrijkste uitgangspunt van de Amerikaanse buitenlandse politiek dat Washington het recht heeft om intern in te grijpen in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen zodra dit de belangen van de VS lijkt te dienen. Daarbij is het Amerikaanse belang doorslaggevend en niet de realiteit in een bepaalde regio. Kortom, de door de VS betaalde Mahmoud Abbas en zijn veiligheidsadviseur Dahlan hadden van minister Rice opdracht gekregen om de democratisch gekozen Hamas regering uit de macht te zetten door het afkondigen van “een noodtoestand en het vormen van een nood regering… Als u volgens deze lijnen handelt, zullen we u zowel materieel als politiek steunen. Wij zullen er zijn om u te ondersteunen,” aldus een uitgelekt memo van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Een functionaris van het minister van Buitenlandse Zaken liet de onderzoeksjournalist van Vanity Fair weten dat “degenen die moesten toezien op de uitvoering van de politiek zeiden: ‘Doe alles wat nodig is. We moeten Fatah helpen Hamas militair te verslaan, en alleen Mohammed Dahlan heeft de doortraptheid en de macht om dit te doen.”’ Dat het onduidelijke is of Abbas als president het constitutionele recht heeft om een gekozen regering van een tegenpartij naar huis te sturen, interesseerde de Amerikanen volstrekt niet. Het enige dat van Abbas werd verwacht was dat hij het Amerikaanse initiatief zou presenteren als dat van hemzelf, hetgeen gebeurde. Maar omdat de coupplannen uitlekten via een Jordaanse krant was Hamas op de hoogte. Eerder al had de officiële regering ontdekt dat zwaar bewapende Fatah militieleden met geavanceerde telescoopgeweren en nieuwe uniformen vanuit Egypte de Gaza Strook waren binnengekomen. In de eerste zes maanden hadden de Fatah milities ongeveer 250 Hamas leden vermoord, zonder dat het wettige gezag dat in handen was van Hamas hiertegen effectief kon optreden. Om te voorkomen dat de zwaar bewapende en getrainde Fatah milities een staatsgreep pleegden wisten militieleden van Hamas hen militair te verslaan. Opmerkelijk was dat een deel van de gewapende Fatahleden niet meededen aan de staatsgreep van hun partij. Khalid Jaberi, commandant van de Al Aqsa Martelaren Brigades van Fatah verklaarde hierover: “De Dahlan groep wordt gefinancierd door de Amerikanen en gelooft in onderhandelingen met Israel als een strategische keuze. Dahlan probeerde alles in Fatah te beheersen, maar er zijn kaders die veel beter werk kunnen verrichten. Dahlan behandelde ons dictatoriaal. Er bestond geen algemeen besluit van Fatah om een confrontatie aan te gaan met Hamas.” Desondanks presenteerden de westerse commerciële massamedia in navolging van de politici de gebeurtenissen als een machtgreep van Hamas tegen de gehele Fatah organisatie, een omkering van de werkelijkheid. Mede daardoor kreeg Mahmoud Abbas, wiens partij zwaar had verloren tijdens de democratische verkiezingen, de alleenheerschappij in handen, werd Hamas verder geboycot en ligt vrede verder weg dan ooit.

1 | 2 | 3 | 4 | 5