Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Een andere problematische wetmatigheid is dat het slachtoffer niet in staat is zichzelf als dader te zien. De Palestijnse auteur Emile Habibi publiceerde in het Israelische tijdschrift Politika de volgende beschouwing: “Ik kan me niet voorstellen dat als de holocaust niet had plaatsgevonden, de broeders van Heinrich Heine en Maimonides, Bertolt Brecht en Stefan Zweig, Albert Einstein en de onsterfelijke Arabisch-joodse dichter Shlomo Ben Oavadia het zouden hebben toegestaan dat een joodse regering andere semitische volkeren uit hun huizen verdreven… In feite kan het gruwelijke leed dat de joden is aangedaan door het nazi beest niet alleen gemeten worden door de zes miljoen die vernietigd werden in de concentratiekampen en door andere manieren van massamoord. Het wordt ook gemeten door de verschrikkelijke prijs die het joodse volk heeft betaald als gevolg van het verlies van hun magnifieke joodse traditie en in de schade die het heeft veroorzaakt aan dat wat het “joodse hart” is genoemd.” Hoe begrijpelijk de angst en de verwarring van mijn joodse leeftijdgenoten ook mogen zijn, is het voor mij onacceptabel te accepteren dat hun angsten hen uiteindelijk dwingt om onvoorwaardelijk achter Israel te staan en om kritiek van zowel joodse als niet-joodse zijde te verwerpen. Wij, westerse intellectuelen hebben alleen om ons te wapenen tegen de waanzin. De taal die de moeder is van de gedachte en niet haar dienstmeid, zoals de satiricus Karl Kraus keer op keer liet weten. De taal en het geweten van die taal, het recht. Al het andere is de willekeur van de macht, de dictatuur van het geweld. Vandaar ook mijn diepe respect voor iemand als Hajo Meijer, 83 jaar oud, die Auschwitz overleefde, en trouw bleef aan de traditie van het joods humanisme. Meijer, die bestuurslid is van Een Ander Joods Geluid, is voor mij iemand die de hoop vertegenwoordigt, iemand die ervan doordrongen is dat “alleen de teloorgang van de eigen intermenselijke ethiek het jodendom [zal] vernietigen.” En niets anders, als de angst overwint, normen en waarden op de tweede plaats komen, heeft Hitler alsnog de oorlog gewonnen. Het was niemand minder dan Hannah Arendt die schreef: “De grootheid van dit volk was eens dat het geloofde in God, en op zo’n manier in Hem geloofde dat zijn vertrouwen en liefde voor Hem groter was dan zijn angst. En nu gelooft dit volk alleen in zichzelf? Wat voor een goeds kan hieruit voortvloeien? – Wel, in dit opzicht “hou” ik niet van de joden, noch “geloof” ik in hen; ik behoor alleen maar tot hen als een vanzelfsprekendheid, voorbij een punt van discussie of argument… Ik ben niet bewogen door een of andere ‘liefde’, en vanwege twee redenen: ik heb nooit in mijn leven van enig volk of collectief ‘gehouden’ – niet van het Duitse volk, niet het Franse, noch het Amerikaanse, ook niet van de arbeidersklasse of iets van dat alles. Ik houd in feite ‘alleen’ van mijn vrienden en de enige soort liefde die ik ken en waarin ik geloof is de liefde voor personen.” De “liefde voor joden” vond ze tamelijk verdacht “Ik kan niet van mezelf of van iets houden waarvan ik weet dat het een essentieel onderdeel is van mijn eigen persoon.” Arendt was een kosmopolitische intellectueel in de brede zin van het woord, haar land was de wereld van de gedachten. “Denken en Herinneren… is de menselijke manier om te wortelen, om je plaats in te nemen in de wereld waarin we allen als vreemdelingen arriveren.” Haar werkelijke loyaliteit ging niet uit naar een volk, een massa, maar naar een bepaalde ethische gedachtewereld, het domein van de geest. Al in een vroegtijdig stadium waarschuwde ze ervoor dat een “joodse natiestaat” de oorspronkelijke Palestijnse bevolking zou verdrijven waardoor een nieuw stateloos volk zou ontstaan. Ze wees er in mei 1948 op dat “na de oorlog bleek dat de joodse kwestie, die als enig onoplosbare werd beschouwd, daadwerkelijk was opgelost – namelijk door middel van een gekoloniseerd en toen veroverd gebied – maar dit loste niet het probleem van de minderheden en ook niet van de statelozen op… De oplossing van de joodse kwestie produceerde alleen maar een nieuwe categorie vluchtelingen, de Arabieren.” Met als gevolg dat “zelfs als de joden de oorlog winnen het eindresultaat slechts [zal] zijn dat de unieke mogelijkheden en de unieke verrichtingen van het zionisme in Palestina vernietigd zouden zijn… De ‘zegevierende’ joden zouden omringd leven door een volledig vijandige Arabisch bevolking, afgezonderd binnen altijd bedreigde grenzen, geabsorbeerd door de fysieke zelfverdediging in een mate die alle andere belangen en activiteiten zou onderdompelen. De groei van een joodse cultuur zou ophouden de zorg te zijn van een heel volk; speciale experimenten zouden terzijde moeten worden geschoven als onpraktische luxe; het politieke denken zou zich concentreren op militaire strategie; economische ontwikkeling zou bepaald worden door de oorlogsbehoeften. En dit alles zou het lot van een natie zijn dat – ongeacht hoeveel immigranten het nog zou kunnen opnemen en hoe ver het zijn grenzen zou uitbreiden… een zeer klein volk zou blijven dat ver in aantal zou worden overtroffen door vijandige buren.” Precies 60 jaar later kunnen we alleen maar constateren hoe profetisch Arendts woorden waren. Het provincialisme, nationalisme en racisme in Israel zijn sindsdien alleen maar schrikbarend toegenomen, zo erg dat er van het joods humanisme niets is overgebleven. Gesteund door het consequentieloze Westen onder aanvoering van de pro-Israel lobby, is het land een hel geworden, een hel voor allereerst de Palestijnen en tot op zekere hoogte ook voor de joden. Zo erg is het dat er nu ook sprake is van een Israelische diaspora, het extremisme van het zionisme heeft een half miljoen joden geen ander alternatief overgelaten dan uit te wijken naar democratische rechtsstaten. Het is paradoxaal genoeg het directe resultaat van “de joodse holocaust, en de Israelische macht,” die volgens Zertal “op die manier een centrale factor waren geworden in het consolideren van de Israelische identiteit en in het versterken van de sociale cohesie en solidariteit in Israel.” Dit geldt zowel voor de joden in Israel als ook de joden in de diaspora voor wie Israel “vrijwel de enige tastbare manifestatie in deze wereld is van joodse identiteit,” die het “zwart gat” van de holocaust moet dichten voor Anet Bleich en al die andere joodse “te laat geboren Partizanen” die vanuit het veilige Westen toekijken hoe het zionisme niet alleen de Palestijnen maar ook “het beloofde land” te gronde richt. Verlamd door de angst waarover ze schreven verzwijgen ze als journalisten de werkelijkheid die na de veroveringen van ’67 door één van de linkse grondleggers van de staat, Yitzhak Tabenkin, aldus werd verwoord: “Het doel van ons hele project was toen, en blijft nog steeds: een Groter Israel binnen zijn natuurlijke grenzen uit de oudheid; van de Middellandse Zee tot de woestijn en van Libanon naar de Dode Zee – als een herboren vaderland van het voltallige joodse volk. Dit is het authentieke zionistische ideaal.” Om hun angsten te bezweren plegen zowel de joden in Israel als hun sympathisanten in de diaspora verraad aan hun eigen fatsoensnormen en waarden. Ze kunnen niet zelfstandig over de muren van hun zelf geschapen getto heen klimmen en wachten nu in steeds grotere vrees hoe deze tragedie gaat aflopen, verlamd en in wezen sprakeloos kijken ze toe hoe nu joodse fundamentalisten steeds meer de extremistische koers van Israel bepalen. Het land is moreel failliet, de elite is door en door corrupt en het zionisme wordt financieel drijvende gehouden door de pro-Israel lobby, die geen enkele visie heeft behalve nog meer willekeurig geweld. En bovenal: Israel is alleen nog maar een pion in het westerse geopolitieke schaakspel. Dat is het onvermijdelijke resultaat van de fatale combinatie van nationalisme, religie en angst, maar allereerst van het Europese antisemitisme. Onder de stempel van Auschwitz krijgt de werkelijkheid een diametraal andere betekenis, de veroveraars worden dan veroverden, de daders slachtoffers, de vervolgers de vervolgden. Gezien vanuit de hel van de vernietiging is alles en niets meer waar. Het gevolg is dat in Israel “politieke tegenstanders gebrandmerkt [worden] als ‘anderen,’ als verraders, die het leven van de gemeenschap bedreigen, en haar bestaan ontkennen, en op deze wijze de bescherming verliezen die voortkomt uit fundamentele menselijke en politieke normen en dit wordt allemaal zowel gerechtvaardigd als begaan uit naam vanwege morele redenen, in naam van hogere waarden,” aldus Zertal. Ze laat zien hoe het zionisme een leugen is geworden, een ideologie die joden geen bescherming biedt, maar onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist voor haar almaar groeiend extremisme, haar onverzadigbaar expansionisme, haar zucht naar de hegemonie in het Midden Oosten. Tot tenslotte op 4 november 1995 het onvermijdelijke gebeurde, de man die als militair met terreur de Palestijnen had verdreven, werd door een joodse terrorist vermoord. Het was Yitzhak Rabin die in 1948 de etnische zuivering van Lydda en Ramleh had geleid, Palestijnse steden die aan de Palestijnse staat waren toegewezen. Na een bloedbad werden meer dan 40.000 Palestijnse burgers verdreven en stierven talloze vrouwen en kinderen tijdens de daaropvolgende dodenmars. Tegenover de New York Times verklaarde Rabin in 1979 dat enkele joodse “knapen weigerden deel te nemen” aan de zionistische terreur. “Langdurige propaganda activiteiten waren na de actie noodzakelijk… om uit te leggen waarom we gedwongen waren om een dergelijke harde en wrede actie uit te voeren.’ Naderhand schreef Rabin in zijn dagboek: ‘Psychologisch was dit een van de moeilijkste acties die we ondernamen.’

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12