Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Islah Jad: ‘Een van de redenen dat wij ons richten op Israëlische universiteiten is het feit dat zij onderdeel zijn van de bezettingsstructuur. Ze dienen de onderdrukking, ze verschaffen vitale steun aan de bezetting. Juridisch geschoolde Israëli’s waren politiek adviseur van de militaire gouverneurs in de bezette Palestijnse steden. Mijn echtgenoot en ik werden tot tweemaal toe door een politieke adviseur gesommeerd voor een ondervraging op zijn kantoor. De resultaten van dat verhoor wilde hij gebruiken voor het verkrijgen van zijn doctoraal aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. En ook arabisten die de Palestijnse cultuur, sociologie, antropologie kennen zijn onderdeel van het bezettingsleger. Ze zijn nu gevestigd in het hoofdkwartier van de militaire bezettingsmacht op de Westbank, Beit El, in de periferie van Ramallah, hier twee kilometer vandaan. Daarnaast dienen alle Israëlische academici, zowel staf, onderwijzend personeel als studenten tot hun 56ste jaar in het Israëlische leger. Ze vormen een integraal onderdeel van de bezettingsmacht en het universitaire programma is aangepast aan hun afwezigheid. En tenslotte zijn academici altijd betrokken bij het bepalen van het onderdrukkingsbeleid, psychologen, sociologen, antropologen. Zelfs het martelen in de gevangenissen wordt door Israelische academici begeleid, artsen houden toezicht en weten precies hoe en waar de slachtoffers geslagen moeten worden zonder dat er een medische behandeling nodig is. Ook weten de deskundigen exact tot hoever de beulen kunnen gaan, zo wordt voorkomen dat men gevangenen doodmartelt als dat niet de bedoeling is, en als dat wel de opzet is dan weten ze hoe Palestijnen het meest effectief doodgemarteld kunnen worden. Veel Israëlische geneesheren accepteren het dat in hun ziekenhuizen Palestijnse gevangenen vastgeketend liggen aan hun bed, ze protesteren daar niet tegen. Al die jaren van wrede onderdrukking heeft ooit ook maar één Israëlische universiteit zich uitgesproken tegen de bezetting. Geen één, nooit! Erger nog, een biologiestudent van onze universiteit is enkele maanden geleden hier opgepakt. Hij was bezig met de laatste fase van zijn doctoraal en nu weigert de Universiteit van Tel Aviv hem zijn doctoraal te geven, zodra hij klaar is. Zonder dat hij veroordeeld is, behandelt de Israëlische universiteit hem als een terrorist. We hebben het hier dus over een Israelische academische wereld die volledig meewerkt aan de bezetting, over academici die essentiële steun verlenen aan de onderdrukking van de Palestijnse bevolking en de diefstal van hun land. Ondanks het feit dat ze beschikken over vrijheid van meningsuiting weigeren de Israëlische universiteiten als instituten van kennis en geleerdheid de Israëlische misdaden te bekritiseren.’

Lisa Taraki: ‘En het zijn niet alleen de universiteiten maar ook de Israëlische academische organisaties die het niet belangrijk genoeg achten om op een of andere manier de bezetting en de zware aanval op het Palestijns universitair onderwijs en de staf en studenten af te wijzen. Als men kijkt naar de geschiedenis van welke universiteit dan ook op de Westbank en in de Gaza Strook dan zal men zien dat die erin geslaagd zijn om te overleven, ondanks de Israëlische bezetting. Men heeft keihard moeten werken om de maandenlange, soms jarenlange afsluiting te boven te komen. Birzeit was vier jaar lang gesloten, de militairen hebben de universiteit wel achttien keer gesloten, en u weet niet hoe ondermijnend dat kan zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Ik wil u niet lastig vallen met alle verschrikkingen die wij hebben doorstaan, maar al die jaren heeft, op een enkeling na, geen van de Israëlische academici ooit zijn/haar mond hierover publiekelijk opengedaan. Er waren decennia geleden enkele dappere individuen, die hier ’s avonds kwamen demonstreren tegen de onderdrukking van het wetenschappelijk onderwijs, sommigen van hen werden gearresteerd, maar hun aantal was altijd klein en is alleen maar geslonken. Onlangs sprak ik met hen, ze zijn inmiddels in de zeventig. Toen ik over de boycot sprak, zeiden ze dat ze tot de conclusie waren gekomen dat hun activiteiten vele jaren geleden geen enkele impact hebben gehad op de Israëlische samenleving en op de Israëlische academische wereld. Al het verzet verdween in het niets. Het uitoefenen van druk van buitenaf zal ook meer effect opleveren, dan acties van binnenuit waarbij men Israëlische academici probeert te overtuigen dat de bezetting illegaal is en dat hier al veertig jaar lang de mensenrechten en de academische vrijheid worden geschonden. Ik zou daaraan willen toevoegen dat veel faculteiten van de Israëlische universiteiten en de daaraan verbonden onderzoeksinstituten op een permanente basis de Israëlische regering adviseren over allerlei aspecten van de bezetting. Ze doen bevolkingsonderzoeken, geven demografische feiten enzovoorts, de sociale wetenschappen in Israël zijn op talloze manieren gecompromitteerd. Het zionisme heeft zich altijd gepresenteerd en ziet zichzelf als een muur voor de westerse wereld tegen de ‘barbarij van het Oosten’. Ze meten zich altijd af aan Europa en de VS en ze willen niet vereenzelvigd worden met de regio waarin ze leven. Die regio willen ze domineren, vandaar het permanente geweld. Een paar dagen geleden nog bombardeerden ze Syrië en ze namen niet eens de moeite om de exacte redenen te vertellen. Ze kunnen zich blijven voordoen als westerlingen zolang Europa en de VS de barbaarse schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten feitelijk blijven steunen.’

Islah Jad: ‘Ik zou in dit verband ook iets willen zeggen over het democratische gehalte van Israëlische academici. Als ze werkelijk in burgerrechten geloven dan kunnen ze die niet alleen voor zichzelf claimen, terwijl ze die anderen, zoals Palestijnse academici, ontzeggen. Stel dat Amsterdam de tweede heilige plaats voor de joden in de wereld is en de Nederlandse autoriteiten ontzeggen de joodse gemeenschap in Nederland het recht om Amsterdam te bezoeken, zou u dan nog spreken van een democratische rechtstaat? Die schending van elementaire burgerrechten gebeurt hier nu systematisch op elk niveau. Sinds 1994 kunnen Palestijnen in de bezette gebieden Jeruzalem niet vrij bezoeken. Ze moeten een pasje hebben om in de Al Aqsa-moskee te kunnen bidden en de overgrote meerderheid krijgt die niet.’

Lisa Taraki: ‘De zionistische lobby gebruikt het argument van anti-semitisme om een discussie over de bezetting te verijdelen. We verwachten ook niet echt dat Europese universiteiten de boycot zullen steunen. Daarentegen kunnen organisaties als vakbonden en kerken zich voor een boycot uitspreken, en dat gebeurt op dit moment ook. Zij hebben een aanzienlijke achterban en moreel gezag en kunnen investeringen blokkeren in bedrijven die profiteren van de bezetting. En toch doen we een beroep op academici, al was het maar om een debat over de bezetting te beginnen. Het argument dat een boycot de academische vrijheid vernietigt, is nonsens. Waar de Israëlische academici het over hebben is in feite niet de academische vrijheid, want onze academische vrijheid wordt al jarenlang ernstig beperkt, zonder dat ze hiertegen protesteren. Waar ze het over hebben is hun academische privileges, de voorrechten om vrij naar conferenties te kunnen reizen, om via publicaties aandacht voor hun werk te krijgen, om fondsen te werven voor hun onderzoek. Ondertussen bezitten Palestijnse hoogleraren en studenten niet eens algemeen aanvaarde fundamentele mensenrechten, laat staan academische vrijheid. Zolang men daarover zwijgt en zelfs meewerkt aan deze schendingen dan blijft het argument van academische vrijheid buitengewoon hypocriet. Desondanks was de academische vrijheid het belangrijkste argument in een paginagrote advertentie in de New York Times, uiteindelijk ondertekent door meer dan 400 hoofden van Noord Amerikaanse middelbare scholen en universiteiten, waarbij - volledig onjuist - gesteld werd dat de vakbond van Britse academici had besloten “een boycot van Israëlische onderwijsinstellingen te propageren.” De tekst was opgesteld door het hoofd van de Columbia Universiteit die benadrukte dat hij “trots was te zeggen dat wij Israëlische geleerden en universiteiten omarmen.” Dezelfde Israëlische academici die meehelpen aan of zwijgen over de schending van onze academische vrijheid en onze fundamentele mensenrechten. Met andere woorden: in de door een joods Amerikaanse lobbyorganisatie betaalde paginagrote advertentie werd de Britse vakbond van academici openlijk aangeklaagd voor iets dat ze niet hadden gedaan. Wat de vakbondsleden wel hadden gedaan was in mei 2007 een oproep doen om tijdens het academische jaar de kwestie van de boycot te bespreken op de universiteiten. Wij van PACBI hebben vervolgens de meer dan 400 Noord Amerikaanse academici verzocht het feit in acht te nemen dat de hoofden van hun onderwijsinstellingen zich publiekelijk hebben uitgesproken tegen de mogelijkheid van een openbaar debat op hun instituten over een academische boycot van Israël. Over academische vrijheid gesproken! Het toont andermaal aan hoe moeilijk het is de bezetting bespreekbaar te maken. Maar we gaan door op een vreedzame manier te vechten tegen de dagelijkse terreur van de Israëlische onderdrukking.’

1 | 2