|
Interview met Mohammed Jaradat
“Israel zou zijn Arabische joden met rust moeten laten.”
Mohammed Jaradat is mede oprichter van Badil Resource Center en coördinator van de coalitie Het Recht op Terugkeer.
‘Mahmoud Darwish heeft eens een gedicht geschreven over zijn moeder, over zijn verlangen naar haar brood, haar koffie, haar aanraking. Zijn beschrijving van zijn moeder verwijst naar het Palestijnse land, het dorp, de geur, het geluid, het ergens bijhoren, ergens geworteld zijn waar je opgenomen bent in een groter geheel, zonder onderdrukking, zonder de terreur van een bezetting. De geur van het land doet hem als dichter denken aan de bedwelmende geur van een vrouw die net van onder de douche komt. Darwish heeft het lot van de Palestijnen gehumaniseerd, hij laat zien dat onze ervaringen universeel zijn. Zijn poëzie ligt veel dichter bij het hart en de ziel van een Palestijn dan het geweld dat gebruikt wordt om voor een zaak op te komen. Hij laat onze identiteit zien, die is gebaseerd op het geloof in een plaats waar je thuis hoort, het geloof in het recht van een gemeenschap om in vrijheid te leven, en het geloof dat op een zekere dag gerechtigheid zal zegevieren. Dat gevoel is heel sterk, onder alle Palestijnen, of ze nu hier in Palestina wonen of als vluchteling in het buitenland. Wij allen delen hetzelfde geloof en verlangen en dezelfde waarden die onze identiteit bepalen. Het is een kwestie van cultuur. Neem bijvoorbeeld de havenplaats Haifa met zijn licht en glinsterend water, het geluid, de geur van de zee. Hoe kan men van een Palestijn verwachten dat hij of zij Haifa zal vergeten, het is een onlosmakelijk onderdeel van zijn identiteit, net zoals de grachten van Amsterdam jouw identiteit bepalen. Ook al word je verdreven naar de woestijn van Saoedi Arabië dan nog zul je blijven denken, zul je emotioneel verbonden blijven aan de Amsterdamse grachten. Ook uit deze alledaagse dingen is een identiteit opgebouwd.
De Israëli’s bezitten geen gemeenschappelijke identiteit om de eenvoudige reden dat ze uit verschillende culturen komen. De identiteit van een Amerikaanse, westerse jood is fundamenteel anders dan die van een Marokkaanse, Arabische jood. De verschillen in cultuur, verwantschap, gebruiken zijn bijzonder groot. Daarom ook worden in Israël zwarte Ethiopische joden gediscrimineerd door blanke westerse joden. In het begin mocht de muziek van Arabische joden niet op de radio gedraaid worden, dat klonk te Arabisch en Israël moest een westerse oase worden in het Midden-Oosten. Nu nog steeds, zes decennia na de oprichting van de staat, is men er niet in geslaagd een gemeenschappelijke Israëlische identiteit te ontwikkelen, hoe graag men dit ook zou willen. En dat geldt zelfs als men de taal als klassiek uitgangspunt neemt voor het hebben van een nationale identiteit. De Israëli’s hebben weliswaar één officiële taal, maar daarnaast bestaan er 45 andere talen, Arabisch is de tweede taal, Russisch is een belangrijke taal, kijk maar naar de tijdschriften in kiosken, de Ethiopische joden spreken onder elkaar Amharic en al deze taalgemeenschappen groeien. Kortom, al die verschillende talen zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor het scheppen van één gemeenschappelijke Israëlische identiteit en een nieuwe natie. Taal is niet alleen een instrument om te communiceren, maar ook een sterke emotie, iets waarmee men zich verbonden voelt. Het creëren van een nieuw volk is bijzonder moeilijk en het is in Israël mislukt. Als Israël zich niet zou hebben geschaamd voor zijn multi-culturele en multi-etnische samenleving dan zou het sterker uit de strijd zijn gekomen. Die culturele en etnische verschillen zouden juist de kracht van het land kunnen zijn. Kijk, een de meerderheid van de Israëlische joden komt oorspronkelijk uit de Arabische wereld. Als de staat deze mensen de vrijheid had gegeven om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen culturele normen en waarden terwijl ze tegelijkertijd op school Hebreeuws en moderne vakken leerden, dan zou dat uiterst vruchtbaar zijn geweest. Niet alleen voor Arabische joden in Israël, maar ook voor de staat zelf. De Israëlische autoriteiten hebben met hun idee van een smeltkroes een hele cultuur proberen te vernietigen en hebben zo de toekomst van de natie op spel gezet, want Israël heeft geen enkele kans om als gewoon land in deze regio te bestaan zolang het zijn houding tegenover de Arabische wereld niet normaliseert. Of ze het nu leuk vinden of niet, ze leven geografisch gesproken in het Midden-Oosten en demografisch gezien temidden van honderden miljoenen arabieren. Door het vernietigen van de cultuur en de taal van hun eigen Arabische joden verloren ze de sleutel die toegang bood tot deze regio. In deze omgeving voelen ze zich niet echt thuis. Israel zou zijn Arabische joden met rust moeten laten.
Een groot probleem is dat mensen zonder identiteit gevaarlijk zijn, niet alleen voor zichzelf en hun eigen mensen, maar in dit geval ook voor ons Palestijnen. Waar de joden in Israel ook leven, ze voelen zich nooit thuis. Overal in de wereld kunnen de joods-Israëli’s een woning huren of aanschaffen, ze kunnen alles met hun geld kopen, behalve één ding, ze kunnen nooit een plaats kopen waar ze zich thuis voelen en op die manier een identiteit verwerven waar ze gelukkig mee zijn. Ik kan bijvoorbeeld een huis kopen in het mooiste stukje van de Oostenrijkse Alpen, maar ik zal me er nooit Oostenrijker door voelen. Ik zou ook nooit daar willen blijven voor de rest van mijn leven. Ik voel me hier thuis, ondanks de gruwelijke bezetting, dit is waar mijn wortels liggen, hier voel ik me mens, dit is mijn thuis en mijn identiteit. Het is bekend dat mensen zonder identiteit vernietigend zijn voor zowel zichzelf als hun omgeving. Kijk naar hoe de Israëli’s met bulldozers het land vernielen, hoe ze overal met snelwegen het landschap in stukken snijden, hoe ze links en rechts heuveltoppen volbouwen met nederzettingen die op forten lijken. Kijk naar die 9 meter hoge betonnen muur die ze dwars door hun beloofde en heilige land hebben gebouwd, zie hoe ze hele olijfboomgaarden vernietigen en overal puin storten. Wat duizenden jaren niet is veranderd is in enkele jaren volledig verwoest. De rotsen wenen, ze houden niet van het land, grond is voor hen slechts een instrumenteel bezit, dat verdedigd moet worden om veel geld te kunnen verdienen. Ook daarom zijn ze altijd geïrriteerd en bang. Ze voelen zich nooit veilig en dus moeten ze hun hele leven lang al hun hersenen gebruiken om middelen te vinden om de tegenstander te onderdrukken. En op die manier vernietigen ze zichzelf, want degene die een ander als beest behandelt, verandert zelf op den duur in een beest. Ze zijn hun eigen grootste vijand. Telkens als ze een Palestijn zien worden ze met zichzelf geconfronteerd, en dat doet pijn. Hoe meer onrecht ze ons toebrengen, des te meer ze ons haten. Door ons achter een hoge muur te stoppen willen ze ons onzichtbaar maken. Maar de ironie is dat hoe hoger de muur maken des te zichtbaarder we worden. Telkens als ze die vreselijke muur zien, weten ze dat wij erachter leven. Ook daarom stelen ze zoveel mogelijk land van de Palestijnen. Wij moeten uit het landschap verdwijnen.
1 | 2
|