|
Eind februari 2008 bericht de wereldpers dat de Israelische staatssecretaris van Defensie Matan Vilnai via de Israelische legerradio de Palestijnen heeft bedreigd met een “holocaust”. Dit soort expliciete onmenselijkheid onder militaire en civiele leiders was grotendeels onbekend tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Toen verklaarde generaal Sherman nog: “Heren, u kunt de oorlog niet in hardere bewoordingen kwalificeren dan ik doe. Wij kunnen de harten van deze mensen uit het zuiden niet veranderen, maar we kunnen de oorlog zo vreselijk maken en hen zo ziek maken van oorlog dat generaties zullen verstrijken voordat ze er weer aan zullen beginnen.” Maar deze koele houding, die het lijden van de tegenstanders nog erkende, is verdrongen door een hysterische haat tegen iedereen die maar enigszins bestempeld kan worden als de vijand. Wat dat betreft heeft de nazi holocaust voor een omslag gezorgd, de rancune, de haat, de mateloosheid is in alle lagen doorgedrongen en de barbarij is nu overal, van hoog tot laag, van democratisch tot totalitair, van links tot rechts. Overal heerst de rancuneuze razernij van kleine mensen met gigantische ambities. De geest van Nooit meer Auschwitz lijkt te hebben verloren. De massamaatschappij wordt niet door gedachten, maar door sentimenten gedreven, in toenemende mate functioneert de massamens via geconditioneerde reflexen. Onafhankelijk denken wordt in onze parlementaire democratie gemarginaliseerd. Moraal is ten onder gegaan in het politiek cynisme. “De moralist heeft plaatsgemaakt voor de specialist,” constateerde niet lang voor zijn dood de Poolse journalist en wereldreiziger Ryszard Kapuschinski. Hij was erdoor geschokt en terecht. Een paar jaar geleden hoorde ik tijdens een uitzending de voormalige VPRO hoofdredacteur Radio Jan Haasbroek op een geciteerde opmerking van mij reageren met de uitspraak: “Ja, maar Stan is een moralist.” En Jan heeft gelijk: ik ben een moralist, en vanuit mijn morele opvattingen zoals die mij werden bijgebracht door het burgerlijk milieu waarin ik opgroeide, benader ik de wereld en in dit geval Israel. Hoewel Haasbroek deed alsof mijn moralisme een soort handicap is, beschouwde ik zijn kwalificatie als een compliment. Respect heb ik nooit gehad voor de conformisten, de opportunisten, de carrièristen en al die andere mensen die alleen gemotiveerd worden door angst of door een beperkte opvatting over eigenbelang. Voor hen is moraal een hinderpaal. Men in Dark Times is de titel van een collectie essays van Hannah Arendt over leven en werk van enkele grote creatieve en moreel hoogstaande mensen in de twintigste eeuw, onder wie Walter Benjamin, Karl Jaspers, Hermann Broch en Bertolt Brecht. Mensen die streden, die voor iets stonden, die een licht waren in duistere tijden, mensen zoals degenen die ik hier in dit boek aan het woord laat en voor wie ik een immens respect heb. Moralisten die vanuit hun normen en waarden de wereld aanschouwen en die zien wat er gebeurt, net zoals de mannen in Arendts essaybundel het zagen, gidsen die niet onverschillig bleven, maar gedreven werden door hun verzet tegen “de wanorde en de honger, de bloedbaden en de slachters” en door hun “verontwaardiging over het onrecht en de wanhoop ‘toen er alleen maar misstanden waren en geen verontwaardiging,’ de legitieme haat die je niettemin lelijk maakt, de goed gefundeerde woede die de stem hees maakt. Dit alles was realiteit genoeg terwijl het in het openbaar plaatsvond; er was niets geheim of mysterieus aan. En toch was het volstrekt niet zichtbaar voor iedereen, noch was het helemaal niet gemakkelijk om het waar te nemen; want tot exact het moment toen de catastrofe alles en iedereen overviel, was het verhuld, niet door de werkelijkheid maar door een in hoge mate efficiënt taaltje en de dubbelzinnigheid van bijna alle officiële vertegenwoordigers die zonder interruptie en met vele ingenieuze variaties onplezierige feiten en gerechtvaardigde zorgen weg redeneerden,” aldus Arendt. Net zoals nu. “Wanneer we over duistere tijden nadenken en over de mensen die erin leven en zich erin bewegen moeten we deze camouflage in ogenschouw nemen, die voortkomt uit en verspreid wordt door ‘de gezeten burgerij’ – of ‘het systeem’, zoals het toen genoemd werd.” Arendt zette uiteen dat het publieke domein er is om licht te werpen op wat mensen doen en dat ter discussie te stellen, zo niet dan dooft het licht en is er sprake van “gebrek aan geloofwaardigheid” en een “onzichtbare overheid” die een taal gebruikt “die niet onthult maar zaken ‘onder tapijt veegt,’’ en van alles een “betekenisloze trivialiteit maakt… In deze voorstelling van het menselijke bestaan wordt alles dat reëel en authentiek is aangevallen door de verpletterende macht van ‘het geleuter’ dat onbedwingbaar oprijst uit het publieke domein, en elk aspect van het dagelijkse bestaan en de zin en onzin van alles wat de toekomst kan brengen anticipeert en vernietigt.” De werkelijkheid wordt dan een leugen en vice versa. Dan krijgt men een voorstelling van zaken zoals de betaalde CIDI-lobbyist Ronny Naftaniel onweersproken kan geven in de VPRO-gids: “Als alle joden in de diaspora in Israel gingen wonen zou het dichtslibben.” De Palestijnen zijn akkoord gegaan met 22 procent van de 47 procent van het land dat ze van de Verenigde Naties toegewezen hebben gekregen. Meer dan de helft van het land waar ze volgens de internationale gemeenschap recht op hebben, hebben ze al aan de joden in Israel gegeven. Hoewel hij er zelf niet wil wonen, eist Naftaniel nu nog meer Palestijns land op? Op welke andere grond dan grof geweld claimt deze Nederlander het bezit van anderen? In dit boek geen Ronny Naftaniel en ik heb ook geen enkele andere pro-Israel lobbyist in en buiten de journalistiek aan het woord gelaten. Hun verhalen zijn algemeen bekend. De tijd is aangebroken dat de propaganda permanent en stelselmatig wordt ondergraven door de feiten, het schreeuwende onrecht heeft al veel te lang geduurd. Onrecht waarvoor de christelijke wereld met haar al even schreeuwende millenniaoude antisemitisme, mede verantwoordelijk is. Europa is nu moreel verplicht te streven naar rechtvaardigheid, door bijvoorbeeld mensen te steunen, Palestijnen en joden, die “individuen zijn in een duistere tijd,” mensen die gehoord moeten worden, en niet genegeerd of gemarginaliseerd omdat het politiek niet opportuun lijkt om naar hun verhaal te luisteren. Mensen als Nurit Peled-Elhanan, hoogleraar Taalonderwijs aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, moeder van een dochter die op 13-jarige leeftijd bij een Palestijnse bomaanslag om het leven kwam, een joods-Israelische vredesactiviste, die verklaarde dat niet de aanslagpleger, maar de Israelische onderdrukking van de Palestijnen tot de dood van haar dochter heeft geleid. “Mijn kleine meid werd vermoord omdat ze een Israelische was voor een jonge man, die louter en alleen omdat hij een Palestijn was zo vernederd, onderdrukt en wanhopig was dat hij zelfmoord pleegde en moord en onmenselijk handelde… Er bestaat geen wezenlijk moreel verschil tussen de soldaat bij de controlepost die een vrouw die op het punt staat te bevallen verhindert te passeren, en zo een misgeboorte veroorzaakt, en de man die mijn dochter heeft vermoord. En net zoals mijn dochter een slachtoffer was [van de bezetting], zo was hij dat.” In 2001 kreeg Nurit Peled de Sacharov Prijs voor Mensenrechten en Vrijheid van Meningsuiting, uitgereikt door het Europese Parlement. Ze is de dochter van de befaamde generaal en progressieve politicus wijlen Mattityahu Peled, die al op 26 oktober 1953 tegenover een groep Amerikaanse zionistische leiders uiteenzette waar het zionistisch extremisme op zou uitlopen, aangezien “het leger de huidige grens met Jordanië absoluut onacceptabel beschouwt” en “dat het leger een oorlog voorbereidt om de rest van het westelijk deel van Eretz Israel te bezetten,” zoals Moshe Sharett in zijn dagboek schreef. Een bezetting die tenslotte in 1967 plaatsvond en tot op de dag van vandaag voortduurt. Nurit Peled heeft drie zoons die in verschillende organisaties met Palestijnen samenwerken. Een dag voor de zestigste verjaardag van de Nakba en de stichting van de Israelische staat hield ze in Amsterdam een toespraak tijdens een bijeenkomst georganiseerd door Een Ander Joodse Geluid en het Steuncomité Israelische Vredes- en Mensenrechtenorganisaties.
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12
|