Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Die visie wordt wereldwijd gedeeld door deskundigen op het gebied van het internationaal recht, onder wie professor Vaughan Lowe, de Britse hoogleraar Internationaal Recht aan de Universiteit van Oxford, die hoofd was van het juridische de team dat de Palestijnen bijstond tijdens de behandeling over de Israelische Muur voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Hij verklaarde dat de belangrijkste consequentie van de ‘advisory opinion’ van het hoogste rechtscollege ter wereld is dat het heeft bevestigd dat ‘de rechten en plichten van Palestina en van de Palestijnen door het recht worden geregeld en niet slechts een kwestie van politieke onderhandelingen zijn. Palestina en de Palestijnen hebben niet enkel claims en belangen waarover ze moeten onderhandelen met Israel. Zij hebben rechten, die in rechtsregels zijn vastgelegd. Zij hoeven niet te onderhandelen over deze rechten. Zij hoeven geen concessies te doen in ruil voor erkenning van die rechten. Zij bezitten die rechten vandaag de dag al en zij hebben het recht op naleving van die rechten.’ Tegenover mij verklaarde professor Lowe: ‘Eerlijk gezegd ben ik van mening dat de Opinion voor zichzelf spreekt. Het is overduidelijk wat betreft de plichten van Israel… Per definitie moeten staten zich schikken naar hun juridische verplichtingen.’ Israel zal de Muur moeten afbreken, de slachtoffers schadeloos stellen en de nederzettingen moeten ontmantelen. Het feit dat Israel dit weigert te doen, zegt alles over Israel en niets over het internationaal recht.

Shaher Badawi: ‘Zoals gezegd, de kern van het probleem is het racisme. Zodra de joods-Israeli’s hun racisme afzweren zal er geen probleem meer bestaan over het recht van terugkeer, want dan kan iedereen vrij reizen en overal naar toegaan waar men wil. Misschien ga ik dan wel in Netanya wonen of in Jaffa, of blijf ik hier of vertrek ik naar het buitenland, dat is dan geen probleem meer.’ Shaher Badawi’s organisatie Badil is onderdeel van Al Awda, een brede Palestijnse democratische, niet partij gebonden coalitie van gewone mensen die het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen bepleiten, zich daarbij baserend op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het internationaal recht en de talrijke resoluties van de VN die deze rechten bekrachtigen. Zo bepaalt artikel 13 van de Universele Verklaring: ‘Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.’ Artikel 5 van het Internationaal Verdrag betreffende de Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie schrijft voor dat ‘Aangesloten staten verplichten zich om rassendiscriminatie in al haar vormen strafbaar te stellen en om het recht van iedereen te garanderen, zonder onderscheid ten aanzien van ras, huidskleur, of nationale of etnische afkomst, op gelijkheid voor de wet, in het bijzonder wat betreft… het recht elk land te verlaten, waaronder het eigen, en om terug te keren naar het eigen land.’ Rassendiscriminatie wordt daarbij gedefinieerd als elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale dan wel etnische afstamming die ten doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening (op voet van gelijkheid) van de rechten van de mens of de fundamentele vrijheden teniet te doen of aan te tasten. En het Internationaal Verdrag betreffende Burgerrechten en Politieke Rechten stelt in artikel 12 over het recht op vrije verplaatsing en vrije vestiging: ‘Niemand mag op grond van willekeur het recht worden ontzegd zijn eigen land te betreden.’ Ook het humanitair recht, geregeld via het Verdrag van Den Haag uit 1907 en de Conventies van Genčve uit 1949, bepalen dat er een algemeen recht op terugkeer bestaat dat voor alle vluchtelingen geldt zodra de vijandelijkheden zijn gestaakt. Bovendien garandeert het Beginsel van Zelfbeschikking onder andere het eigendomsrecht en het verblijf in eigen land. De Verenigde Naties aanvaarde dit beginsel in 1947, en werd in 1969 en daarna expliciet van toepassing verklaard op het Palestijnse volk. Het internationaal recht stelt dat bezetting noch soevereiniteit het eigendomsrecht verzwakt. Dit alles zijn onvervreemdbare rechten, waarover niet onderhandeld hoeft te worden, zoals de Britse hoogleraar Vaughan Lowe nog eens beklemtoonde. Het Internationaal Gerechtshof verwierp daarmee de opvatting van Israël – gesteund door de VS en de EU – dat het vraagstuk van de Muur eerder een politieke dan een legale kwestie was en daarom door onderhandelingen tussen beide partijen moest worden opgelost.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9