Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Uit Reel Bad Arabs: “Zelfs aan het begin van de negentiende eeuw wisten de bazen van grote studio’s dat films propagandisten konden dienen. Na de Eerste Wereldoorlog bevestigde Adolph Zukor, hoofd van Paramount Pictures dat films als propaganda kon dienen. Hij zei dat ze niet langer meer beschouwd moesten worden als simpel ‘vermaak en amusement.’ De oorlogsjaren zo verklaarde hij ‘hebben onomstotelijk het feit bewezen dat films als propagandamiddel, als kanaal om gedachten en meningen over te brengen, ongeëvenaard zijn vergeleken bij alle andere vormen van communicatie.’” De nieuwsanalisten van de Britse organisatie Media Lens, die stelselmatig het werk van de Engelstalige massamedia volgen omdat ze ervan overtuigd zijn dat ‘‘de grote dagbladen en televisiestations een zeer vertekend beeld van onze wereld geven’’ constateerden midden maart 2008 na een uitgebreid onderzoek dat “Israelische doden meer van belang zijn.” Ze citeerden de Britse premier Gordon Brown die na de aanslag in Jeruzalem had verklaard dat ‘’Dit een duidelijke poging is om een doodsklap te geven aan het vredesproces’’ en concludeerden: “Het contrast met de reacties op het doden van meer dan 120 Palestijnen, onder wie veel vrouwen en kinderen in het belegerde Gaza de week ervoor, kon nauwelijks opvallender zijn. Alleen al op één dag stierven 60 mensen in een regen van Israelische kogels afgevuurd door F-16 vliegtuigen, Apache helikopters, tanks, gepantserde bulldozers en grondtroepen. Van geen westerse leider werd de Israelische aanval op Gaza veroordeeld als ‘een duidelijke poging om een doodsklap te geven aan het vredeproces.’ Voor zover wij weten heeft geen enkele verslaggever gesuggereerd dat ‘het vredeproces’ nu ‘om zeep’ was geholpen. Geen schreeuwende koppen over Palestijnse baby’s die in hun bed waren ‘vermoord’. Kortom, aan de nieuwsberichten van het bloedbad in Gaza ontbrak zoals gebruikelijk de smartelijke details en toon die de berichtgeving vanuit Jeruzalem minder dan een week later kenmerkten.” En ook in Nederland reageerden de landelijke massamedia op dezelfde wijze. De dood van meer dan 120 Palestijnse doden werd terloops gemeld, de dood van acht joodse Israëli’s was voorpaginanieuws, met een uitloop naar de pagina buitenland. NOVA, voor wie de Palestijnse doden geen enkele rol speelden, besteedde twee achtereenvolgende avonden uitgebreid aandacht aan de dood van de yeshiva studenten. Uit verschillende onderzoeken blijkt telkens weer dat de westerse commerciële massamedia doorgaans zelfs niet eens een poging doen om onafhankelijk te lijken.

Jack Shaheen: ‘Hollywood geeft het stempel van goedkeuring aan de overheidspolitiek. Regeringen kunnen natuurlijk niet al te duidelijk in het openbaar stigmatiseren, dat doet Hollywood, want het is toch alleen maar een film, nietwaar? We kunnen stellen dat als gevolg van de beschadigende beelden en onze foute buitenlandse politiek veel onschuldige mensen om het leven komen. Een voorbeeld van hoe de geesten worden rijp gemaakt voor geweld tegen burgers is de film Rules of Engagement van William Friedkin. Het is een angstaanjagende film, pure fictie, het scenario speelt zich af in een bestaand Arabisch land, Jemen, waar de Amerikaanse ambassade wordt aangevallen. Mariniers arriveren om de ambassadeur en Amerikaanse burgers te evacueren. Het plein op het terrein van de ambassade staat vol met Jemenieten die tot op de laatste man, vrouw en kind door de Amerikaanse militairen worden doodgeschoten. Er volgt een officieel Leger onderzoek waarbij tenslotte komt vast te staan dat alle Jemenitische burgers geweren hadden en op de mariniers schoten. Een rechtvaardiging van het bloedbad. Het publiek wordt duidelijk gemaakt dat het moreel acceptabel en rechtvaardig is om al deze mensen af te slachten. De film werd mogelijk gemaakt dankzij de samenwerking met het Amerikaanse ministerie van Defensie. Dat heeft eerst het filmscript goedgekeurd voordat het technische ondersteuning kan geven. Het verhaal waarop de film zich baseert is geschreven door senator James Webb, de voormalige minister van Marine. Volgens zijn eigen website heeft hij “uitgebreid gewerkt als scenarioschrijver en producer in Hollywood.” Een duidelijk voorbeeld van het huwelijk tussen Washington en Hollywood. Deze film zal waarschijnlijk de geschiedenis ingaan, samen met Triumph des Willens van Leni Riefenstahl en The Birth of a Nation van D. W. Griffith als een van de meest racistische films ooit. Dit is dus een product van de samenwerking tussen Washington en Hollywood. Het zou eigenlijk samen met andere racistische films getoond moet worden, zodat kijkers de propagandatechnieken kunnen vergelijken. Het is een gruwelijke film, heeft veel geld opgebracht, de mariniers winnen, dus dat verkoopt, zeker op DVD en video en via de vertoningen in het Amerikaanse tv-circuit met zijn 600 kanalen. In de Verenigde Staten kan men elke week zeker 20 films zien die ik in mijn boek heb beschreven. Elke dag weer tenminste drie films waarin Arabieren als onbetrouwbare misdadigers worden afgebeeld. En dan heb ik het nog niet eens over de talloze herhalingen van oude tv-shows waarin Arabieren worden gecriminaliseerd en de nieuwe tv-programma’s waarin hetzelfde gebeurt. Dat is een gigantische hoeveelheid aan visuele propaganda en die wordt gereflecteerd in de opvattingen van veel mensen. Ongeveer 50 procent van de Amerikaanse bevolking is van mening dat de burgerrechten van Arabische Amerikanen beperkt mogen worden. Een ander effect is dat vandaag de dag de staat dossiers mag aanleggen van gewone burgers, hen lastig mag vallen, gevangen mag nemen zonder een fatsoenlijk proces, en dat de meerderheid van de mensen hiermee akkoord is gegaan. Als dit proces doorgaat zullen nog meer onschuldige individuen de dupe worden. Onlangs vond er een buitengewoon tragische gebeurtenis plaats op een universiteit in Virginia, een Koreaans Amerikaanse student schoot 32 mensen dood. Toen ik de eerste berichten daarover hoorde ben ik de actualiteit angstvallig blijven volgen uit vrees dat een Arabische of islamitische Amerikaan verantwoordelijk was. Wat zou er gebeurt zijn als het een islamitische of Arabische Amerikaan was geweest? Hoe zou de pers hebben gereageerd? Was het sentiment dan geweest: we sturen ze collectief terug naar het Midden Oosten? En wat als de dader tijdens het moorden Allah O Akbar had geroepen? Gelukkig werden niet onmiddellijk alle Koreanen in de VS beschuldigd of alle bewoners van Zuid Korea. Maar ik verzeker u dat als hij een Arabische- of islamitische Amerikaan was geweest er een volkomen andere reactie was gevolgd. Dat geeft het gevaar aan van het stereotyperen. Iemand zei me onlangs dat alleen als het erger wordt de stigmatiserende beelden zullen veranderen. Het moet eerst slechter worden voordat het beter wordt. Ik vroeg hem waarom? En hij antwoordde: “Kijk maar eens naar alle andere gestigmatiseerde groepen. Hoeveel zijn er niet om het leven gekomen voordat men zich schuldig begon te voelen over het onrecht. Kijk naar de zwarte slaven, kijk naar de holocaust. Pas na Auschwitz stopten de westerse christenen met hun vervolgingen van de joden. Zolang er geen massaslachting heeft plaatsgevonden zullen de stereotypen niet veranderen. Het is een cirkel, zo was zijn mening. Dit nieuwe antisemitisme tegen de Arabieren bestaat al meer dan een eeuw in onze beeldcultuur. Er bestaat natuurlijk nog steeds een antisemitisme dat tegen de joden is gericht, het is alleen veel verholener, het wordt niet hardop uitgesproken zoals bij de Arabieren, maar binnenskamers gefluisterd. Iedereen in Hollywood, of men nu joods, katholiek of protestant is heeft de Arabier in een kwaad daglicht gesteld. Het klopt dat er veel joden in de Amerikaanse filmindustrie werkzaam zijn, maar zij denken niet allemaal hetzelfde, voelen niet allemaal hetzelfde en handelen niet allemaal hetzelfde. Om hen aan te wijzen als de kwade genius achter de stereotypering is ronduit verwerpelijk. Het is moreel fout, want dan stereotypeer je zelf een hele gemeenschap, en daar verzet ik me fel tegen. Ik denk wel dat er iets zal veranderen als meer Arabische of islamitische Amerikanen films zouden gaan maken over zichzelf en over hun milieu. Er zal dan een ander, veel waarheidsgetrouwer beeld ontstaan. Dat zou moeten gebeuren maar het is nog niet zover. De eerste persoon die ooit de criminalisering van Arabieren blootlegde was mijn inmiddels overleden joodse vriend de journalist Arthur Lord, die daarover een tweedelige tv-serie maakte. Hij kreeg daarop veel haatbrieven, maar toch, hij was de eerste die het durfde te laten zien. Twee van de producenten met wie ik als adviseur heb samengewerkt voor de films Three Kings en Syriana zijn uiterst attente, invoelende, beschaafde mensen, beiden zijn joods. Als fatsoenlijk mens kun je niemand stereotyperen.’

Uit Reel Bad Arabs: “Vraag een invloedrijke persoon, een directeur, of schrijver in de filmindustrie of het ethisch verantwoord is om etnische of raciale stereotypen te handhaven en u kunt snel een negatief antwoord verwachten. Hoe is dan te verklaren dat sinds 1970, deze zelfde individuen meer dan 350 films hebben geproduceerd, geregisseerd, of het scenario voor hebben geschreven waarin Arabieren als verraderlijke culturele ‘anderen’ werden afgebeeld?’’

Bill Durodie, directeur van het International Centre for Security Analysis van het Londense Kings College verklaarde in The Power of Nightmares – The Politics of Fear, een driedelige televisiedocumentaire van de BBC: ‘In een maatschappij die nergens in geloofd wordt angst het enige agendapunt… en een maatschappij die in niets geloofd wordt vooral bang gemaakt door mensen die in van alles geloven.

De serie, die in oktober 2004 werd uitgezonden en in januari 2005 werd herhaald, wordt met de volgende tekst ingeluid: ‘'In het verleden beloofden politici een betere wereld te scheppen. Ze hadden verschillende manieren om dit tot stand te brengen, maar hun macht en autoriteit kwam voort uit de optimistische visie die ze hun aanhangers boden. Die dromen zijn niet uitgekomen en vandaag de dag hebben de mensen hun geloof in ideologieën verloren. In toenemende mate worden politici slechts gezien als managers van het openbare leven. Maar nu hebben ze een nieuwe rol ontdekt die hun macht en autoriteit herstelt. In plaats van het verschaffen van dromen beloven politici ons nu te beschermen tegen het leven. Ze zeggen dat ze ons zullen redden van verschrikkelijke gevaren die we niet kunnen zien en niet begrijpen. En het grootste gevaar van alles is internationaal terrorisme, een machtig en sinister netwerk, de slapende cellen in landen verspreid over de hele wereld. Een dreiging die bestreden moet worden door een oorlog tegen terreur. Maar een groot deel van deze dreiging is een verzinsel dat overdreven en vertekend is door politici. Het is een duister waandenkbeeld dat zich onweersproken verspreid onder regeringen in de gehele wereld, veiligheidsdiensten en de internationale media. Dit is een serie films over hoe en waarom deze fantasie was gecreëerd en wie er het meest van profiteerde. Centraal in het verhaal staan twee groepen, de Amerikaanse neoconservatieven en de radicale islam. Beide waren idealisten die voortkwamen uit het falen van de liberale droom om een betere wereld op te bouwen en beide hadden een in hoge mate vergelijkbare verklaring van wat deze mislukking had veroorzaakt. Deze twee groepen hebben de wereld veranderd, maar niet op de manier die ze beoogden. Samen schiepen ze het huidige nachtmerrieachtige visioen van een in het geheim georganiseerd kwaad dat de wereld bedreigt. Een fantasie die - zo ontdekten de politici - hun macht en autoriteit in een gedesillusioneerd tijdperk herstelde. En degenen met de ergste angsten werden het machtigst.’’

1 | 2 | 3