Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Iedereen die weleens verraden is weet welke pijn dit veroorzaakt, alles wordt erdoor getekend, werkelijk alles, niets is meer wat het eens was. Politiek links, rechts, humanisme, normen, waarden, dood, leven, beschaving, alles is betrekkelijk geworden. Ineens doemt overal het gevaar op. En alles, werkelijk alles lijkt betekenisloos te zijn geworden. Zelfs Israel, de beschermer van de eigen identiteit. “Een pogrom. Een ouderwetse, bloedige pogrom, met als enige nieuwigheid dat het dit keer heeft plaatsgevonden onder de schijnwerpers van het Israelische leger. Zij wisten het, en meer dan een vol etmaal hebben ze het moorden laten doorgaan,” schreef Anet Bleich. Nooit meer de geest van Auschwitz. Had de mens dan niets geleerd? “Het beangstigende was: door al dat Begin=Hitler geroep, door de aanslag op Goldenberg, (het beroemde restaurant aan de Rue des Rosiers in het hartje Marais, de Joodse buurt van Parijs svh), door de Centrumpartij, voelde ik me hier bedreigd. Niet echt fysiek bedreigd, maar eigenlijk toch wel een beetje. De oorlog in Libanon was gruwelijk, maar wat hier gebeurde – het verdwijnen van het taboe op antisemitisme – raakte me misschien nog directer. Als de kritiek op Israel er zo uitzag, verdedigde ik Israel,” aldus Van Weezel, die steeds weerlozer werd tegen de werkelijkheid. Hij raakte verscheurd door de elkaar uitsluitende gevoelens, tussen het verdedigen van het expansionistische Israel en de walging over de massamoord op Palestijnse burgers in Libanon “er was niets meer, een groot gat, nihilisme, laat maar… De gewapende PLO-ers, de mannen, hadden ze laten vertrekken, en vervolgens gingen ze een beetje wraak zitten nemen door daar de vrouwen, kinderen en bejaarden dan maar uit te roeien. Het was echt lááág… ik was ongelooflijk verontwaardigd, hoe iemand het léf had om dit te doen, ander mensen uitmoorden uit naam van het joodse volk, met een beroep op emoties die bij mij diep zitten, al ben ik niet religieus. De wetenschap dat je je ouders die de oorlog met enige moeite hebben overleefd, dat je de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van de tweeduizend jaar daarvóór niet in de steek mag laten. Ik dacht: als anderen uit naam van dat zelfde jodendom tot deze daden kunnen komen, zeg ik mijn verbintenis met de joodse gemeenschap op. Ik had niet nóg eens in de synagoge willen trouwen. Als je zelf joods bent uit solidariteit met de vervolgden, terwijl voor anderen het joods zijn even goed kan staan voor het uitmoorden van wat bejaarde, hinkende PLO-veteranen, houd er dan alsjeblieft over op.” Het was alsof hij opnieuw verraden werd, maar “ditmaal” door de “joodse natie”, die hem heen we weer slingerde tussen tegengestelde emoties, tussen enerzijds onvoorwaardelijke steun aan Israel, “het land dat vrijwel de enige tastbare manifestatie in deze wereld is van joodse identiteit,” en anderzijds trouw aan fundamentele mensenrechten. Zijn echtgenote, Anet Bleich, schreef op haar beurt: “Maar ik ben joods, ben me bewust van de geschiedenis die achter ons ligt, en die me met de joden verbindt. Daaraan ontleen ik al mijn waarden, al mijn angsten. Hoe zou ik me er ooit aan kunnen onttrekken?” Langzamerhand bepaalden die vreeswekkende historie haar waarden. Ze verbond haar leven aan dat van Israel, uit angst voor “het stupide krijgsgehuil van hele en halve antisemieten,” die in haar ogen verheugd waren geweest dat door Sabra en Chatilla “Israel nu een holocaust op de Palestijnen had gepleegd” en dit alles “drukte me weer op de onontkoombaarheid van mijn lot, en van mijn bindingen. Zozeer zelfs, dat mijn woede en verontwaardiging me werden afgenomen. Vier weken na Sabra en Chatilla voelde ik er niets meer bij... Ik leef in een onzichtbare getto waarvan alleen ik de muren zie. Naar mijn collega’s, kennissen, vrienden (niet-joods) toe is er stilte gevallen. De dagelijkse gesprekken gaan door, maar ik ben er niet bij.” Opnieuw werden de joden verraden, dat was het gevoel, opgeroepen door het trauma van het eeuwige antisemitisme en de holocaust. Opnieuw stonden ze alleen tegenover de rest van de wereld, die hen, een paar decennia eerder nog, had willen vernietigen of in elke geval lijdzaam hadden toegekeken terwijl de gaskamers op volle toeren draaiden. Alles leek erop te wijzen dat het weer fout ging: “Een afgetakelde straat, een groende huisdeur met ervoor een spelend kind. En op die deur een levensgroot hakenkruis met tekst: ‘Ajax dood’.” Alleen een blinde, de gojim, zag de voortekenen niet. “Ik ben… joods. Verwant met degenen in wie ik iets herken van de sporen die het gemeenschappelijke (nou ja) lot heeft nagelaten… Het is stiller geworden, dit jaar. Leger. Ik weet scherper dan ooit dat ik kwetsbaar ben. En nergens echt thuis hoor. Maar is ook dat niet een tamelijk joods lot?” Het nergens echt thuis horen als joods lot? Maar welke rol speelde Israel dan voor haar? Waarom waren er tenminste 760.000 Palestijnen verdreven om plaats te maken voor mensen die volgens Anet Bleich nergens echt thuishoren? Vanwaar haar woede tegen joden en niet-joden die Israel bekritiseren? Waarom ziet ze niet wat de gerespecteerde I.F. Stone al in 1967 zag toen deze joods Amerikaanse onafhankelijke journalist constateerde dat “Israel een soort morele schizofrenie aan het creëren onder de joden in de wereld. In de buitenwereld is het welzijn van het jodendom afhankelijk van het behoud van seculiere, niet-raciale, pluralistische samenlevingen. In Israel is het jodendom bezig met het verdedigen van een samenleving waarin gemengde huwelijken niet gelegaliseerd kunnen worden, waarin het ideaal raciaal is en anderen buitensluit. Joden kunnen elders vechten voor hun eigen veiligheid en bestaan tegen principes en praktijken die ze in het geval van Israel verdedigen.” Waarom weigert de pro-Israel lobby consequenties te trekken uit de waarschuwingen van vooraanstaande Israelische autoriteiten zelf? Al op 31 maart 1955 schreef de Israelische premier Moshe Sharett in zijn dagboek: “Wij rechtvaardigen het systeem van vergelding op grond van pragmatische overwegingen… Wij hebben de mentale en morele remmen op dit instinct vernietigd en hebben het mogelijk gemaakt om wraak als een morele waarde aan te moedigen.” Twee maanden later, op 26 mei 1955, noteerde hij, na een uiteenzetting van generaal Moshe Dayan, in datzelfde dagboek: “De conclusie uit Dayan’s woorden zijn duidelijk: Deze staat heeft geen internationale verplichtingen… het vraagstuk van de vrede bestaat niet… De staat moet zijn acties met oogkleppen op beramen en met het zwaard leven. Het moet het zwaard zien als het belangrijkste, zo niet het enige, instrument waarmee het zijn moraal moet hooghouden. Om dit beoogde doel te bereiken mag het, nee – moet het – gevaren verzinnen, en om dit te doen moet het de methode van provocatie en vergelding toepassen… En bovenal – laten we op een nieuwe oorlog met de Arabische landen hopen, zodat we onze problemen definitief kunnen oplossen en ons gebied kunnen vergroten… Ben-Gurion zelf zei dat het de moeite waard zou zijn om een Arabier een miljoen pond te geven om een oorlog te beginnen,” aldus de toenmalige premier van Israel die naderhand politiek uitgerangeerd werd. Al vele decennia lang gedraagt Israel zich als een schurkenstaat en gebruikt het de nazi-holocaust als een moreel chantagemiddel en wordt het tegelijkertijd gebruikt door die joden in de diaspora die geloven dat het land hen “een identiteit” verschaft.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12