|
Interview met Sajih Salameh Khalil
“Eerst moet de misdaad worden erkend en vervolgens kunnen we een praktische oplossing zoeken.”
Majdi El Malki, directeur va het Ibrahim Abu-Lughod Instituut voor Internationale Studies van de Birzeit Universiteit op de Wetbank. Het instituut werd in april 2006 opgericht om het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Palestijnse Autoriteit bij te staan. Het Palestijnse vluchtelingenprobleem is voor zowel de universiteit als voor de PLO door zijn politieke implicaties een heet hangijzer. De positie van de vluchtelingen is ‘een groot probleem, groot probleem,’ zo herhaalt El Malki meermaals. ‘Een zeer gevoelig onderwerp voor de universiteit. Er zijn vele verschillende posities. Het is geen academisch maar politiek vraagstuk.’ Hij probeert duidelijk te maken dat de huidige Palestijnse machthebbers met het vluchtelingenprobleem in hun maag zitten en niet gedwarsboomd willen worden door academische feiten over die vluchtelingen. President Mahmoud Abbas, die in 2007 met steun van het Westen een greep naar de macht deed en de democratisch gekozen Hamas buiten spel zette bij de onderhandelingen over een toekomstige Palestijnse staat, wil de vrije hand om over het lot van de vluchtelingen te beslissen. Op weg naar de Birzeit Universiteit passeerden we de wijk waar Abbas en zijn aanhang woont. Op alle kruispunten en straten stonden zwaar gewapende manschappen van zijn militie.
Na een half uur ‘probleem, probleem’, neemt Saji Salameh Khalil het woord. Hij is de adviseur van de Vakgroep Vluchtelingen en Internationale Migratie en was directeur-generaal van de Vluchtelingen Afdeling van de PLO. ‘Ondanks onze verschillen in standpunt kunnen we de politieke dimensie van het vluchtelingenprobleem niet negeren. Ik bedoel niet dat er geen academisch onderzoek kan worden gedaan, maar elk onderzoek heeft nu eenmaal een politiek aspect. Natuurlijk zal deze vakgroep ook onderzoek doen naar bijvoorbeeld de verloren gegane Palestijnse bezittingen in Israël. Dat is een wetenschappelijk onderwerp. Maar tegelijkertijd is het ook een politiek vraagstuk. De Birzeit Universiteit zal zich niet uitspreken over de politieke scenario’s bij de onderhandelingen en de compromissen die ongetwijfeld zullen worden gesloten.’ Over de rechten die de Palestijnse vluchtelingen hebben en die zijn neergelegd in het internationaal recht en de resoluties van de VN wordt niet gesproken en ook niet over het feit dat de Palestijnen daarover niet hoeven te onderhandelen omdat die rechten nu eenmaal onvervreemdbaar zijn. Daar zwijgt de PLO-adviseur over. Wanneer hem een concrete vraag wordt gesteld over de rol van het internationaal recht, zegt El Malki: ‘Zeer belangrijk, zeer belangrijk. Probleem voor de universiteit.’ Verder komt hij niet. Kennelijk is het feit dat de vluchtelingen onvervreemdbare rechten hebben een geweldig probleem voor de universiteit en haar sponsors. Daarop stel ik een nog concretere vraag: Hoeveel Palestijnse vluchtelingen zijn er, welk percentage van de hele bevolking? Eerst antwoordt El Malki: ’40 procent.’ Maar dan blijkt dat hij het alleen over de vluchtelingen op de Westbank heeft. Nee, in totaal, vraag ik. ’60 procent,’ antwoord hij vervolgens, terwijl elk officieel onderzoek aangeeft dat 70 procent van de Palestijnen vluchteling is. Ik vraag welke verschillen er bestaan over een oplossing van het vluchtelingenprobleem. Saji Salameh Khalil: ‘Er zijn grofweg drie standpunten. Het eerste standpunt is dat alle vluchtelingen moeten kunnen terugkeren naar hun huis. Ik weet niet hoeveel procent van de Palestijnen dit standpunt huldigen. Het tweede standpunt is dat er een compromis moet komen, een of andere afspraak, want als men voor een twee staten oplossing is dan accepteert men het feit dat de Israëli’s nooit de terugkeer van de vluchtelingen zal accepteren. Ze willen namelijk een joodse staat, met zo min mogelijk het liefst geen Palestijnen. Met andere woorden: de Palestijnen die in principe voor onderhandelingen zijn om tot een oplossing te komen beseffen hoe onvermijdelijk het is dat over de vluchtelingen een compromis wordt gesloten. Ikzelf ben van mening dat een dergelijk compromis het recht van terugkeer moet erkennen. Ik bedoel, er is een grote misdaad gepleegd, honderdduizenden onschuldige mensen zijn verdreven, hebben al hun bezit verloren, hun dorpen zijn verwoest en al vele jaren zijn ze ontheemd. De Israëli’s moeten in dat compromis erkennen dat ze een misdaad hebben gepleegd, dat ze onschuldige mensen al die jaren hebben laten lijden. Een dergelijke erkenning en het accepteren van een Palestijnse staat zullen een geweldige verandering teweeg brengen. Zonder die erkenning zal er nooit een oplossing komen, zal er nooit vrede zijn. Dus eerst moet de misdaad worden erkend en vervolgens kunnen we een praktische oplossing zoeken, en kunnen we proberen de zaak recht te zetten. Sommige vluchtelingen moeten de kans krijgen terug te keren, bijvoorbeeld de Palestijnen in Libanon. Niemand wil hen en wij op de Westbank en de Gazastrook hebben geen plaats om ze allemaal op te nemen. Anderen zullen we in onze staat opnemen. Dan is er het aspect van compensatie. Elke Palestijn die verdreven is moet zijn/haar bezit terugkrijgen, zo schrijft het internationaal recht voor. Neem bijvoorbeeld een Palestijnse vluchteling die een huis had in Haifa of Jaffa. Ook al ziet hij af van de mogelijkheid om er te wonen, het blijft zijn huis en hij kan het verkopen of verhuren aan joodse of Palestijnse Israëli’s. En tenslotte is er nog een heel kleine groep mensen die vindt dat we het recht op terugkeer moeten opgeven omdat het een oplossing met Israël compliceert. Ze stellen voor om de gedupeerden een financiële schadevergoeding te geven. Er zijn natuurlijk ook vluchtelingen die liever blijven waar ze nu leven, zoals Palestijnen in Jordanië, de Verenigde Staten of Latijns-Amerika. Die zullen genoegen nemen met een financiële compensatie en met het recht om hun oorspronkelijke stad of dorp te bezoeken. Onze politieke leiders beseffen dit allemaal en zullen het maximum eruit proberen te halen bij de onderhandelingen over een compromis. Wij zijn bereid te onderhandelen om op een geweldloze manier vrede te bereiken. We zijn voor een op recht gebaseerde oplossing, maar rechten kunnen natuurlijk op verschillende wijzen worden verwezenlijkt.’ Sawsan Taha, de assistent van de directeur: ‘Niemand kan voor de vluchtelingen spreken. Dat kunnen alleen de vluchtelingen zelf. Ze hebben zowel een collectief als individueel recht op terugkeer.’ El Malki: ‘Ondertussen zijn wij vluchtelingen in ons eigen land. Wij zijn rechteloos. Door de bezetting kan ik al zes jaar lang niet naar het door Israël belegerde Nabloes.’ Saji Salameh Khalil: ‘Israël laat de vluchtelingen niet terugkeren en tegelijkertijd laat het geen ruimte over voor een levensvatbare Palestijnse staat die een deel van de vluchtelingen zou kunnen opnemen.’ El Malki: ‘De Israëli’s zijn er in ’48 en ’67 niet in geslaagd om ons allen te verdrijven. Dat is een groot probleem voor hen, want wij kunnen geen staat opbouwen met al die joodse nederzettingen. Dat is een reden voor hen om voor een transfer te zijn, voor een etnische zuivering. Dat doen ze in feite al door ons leven een hel te maken. Ze kunnen ons niet als vroeger ineens massaal verdrijven, dus doen ze het nu geleidelijk. Een groot deel van onze intelligentsia leeft al in het buitenland, of staat op het punt te vertrekken. We zullen net als Afghanistan worden, de geschoolden en ontwikkelde burgerij, de rijken en de middenklasse vlucht, en alleen de mensen die niet in staat zijn te vertrekken zullen blijven. Die zullen bij gebrek aan organisatietalent gemakkelijk te manipuleren zijn en zullen een voedingsbodem vormen voor allerlei militanten, waardoor Israël zich weer gelegitimeerd voelt om de onderdrukking voort te zetten tot hier uiteindelijk geen Palestijn meer overblijft. De vakmensen verdwijnen. De Universiteit van Birzeit en andere universiteiten kunnen bijvoorbeeld geen hoogleraren vinden, niet zozeer omdat we ze niet kunnen betalen, maar omdat de bezetting ons leven uitzichtloos maakt. Een deel van de studenten wordt gedwongen naar het buitenland te gaan, omdat wij ze niet kunnen opvangen. Een collega socioloog van me noemt deze Israëlische politiek sociocide, het vernietigen van een samenleving.’
|