Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Interview met Vaughan Lowe

“De Palestijnen hebben rechten, die in rechtsregels zijn vastgelegd. Zij hoeven niet te onderhandelen over deze rechten.”

Bezoek aan het Balata Vluchtelingenkamp nabij Nabloes, het bevolkingrijkste van de 19 kampen op de Westbank. Tenminste 24.000 mensen op één vierkante kilometer leven hier op een oppervlakte die oorspronkelijk bedoeld was voor 5000 tot 6000 vluchtelingen. In Balata is de gemiddelde leefruimte 10.6 vierkante meter, terwijl die in bijvoorbeeld de Israëlische stad Afula, net buiten de Westbank, 1300 vierkante meter per persoon is. Balata is één van de dichtst bevolkte plaatsen op aarde. Aan alles is er een gebrek, aan huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en werk, naar schatting 70 procent van de mannen is werkloos als gevolg van het hermetisch afsluiten van het gebied, het langdurig instellen van een avondklok en het feit dat de Palestijnen in bezet gebied geen vergunning krijgen om in Israël te werken. Door het tekort aan onderwijzend personeel en ruimte zijn de vijf verschillende scholen, die samen drie gebouwen bezitten, gedwongen om in twee ploegendiensten te werken, ’s ochtends en ’s middags. De ongeveer 4500 leerlingen zitten er in klassen van gemiddeld 50 tot 55 personen. Door de verslechterende situatie is tussen 1988 en 1997 het analfabetisme van 22 procent naar 27 procent gestegen. Er is sprake van permanente en grootschalige schendingen van de mensenrechten door het Israëlische leger, duizenden Palestijnen uit Balata, onder wie kinderen, zijn in het verleden gearresteerd, gevangen gezet en/of gewond geraakt. Sinds het begin van de tweede intifada eind 2000 zijn ruim 150 inwoners gedood, tenminste 600 zitten gevangen en meer dan 1200 zijn gewond geraakt, waarbij een aanzienlijk aantal lichamelijk of geestelijk gehandicapt door het leven zal moeten. Bijna elke nacht dringt het leger met geweld het kamp binnen om er mensen op te pakken, ook degenen die zich geweldloos tegen de bezetting verzetten. Wanneer we later door de oude binnenstad van Nabloes lopen horen we schieten in een ander vluchtelingenkamp waar het Israëlische leger al twee dagen een operatie uitvoert. Waarom en hoe precies is onduidelijk, aangezien het kamp volledig van de buitenwereld is afgesloten. In elk geval is via de Israëlische radio wel bekend dat er een Palestijn is doodgeschoten.

We worden ontvangen in het Yafa Cultural Center door Fayez Arafat (45), het plaatsvervangende hoofd van het Comité voor de Verdediging van de Palestijnse Vluchtelingen Rechten, en de 36-jarige Shaher Badawi, medewerker van het Centrum en tevens coördinator voor de noordelijke regio van de Westbank van Badil, het Informatie- en Documentatiecentrum voor Palestijnse Verblijfs- en Vluchtelingenrechten, dat zijn werk baseert op het internationaal recht. Zijn broer Yasser Badawi, die deelnam aan de gewapende strijd tegen het Israëlische leger, werd in 2001 op 30-jarige leeftijd door Israël gedood. Zijn portret hangt aan de muur van de ontvangstruimte, naast die van twee andere foto’s van ‘martelaren.’ Op een kastje aan andere muur zit een stikker met in Arabisch en Engels de tekst: ‘Nee tegen elke Overeenkomst die ons Ons Fundamenteel Recht van Terugkeer naar Onze Huizen ontzegt.’ Zo’n 90 procent van de vluchtelingen in dit kamp komt uit Jaffa en omgeving. Fayez Arafat: ‘Als u op de kaart kijkt ziet u dat Jaffa bijna op gelijke hoogte ligt als Balata. Het patroon is dat de vluchtelingen niet ver van hun woonplaats neerstreken. Ze dachten dat ze binnen enkele dagen of weken weer terug zouden kunnen. Ze hadden nauwelijks iets meegenomen, alleen het allernoodzakelijkste. Ze waren halsoverkop gevlucht. In het begin weigerden de vluchtelingen om naar dit VN kamp te komen. Ze bleven vlak over de grens wachten tot ze konden terugkeren. Maar na een jaar of twee vergeefs te hebben gewacht, drong het tot hen door dat de joden in Israël hen niet terug zouden laten keren naar hun huizen en kwamen ze naar Balata. Op die oude foto, daar boven het raam, ziet u dat er hier helemaal niets was, alleen maar kale rotsen.’ Ik zie een oude ingelijste foto uit een westers tijdschrift, met onderaan nog heel vaag een onleesbare tekst in het Engels. Op de voorgrond is een man te zien met een beladen kameel, beneden hem in een laagvlakte staan grote tenten, meer dan honderd, keurig in lange rijen, op de achtergrond schrale heuvels. Wat opvalt, is de dodelijke stilte die boven het dal hangt. Hoewel er duizenden mensen moeten leven is er niemand buiten. Aan de warme kleren van de man met de kameel is af te leiden dat het winter is. In dit onherbergzame landschap zaten ze dan, al die vluchtelingen uit de kosmopolitische en rijke havenstad, die aan de Palestijnse staat was gegeven. Van de ene op de andere dag waren ze verdreven naar een vallei in de bergen, waar herders en boeren leefden. Wat een onvoorstelbare trauma moet het zijn om in één klap alles dat je vertrouwd is, kwijt te raken, alles waaraan je je identiteit ontleent is ineens weg. Een dief dringt uw huis binnen, verdrijft u en uw familie en je kunt er niets tegen doen. De politie doet niets, de politici doen of hun neus bloedt, plotseling bent u rechteloos, alle normen en waarden waarop uw bestaan is opgebouwd, zijn vernietigd. Het is alsof u in een eeuwige duisternis verdwaald bent. Niets bezaten ze meer, behalve hun herinneringen en hun sleutel van het huis waarnaar ze van de zionisten niet terug mochten, omdat de Europese joden het slachtoffer waren geworden van het eeuwenoude antisemitisme en een toevluchtsoord nodig hadden en de linkse zowel als rechtse zionisten alleen een eigen raszuivere staat wilden. Vanaf het allereerste begin realiseerden de Palestijnen dat de onvoorstelbare terreur van het christelijk antisemitisme de ware reden was van het feit dat hun eigen land etnisch was gezuiverd. Dat begrepen ze maar al te goed. Wat ze niet begrepen was dat mensen die zelf het slachtoffer van terreur waren geweest, volstrekt onschuldigen gingen terroriseren. Keer op keer stellen ze de westerse bezoekers en zichzelf die vraag: waarom? En als men erover nadenkt, is er tenslotte geen ander antwoord dan de constatering dat macht en recht elkaar uitsluiten, dat politiek en moraal zelden samengaan, dat de wereld altijd gebaseerd is geweest op het recht van de sterkste, en dat de sterkste degene is die de meeste terreur kan uitoefenen, dat het een bekende psychologische wet is dat slachtoffers anderen tot slachtoffer maken, generatie na generatie, en dat dit alles blijft doorgaan zolang degenen die hun mond zouden moeten opendoen blijven zwijgen.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9