Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Meer dan andere wereldbewoners worden Palestijnen dagelijks geconfronteerd met de paradoxen waarmee het Westen worstelt. Naast de ingang van het cultureel centrum hangt een bord met de tekst in het Arabisch en Engels:

Yafa Cultural Center
Build – Expanding Donated by
Government of Belgium
((Oxfam Solidarity))

Naast de Belgische vlag staan de logo’s van het centrum en van Oxfam afgedrukt. Bij het binnentreden, ziet de bezoeker op de begane grond een klaslokaal met tenminste 20 computers waar Palestijnse kinderen wordt geleerd te internetten. Het is volgens een opschrift boven de deur geschonken door een fonds van de British Council, dat door de Britse overheid wordt gefinancierd. In de zaal waar we met Shaher en Fayez spreken hangt een tamboerijn aan de muur, een geschenk van de inwoners van ‘Free Derry,’ het Noord-Ierse Londonderry aan de vluchtelingen uit Jaffa die nu in Balata leven. Temidden van Keltische iconografie staat een tekst met onder andere ‘Wij zijn de mensen van de strijd’ voor vrijheid en in grote letters ‘Vriendschap. Verzet. Solidariteit’ en de befaamde sleutel. Terwijl dus dankzij Europees geld de Palestijnse kinderen hier geleerd worden dat ze het universele recht op terugkeer bezitten, dat hun families tijdens de etnische zuiveringen door de zionisten zijn verdreven, en dat ze ooit ook daadwerkelijk zullen terugkeren, steunt datzelfde Europa een Israëlische overheid die weigert het recht op terugkeer te respecteren. Shaher Badawi: ‘Oxfam en de Belgische regering en de Britse overheid weten wat we hier doen, weten bijvoorbeeld dat wij met hun geld een boekje hebben gemaakt met kindertekeningen over de Nakba, weten dat wij in werkgroepen de kinderen leren dat Israël het internationaal recht schendt door onder andere te weigeren hen te laten terugkeren. We vertellen de kinderen ook over de andere Israelische misdaden, het stelen van land, het vermoorden van onschuldige burgers. Dat weten de financiers allemaal. Ze hebben het gebouw betaald, ze hebben de apparatuur betaald, maar ze bepalen niet het lesprogramma. Toch weten ze wel degelijk precies wat we doen. Ze weten ook dat we met 25 kinderen van ons kamp een rondreis hebben gemaakt door Engeland, Schotland en Ierland om daar de Palestijnse cultuur te tonen, onze traditionele dansen en onze liederen. Onder het motto: Wij zullen Terugkeren, vertelden we het publiek dat wij uit ons vaderland zijn verdreven en dat we van Israël niet mogen terugkeren en nooit enige compensatie hebben gekregen voor al ons gestolen bezit. Onze financiers weten maar al te goed dat wij de kinderen bijbrengen dat hun identiteit mede gevormd wordt door hun vluchtelingenschap. Maar ze kunnen daar ook niet op tegen zijn, want wij beroepen ons daarbij op het internationaal recht dat voor ieder mens op aarde geldt.’ Niet alleen accepteert de internationale gemeenschap dat Israël in de praktijk doorgaat met het stelen van Palestijns land, maar het accepteert ook nog eens dat de door de door de internationale gemeenschap gefinancierde projecten door de ‘joodse natie’ worden vernietigd. In april 2002 verwoestten de Israëlische strijdkrachten het cultureel centrum in Balata en brachten de UNWRA school raakte zware schade toe. Wanneer we met Fayez Arafat langs het schoolgebouw lopen zien we dat op de plaats waar voorheen glazen ramen waren nu betonnen platen zijn bevestigd om te voorkomen dat de klassen onbeschermd zijn bij toekomstige Israëlische tank beschietingen. Tegen dit soort geweld zijn de Palestijnen machteloos. Cultureel vandalisme noemt de schrijfster Liana Badr het, de directeur van het Palestijnse ministerie van Cultuur. In de documentaire Palestine Is Still The Issue laat ze John Pilger zien hoe Israëlische soldaten alle elektronische apparatuur in het ministeriegebouw hadden kapot gemaakt en hoe ze hun behoefte hadden gedaan in de kopieermachines en hun fecaliën op muren hadden gesmeerd. In een kamer vol kindertekeningen hadden de militaire alle afbeeldingen vol gekliederd met verf. Liane Badr betitelde dit beleid als ‘het systematische terrorisme van de Israëlische staat,’ een systeem van permanente vernedering en terreur dat door de Palestijnen gezien wordt als een bewuste poging om hen als volk te vernietigen.

Via stegen die als gevolg van het chronische ruimtegebrek niet breder zijn dan de schouders van een volwassen man neemt Fayez ons mee naar het huis van Rasmeya Ahmed Saeed Sharayah, een oude en eerbiedwaardige dame. Ze is een 80-jarige vluchtelinge, één van de meer dan 7 miljoen Palestijnse vluchtelingen, die de grootste en langst bestaande vluchtelingenpopulatie ter wereld vormen. In totaal vormen de vluchtelingen 74 procent van de totale Palestijnse bevolking, die wereldwijd naar schatting 9,7 miljoen mensen telt. Wanneer het gezelschap waarin ik me bevind haar huis betreedt, worden we voorafgegaan en gevolgd door een stoet enthousiaste kinderen die ons was gevolgd. Met enige moeite weet de hoogbejaarde dame de belhamels de straat op te krijgen, waar ze de rest van ons verblijf onder het openstaande raam blijven spelen en herrie maken. We worden een de sobere huiskamer ingeleid waar een bank en een ouderwetse fauteuil staan, een lage tafel, een bijzettafeltje met kanten kleden, in een hoek een waterpijp. Aan haar gelaatstrekken te zien is ze vroeger een bijzonder mooie vrouw geweest, een rijzige gestalte, een rechte neus, scherpe ogen, een heldere blik, en een luide stem door haar hardhorendheid. We krijgen al snel een plaatselijke lekkernij geserveerd, de beroemde knaffee uit Nabloes, zoete kaas tussen bladerdeeg besprenkelt met siroop van sinasappelbloesem. ‘Ik heb het niet zelf gemaakt, ik wist niet dat u kwam, het is gekocht.’ Wanneer we ons willen voorstellen zegt ze: ‘Het maakt niet uit wie of wat u bent, u bent welkom.’ Ze lacht voluit en vertelt desgevraagd dat ze uit Kefr ’Ana komt ten oosten van Jaffa en 8 kilometer ten noorden van Lydda. Zij is een van weinige nog levende getuigen van wat de Palestijnen als de Dodenmars uit Lydda betitelen. Ten tijde van het Britse mandaat was dit een gemengd christelijke/islamitische stad geweest.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9