Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Hoewel van schilders verwacht mag worden dat ze goed kunnen kijken, beweren de kunstenaars van Ein Hod toch dat er vroeger geen bomen waren, wat volgens Slyomovics verbijsterend is omdat “locale olijfboomgaarden duidelijk zichtbaar zijn op luchtfoto’s die de Britse koninklijke luchtmacht in 1945 maakte.” Maar zelfs voor de kunstenaars van dit drukbezochte toeristenoord blijven de Palestijnen en hun wereld onzichtbaar. Het geweten duldt hun aanwezigheid niet. Het zionisme maakt ziende blind. Dat is ook de reden dat “de Arabische huizen gemakkelijk opgevat werden als objets trouvés, de gevonden objecten van Dada. Om te leven met zoveel duizelingwekkende contradicties hebben de kunstenaars van Ein Hod zich in esthetisch opzicht aangepast aan de aanwezigheid van de oorspronkelijke Arabische architectuur door met opzet ruines te maken en in stand te houden.” Het is tegelijk fascinerend en angstaanjagend om te zien hoe mensen in een leugen kunnen leven. Daarvoor moet veel ontkend worden, met voorop natuurlijk de ander. In de catalogi “ beschrijven de kunstenaars van Ein Hod met sleutelwoorden en zinnen de eerste ontmoeting met de inheemse architectonische achtergrond” waartegen ze hun toneelstuk opvoeren. De sleutelwoorden zijn dat het hier een “verlaten Arabisch dorp” was vol met “ desolate bijbelse locaties.” Om dit decor te bewaren wisten Janco en zijn kunstenaars zelfs te voorkomen dat de bulldozers van het leger ruines met de grond gelijk maakten. Hoe veel de kunstenaars de Palestijnse architectuur ook bewonderden, de oorspronkelijke bewoners interesseerden hen niets. Professor Slyomovics ontdekte dat Janco’s vrouw het Palestijnse vakmanschap prijsde “zonder ook maar iets te weten van de oorspronkelijke intentie van de Palestijnse bouwer; ze wist de data niet en ook niet de identiteit van de voormalige bewoners om een beeld te kunnen oproepen… Doorgaans suggereren ruines langdurige bewoning; maar toch wordt het bestaan van een eens bewoond Arabische huis of een gemeenschapsruimte ontkend en vervangen, fysiek en esthetisch, door een voorkeur voor, een waardering van, ruines in de vorm van een gewenst en opzettelijk verval… De ruines, zoals Ein Hod’s symbolische bogen, zijn structureel versterkt door het inbrengen van ijzeren staven om het sentimentele uiterlijk en sfeer van volksarchitectuur te handhaven, bevroren in tijd in de laatste fasen van verval. Janco zelf stond erop dat de bogen gerenoveerd en in hun vervallen staat behouden moesten worden, ondanks het feit dat ze hinderlijk in het midden van de weg staan… De Israëli’s van Ein Hod leven in een Palestijns Arabisch verleden, een architectonisch verleden, dat door de bewoners ervan worden genegeerd of ontkend… De kunstnijverheid voorwerpen van Ein Hod zijn ook antropologisch betekenisvol, maar de uiteenzettingen zijn de bekende formuleringen die de aanwezigheid van de Palestijnen in het heilige land verklaren: Arabieren worden op uiteenlopende manieren opgevat als nakomelingen van de oorspronkelijke joden die zich bekeerden tot de islam (‘daarom hebben wij een recht op hun Ein Hod’), dan wel als afstammelingen van Europese kruisvaarders… of als recente immigranten in Palestina van elders uit de Arabische wereld.” Slyomovics laat zien hoe zelfs de joodse kunstenaars in dit dorp aangetast zijn door het autisme dat Israel beheerst, hoe Duitsers er welkom zijn, maar niet de Palestijnen, hoe het racisme een kitsch samenleving heeft gecreëerd, met schildrijen waarop “Arabische huizen opduiken als kinderlijke afbeeldingen van een witte kubus, elk ervan ingebed in een kleurrijke kitscherige weergave van het landschap.” De rechten van de oorspronkelijke bewoners van Ein Hod worden alleen erkend zodra er onder de kunstenaars zelf onenigheid bestaat over de grenzen van hun eigendom en ze de Palestijnen laten bepalen hoe die grenzen vroeger liepen. Zelf zijn de Palestijnse bewoners van het nieuwe Ein Houd “gedwongen om vreemdelingen en toeristen te zijn in hun eigen landschap,” gevangenen van de geschiedenis die in Europa begon. Tegelijkertijd zitten even verderop de joodse kunstenaars in Ein Hod gevangen in hun leugenachtige werkelijkheid, niet in staat om uit de kitsch los te breken.

In al die jaren zijn door het zionisme vele tienduizenden burgers om het leven gekomen of zwaar verminkt, een aanzienlijk deel van de slachtoffers is kind. Zij betalen de prijs voor het Israelische streven naar hegemonie en expansionisme. En als slachtoffers worden de Palestijnen ook nog gehaat. Hun lot herinnert zowel de joden als de christenen in Europa aan het onrecht dat hen is aangedaan. Tegelijkertijd is het alsof voor de moderne mens de meedogenloosheid steeds onzichtbaarder wordt. “De wreedheid die in deze campagne uitgeoefend wordt tegen de burgers is genoeg geweest om het heiligere motief van ons te vervloeken. Wij verdienen nauwelijks succes,” was nog een reëel bestaand gevoel onder de overwinnaars tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, maar die emotie treft men niet snel meer aan in de huidige persverslagen. “Collateral damage,” wordt de terreur tegen de burgerbevolking vandaag de dag genoemd: “bijkomende schade” een term die geaccepteerd wordt door het tv-publiek. Deze vorm van journalistiek wordt aan hen verkocht als “evenwichtig” en “professioneel,” terwijl elke journalist diep in zijn hart kan beseffen dat deze terminologie een politieke leugen maskeert. De politieke en economische elite controleren de massamedia die vrijwillig meewerken aan de vervorming van de sociale werkelijkheid door feiten te verzwijgen of ze niet in een historische context te plaatsen. Daarnaast is er een agressieve hysterie ontstaan onder beleidsbepalers die leidt tot uitspraken als deze van Moshe Yaalon, de chefstaf van het Israelische leger tijdens de bloedige herbezetting van de Gaza Strook en de Westbank: “De Palestijnen zijn een kankergezwel […] levensbedreigend… Als kanker zich manifesteert zijn er allerlei oplossingen. Sommigen zullen zeggen dat organen moeten worden geamputeerd. Maar op dit moment pas ik chemotherapie toe, ja.” Het failliet van het zionisme bereikte een ander moreel dieptepunt toen “een hooggeplaatste officier van het Israelische leger, de dag voor de invasie in Palestijnse vluchtelingenkampen, aan zijn soldaten uit legde dat ‘we moeten leren van de ervaring van anderen, ook van de manier waarop de Duitse roepen het getto van Warschau innamen.’”

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12