Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


Interview met Aida Touma Sliman

“Wij Palestijnen zitten in de buik van het beest.”

Gesprek met Aida Touma Sliman van de Palestijns Israëlische organisatie Women Against Violence.

‘Als een Palestijnse Israëli trouwt met een Palestijn van buiten Israël kan hij of zij niet het Israëlische staatsburgerschap krijgen. En deze betrekkelijk nieuwe wet geldt niet alleen voor toekomstige gevallen, maar ook voor de al lopende aanvragen. Het betreft hier duizenden mensen. Deze gehuwden krijgen zelfs geen verblijfsvergunning. Wij kennen talloze voorbeelden waarbij de vader of de moeder niet bij hun gezin in Israël kunnen blijven. Er zijn zelfs voorbeelden van wat gezien kan worden als etnische zuivering. Zo heeft de politie vlak voor zonsopgang Palestijnse echtgenoten of echtgenotes zonder verblijfsvergunning van hun bed gelicht en naar de andere kant van de muur op de Westbank gedeporteerd.

Een andere wet handelt over het land van de staat. Een van de verbazingwekkende dingen in ‘de joodse natie’ is dat 93 procent van al het land in handen is van de staat, in geen enkel ander land ter wereld bezit de staat bijna al het land. Een groot deel van dit land is geconfisqueerd, het was eigendom van verdreven Palestijnen die niet mochten terugkeren en vervolgens bij wet hun bezit verloren, omdat ze als afwezig werden beschouwd. En voor een ander deel was het in handen van Palestijnen die in Israel wisten te blijven. Ook zij verloren hun land. Zo werd in 1950 de diefstal van Palestijns land officieel gelegaliseerd. Welnu, al dit gebied kan niet in handen worden gegeven aan iemand die geen jood is. Het gevolg is dat eenvijfde van de Israëlische staatsburgers die Palestijn zijn 93 procent van het land niet kunnen gebruiken. Wij mogen het land niet gebruiken en zelfs niet op leasebasis, zoals de joodse Israëli´s wel mogen. Daarnaast zijn er vele andere wetten die ons discrimineren. Het belangrijkste doel ervan is het scheppen van structuur die het joodse karakter van de staat garandeert. Daarom wordt de toename van het aantal Palestijnse Israëli´s afgeschilderd als een demografische bedreiging van de staat. Israël is een democratische staat voor de joden, niet voor de Palestijnen. Wij zijn tweederangs burgers. Wij worden op elk gebied gediscrimineerd, woningbouw, onderwijs, gezondheidszorg, noem maar op. Weliswaar zijn er steeds meer mensen die onze rechten verwoorden en die via onderzoek de discriminatie aantonen, maar tegelijk vermindert de afgelopen tien jaar onze politieke macht. Onze Palestijnse parlementsleden worden steeds meer gemarginaliseerd en over het hele politieke spectrum van onze joodse landgenoten zien we een verrechtsing. Wat de Palestijnse gemeenschap in Israël bijzonder heeft geschokt, was het bewust doodschieten in oktober 2000 van 13 jonge Palestijnen in Noord Israël. Zij namen deel aan demonstraties om hun steun te betuigen met de Palestijnen in de bezette gebieden die net de tweede intifada waren begonnen. Ook de Palestijnen in Israël waren vogelvrij verklaard, want een officieel overheidsonderzoek heeft voorgesteld de betrokken politiemensen, die allen zwaar bewapend waren, niet te vervolgen. Het is voor ons een traumatische gebeurtenis geweest, het feit dat de politie en militairen ons straffeloos kunnen doden. Wij hebben het als waarschuwing opgevat om ons niet te profileren en om niet onze mond open te doen over de illegale bezetting. Dit alles leidde tot een behoefte onder de Palestijnen om opnieuw vast te stellen wat onze relatie is ten opzichte van deze staat, de staat waarvan wij officieel ingezetenen zijn. Ook voor het politieke leiderschap van de Palestijnse samenleving bestaat er een noodzaak om opnieuw te onderzoeken hoe we het best voor onze rechten kunnen opkomen. Wij hebben een toekomstvisie geschreven, waarin we een analyse van het verleden en heden hebben opgenomen en de staat oproepen onze situatie te verbeteren, op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, enzovoorts. Daarnaast dringen we bij de staat aan onze rechten als nationale minderheid te erkennen en niet langer meer te spreken over alleen maar onze individuele rechten, maar ook over onze collectieve rechten als minderheid. De Israëlische staat moet daarbij het recht op terugkeer erkennen van alle verdreven Palestijnen die in Israël zelf leven. Wij eisen op een democratische wijze democratische rechten van de staat Israël, die zich weliswaar definieert als een ´joodse staat´, maar ook als een ´democratische staat´. Het eeuwige argument dat het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen een demografische onevenwichtigheid veroorzaakt omdat er dan miljoenen Palestijnen bijkomen, gaat hier niet op, vanwege de simpele reden dat het hier om een groep Palestijnen gaat die al het Israëlische staatsburgerschap bezit. Als ze het recht krijgen om naar hun eigen voormalige woonplaats terug te keren dan zal dat de demografische balans niet verstoren, het meeste land is niet bewoond. We stellen bovendien dat wij Palestijnse Israëli’s het recht hebben door te gaan met onze eigen culturele en spirituele ontwikkeling, net als de joden dat recht hebben, en we zien Israël als een vaderland en een democratische staat voor zowel joodse als Palestijnse ingezetenen. Toen we dat publiceerden veroorzaakte vooral dat laatste meteen een enorme ophef, aangezien we hier in feite zeggen dat deze staat niet door kan blijven gaan als een exclusief joodse staat. Een staat moet een vaderland zijn voor zijn burgers, voor zijn ingezetenen, voor beide volkeren dus, joden én Palestijnen. Een democratische staat kan natuurlijk nooit mensen tweederangs burgers maken. Het is onacceptabel dat voor Israël een joodse Amerikaan of een joodse Nederlander meer rechten bezit dan ik als belastingbetalende staatsburger van dit land, zoals nu het geval is. Waar we het over hebben in dat rapport is over autonomie op het gebied van cultuur, religie en educatie, zodat wij in staat zijn om op die gebieden onze zaken te regelen. Nu ligt de verantwoordelijkheid voor het Arabisch onderwijs doorgaans bij joodse ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs. En wij hebben niets te zeggen over wat onze kinderen op school wordt geleerd.

Dit document werd geschreven voor allereerst de Palestijnse Israëli’s. Wij stellen dat we voor een tweestaten oplossing zijn en voor een rechtvaardige oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem, zonder dat we in details treden. Vanuit het standpunt van de politieke werkelijkheid zeg ik dat het realistischer is om te pleiten voor een tweestaten oplossing met alle daarbij behorende moeilijkheden dan het streven naar één staat. Een van de grote illusies van de Oslo Akkoorden was dat het ook de positie van de Palestijnse Israëli’s bespreekbaar zou maken. Maar zelfs vandaag de dag zegt niemand ook maar iets over ons. De Palestijnse gemeenschap in Israël beseft nu dan ook dat wij actiever voor onze eigen belangen moeten opkomen, dat we op onszelf moeten vertrouwen, want tot onze spijt wil zowel de PLO als de Israëlische regering zich niet buigen over onze positie. Het heeft ons heel lang gekost om onze positie te bepalen. Na de Nakba in 1948 waren we hier verpletterd en tot 1965 leefden wij onder militair bestuur. Geen enkele organisatie was toegestaan, er bestond geen vrijheid van meningsuiting, we mochten zelfs niet van de ene plaats naar de andere reizen zonder toestemming vooraf van de militaire gouverneur. Toen kwam de trauma van de junioorlog in ’67 en pas daarna slaagden we erin onze gemeenschap stap voor stap weer op te bouwen. Het heeft zeker een generatie gekost om onze problemen te verwoorden en aan te pakken. Pas sinds betrekkelijk kort leren we te lobbyen en onze zaak duidelijk te bepleiten. Wie de illusie heeft dat Israël een democratisch land is zou eens met Palestijnse Israëli’s moeten praten en dan zou men beseffen hoe de werkelijkheid is.’

1 | 2