Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Auschwitz verblindt Bleich, bepaalt haar hele leven, het trauma is niet verwerkt, kan niet worden verwerkt, de oorlog gaat door, Hitler bepaalt haar angsten en haar denken. Ze kan niet zien wat de joods-Israelische historica Idith Zertal in haar studie Israel’s Holocaust and the Politics of Nationhood als volgt constateert: “door middel van Auschwitz – dat door de jaren heen Israel’s belangrijkste referentie is geworden in zijn relaties met een wereld die herhaaldelijk gedefinieerd wordt als antisemitisch en voor altijd vijandig – heeft Israel zich immuun gemaakt voor kritiek, en onontvankelijk voor een rationele dialoog met de wereld rondom.” Bevangen door een begrijpelijke paranoďde levenshouding lukt het niet om de werkelijkheid te doorgronden. Het is ook niet verwonderlijk dat Max van Weezel zich publiekelijk afvroeg waarom hij al die jaren niets had geweten van de terreur waaronder de Palestijnen gebukt gaan. Ondanks de talloze bezoeken aan het land kon hij eenvoudigweg de werkelijkheid niet zien, de angst belette hem dat, de angst waarmee hij was opgevoed en de angst die om cynische politieke redenen door de Israelische staat wordt gecultiveerd. Nooit zal Van Weezel in staat zijn om net als de journalist John Pilger te berichten “dat van de honderden doden en duizenden gewonden in de tweede intifada 90 procent Palestijnse burgers is geweest, 45 procent van hen onder de achttien, en 60 procent werd neergeschoten terwijl ze thuis, op school of op hun werk waren.”

De intense onzekerheid, angst en schuldgevoel staan ook centraal in een open brief die de journalist Leonard Ornstein in 1983 schreef aan zijn vriend Dov die naar Israel was gemigreerd: “als Israel aangevallen word, voel ik mezelf aangevallen. Misschien komt het doordat ik als zionist opgegroeid ben en toch niet naar Israel ben gegaan. Het klinkt pathetisch, maar ik heb als gesjeesde zionist een schuldgevoel dat ik niet bij jullie ben,” en wel omdat hij “niet wist of ik mijn hele leven wel op Israel en het jodendom wilde afstemmen. Was dat niet een te beperkte doelstelling? Er was zoveel meer waarvoor ik belangstelling had… Ik wilde sociologie gaan studeren, en begon daar vast in Nederland aan… Ik heb eigenlijk nooit expliciet besloten om te blijven. Maar het moment dat ik vertrok, brak ook niet meer aan. Wat bleef was een gevoel van ongemakkelijkheid over die keuze. Een gevoel dat langzaam sleet. Een gevoel dat na de Libanon-oorlog weer heftiger werd. Een schuldgevoel, zoals ik het net heb genoemd… Ik ben een paar jaar vóór jou geboren – tien jaar na de bevrijding. Ben feitelijk nooit met afschuwelijke gebeurtenissen geconfronteerd. Maar mijn ouders hebben wel de bezettingsangst op me overgebracht: wat zullen mijn vrienden, kennissen en collega’s doen als het weer oorlog wordt? Waarom ben ik zo bang dat ze dan niets zullen doen?” zo schreef hij 38 jaar na de bevrijding die geen einde maakte aan de oorlogsangsten. Alles bleef in het teken staan van de vervolging, de vernietiging… “Het was niet meer dan logisch dat ik me op de middelbare school… betrokken voelde bij Vietnamactiviteiten en solidariteitsavonden voor de zwarte bevolking van Zuidelijk Afrika. Hopend dat het niet zou botsen met mijn betrokkenheid bij het jodendom.” Naar aanleiding van kritiek die een mede-activist kritiek op Israel uit, schrijft Leonard: “Hij had geen ongelijk dat hij iets voor de Palestijnen wilde doen. Hij had niets antisemitisch gezegd. Wat pijn deed was de koele benadering. Waarom begreep hij niet dat ook Israel in gevaar was? Waarom wilde hij het alleen voor de Palestijnen opnemen – en niet ook voor de joden? Niemand steunde me openlijk in die vergadering.” Ook Ornstein wordt verscheurd door loyaliteiten: “Ik vroeg: waarom heeft Israel als een van de eerste landen in de wereld Pinochet erkend?” Maar toch: “Ik identificeer me nog steeds meer met Israel dat tenminste volop leeft dan met de in zich zelf gekeerde joodse gemeenschap van Nederland… Israel, het land dat tot het laatst toe Somoza had gesteund en dat wapens leverde aan foute regimes… Die dag kwam ook Augusto Pinochet met enkele andere militairen de synagoge binnengewandeld… de joodse leiders gaven geen blijk van ontstemming… Ik schaamde me voor wat Israel aanrichtte, wist niet wat ik terug moest zeggen als er kritiek op het Israelische optreden werd geuit… Men had wéér gelijk dat de Palestijnen onrecht werd aangedaan. Maar wéér werd niet begrepen wat het bestaan van Israel voor mij betekende. Dat Israel voor mij niet primair met onderdrukking, maar met mijn eigen emancipatie verbonden was. Dat Israel de garantie gaf dat ik hier met opgeheven hoofd kon leven. Dat als Israel er niet zou zijn (de term is ontleend aan een stuk dat de schrijver Leon de Winter hier in De Volkskrant schreef) alleen nog ‘kwetsbare joden’ zouden overblijven.” Ornstein suggereert hiermee dat Israel voor de joden in de diaspora een therapie is om de angst beheersbaar te maken, een medicijn voor degenen die gevangen zitten in “onze joodse paranoia,” zoals Israel’s voormalige minister van Onderwijs, Shulamit Aloni, het noemt. Een extreem angstige levenshouding is een verklaring voor de onvoorwaardelijke steun aan de terreur van Israel. Israel moet de “leegte, die nooit als zodanig werd aangeduid, en die ons toch gemaakt heeft tot wie we zijn geworden” vullen, of zoals de joods-Israelische hoogleraar Benjamin Beit-Hallahmi schreef: “In ruil voor de onbeperkte politieke steun aan Israel hebben de Amerikaanse joden gekregen wat ze het meest ontbreekt: een ideologische inhoud om de leegte van hun identiteit te vullen.” En de Europese joden, kan daaraan toegevoegd worden. Die houding is volkomen schizofreen geworden en heeft tot een geweldige permanente verscheurdheid geleid: “Ik kan en wil mijn joods zijn niet verloochenen. Maar dat verandert weinig aan mijn besluit om in Nederland te blijven. Israel is niet het totale middelpunt van mijn leven en zal dat ook niet vlug worden. Ik blijf opkomen voor de rechten van de joden, en ze zien als onderdeel van een breder streven naar een rechtvaardiger samenleving. Ik vraag me af of ik met die visie in Israel nog een kant op zou kunnen. Maar ik zal altijd wel een schuldgevoel houden dat ik jullie daar in de steek heb gelaten,” zijn Leonard’s laatste bewogen woorden in de open brief aan zijn vriend Dov, die de stap wel maakte. Hoewel Ornstein over zijn “joods zijn” spreekt, weet hij hier geen andere inhoud aan te geven dan dat het met panische angst te maken heeft. Dat Israel inmiddels op geen enkele manier gezien kan worden als “onderdeel van een breder streven naar een rechtvaardige samenleving” is iets dat hij moet negeren. Het waren de antisemieten die hem het gevoel gaven van onveiligheid en hem opzadelden met een extreem angstige levenshouding, waarbij alles in het teken staat van vrees en vertrouwen, en tegelijkertijd Israel zadelde hem op met “een schuldgevoel” omdat deze staat zijn loyaliteit onvoorwaardelijk opeist. Tussen die twee polen voltrekt zijn leven zich. Het is duidelijk dat een dergelijke verscheurdheid niet de juiste basis is om onafhankelijk over het “Israelisch-Palestijns conflict” te kunnen berichten. Maar toen ik daarover in 2000 voor Vrij Nederland een artikel had geschreven reageerde hij geschrokken met de reactie: “Sinds wanneer mogen journalisten vanwege hun etnische of religieuze oorsprong geen standpunt innemen?” Een retorische vraag die voorbij gaat aan het punt waar het om draait. Iedereen mag en moet soms zelfs een standpunt innemen, maar een journalist dient onafhankelijk te zijn, en zijn/haar berichtgeving dient niet bepaald te worden door een etnische of religieuze vooringenomenheid. Bovendien is angst een slechte raadgever bij het analyseren van een probleem waarbij men zich emotioneel betrokken voelt. Zoals kritiek op Israel al snel door een aanzienlijk aantal joden in de diaspora gezien wordt als “antisemitisme” zo worden de Palestijnen en de Arabieren door Israelische politici en media geportretteerd als de opvolgers van de nazi’s, die uit zijn op de totale vernietiging van de joden in Israel. Zo verklaarde Ben Goerion al in 1951 om zijn politieke wil door te drijven: “Wij willen niet dat de Arabische nazi’s komen om ons af te slachten.” En Moshe Dayan zei dat “duidelijk wordt tijdens het Eichmann proces dat er sprake was van actieve passiviteit van de wereld ten overstaan van de moord op de zes miljoen. Er kan geen twijfel bestaan dat alleen dit land en alleen dit volk de joden kan beschermen tegen een tweede holocaust. En dus is elke centimeter van de Israelische grond alleen voor joden bedoeld.” Kortom: wanneer de joodse identiteit vooral bepaald wordt door de angst voor de vernietiging dan is fundamentele kritiek op de Israelische politiek de eerste stap op weg naar de holocaust. “Collectieve angst of hysterie,” zo stelt Idith Zertal “is een complex fenomeen dat moeilijk is te definiëren en af te bakenen. Gevoelens te worden vervolgd, gecombineerd met een typische gevoeligheid voor woede en lichtgeraaktheid voor hen die voor eens en altijd als vijanden worden gezien, zijn de meest opvallende karaktertrekken van de mentaliteit van een massa, zei Elias Canetti. ‘Deze vijanden kunnen op welke manier dan ook reageren,’ schrijft hij, ‘hard of verzoeningsgezind, koud of pathetisch, onverbiddelijk of mild – wat ze ook doen zal geďnterpreteerd worden als voortkomend uit een onwankelbare kwaadwilligheid, een opzettelijke intentie om de menigte te vernietigen, openlijk dan wel in het geniep.’”

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12