Home
Interviews
Over de auteur
Bestellen


D E _ O N E I N D I G E _ O O R L O G
d o o r _ S t a n _ v a n _ H o u c k e


De mensen die achterbleven waren doorgaans arm, veelal boeren die voor hun levensonderhoud volledig afhankelijk waren van de grond. Door het confisqueren van het land beheerste de staat hun hele leven. Op die wijze veranderde IsraŽl niet alleen het financiŽle en economische stelsel, maar vooral ook het eeuwenoude culturele patroon van de agrarische gemeenschap. De Palestijnse samenleving raakte getraumatiseerd, bezat geen politiek leiderschap meer, en er waren nauwelijks intellectuelen achtergebleven die stem konden geven aan hun lijden. Hun hele bestaan werd door militairen bepaald en ze waren volstrekt weerloos daartegen. Zelfs als hun land nog niet in beslag was genomen dan nog hadden ze een vergunning nodig om het te kunnen bewerken. De gevolgen van dit vernietigingssysteem zien we nog steeds terug in het dagelijkse leven. Om een voorbeeld te geven: het werkloosheidscijfer in de Palestijnse dorpen in IsraŽl is gewoonlijk drie tot vier keer hoger dan het landelijk gemiddelde van rond de 10 procent. Het is het directe resultaat van de in beslagname van land, waardoor de boeren alleen nog maar als ongeschoolde werknemers in de joodse industriŽle centra aan de slag konden. Zodra er een economische recessie is dan zijn zij de eersten die hun werk verliezen. Een ander belangrijk punt is dat de staat van beleg de mentaliteit onder de joods IsraŽliís schiep dat discrimineren van niet-joden legaal was. Immers, Arabieren moesten overal een vergunning voor hebben en joden niet. Discriminatie is voor hen een geaccepteerd onderdeel van het bestaan en zo is er een cultuur van racisme ontstaan die de joodse samenleving in IsraŽl nu doordrenkt. Het beÔnvloedt nog steeds ons hele leven, meer dan 40 jaar nadat het militaire regime waaronder wij leefden werd opgeheven. Dat racisme wordt versterkt door de koloniale wetgeving die IsraŽl klakkeloos overnam van het Ottomaanse tijdperk en de periode van het Britse Mandaat om zo de bewoners van Palestina met geweld eronder te kunnen houden. Al die regels werden een integraal onderdeel van de staat van beleg. En ook alle wetten die de Britten gebruikten om land in beslag te nemen werden ogenblikkelijk door de zionisten overgenomen. Daarnaast werd de hele koloniale wetgeving die fundamentele vrijheden beperkten na 1948 op de Palestijnen toegepast. Sommige van die regels worden nog steeds gebruikt, zoals de zogeheten administratieve detentie, het zonder aanklacht onbeperkt gevangen houden van mensen. En hoewel wij Palestijnse IsraŽliís sinds 1966 onder het civiele recht vallen is er geen sprake van gelijkheid voor de wet, wij hebben nog steeds niet dezelfde rechten als de joods-Israeliís en worden niet als volwaardige burgers behandeld. Allereerst bestaat er legale discriminatie, dat wil zeggen: discriminatie die in de wet ligt besloten. Joden bezitten speciale privileges, zoals het recht op terugkeer. Een jood waar dan ook ter wereld heeft in IsraŽl rechten, zelfs als hij of zij geen ingezetene is. In sommige gevallen heeft een jood zelfs rechten waarop Palestijnse IsraŽliís geen recht hebben. Daarnaast worden zionistische organisaties door de staat gesubsidieerd voor projecten die alleen ten goede komen aan joden en dus niet aan alle IsraŽlische burgers. Ik geef u een praktisch voorbeeld. Wanneer IsraŽl land van Palestijnen confisqueert dan zou dat gebied dus eigendom moeten worden van alle ingezetenen van de staat. Welnu, 17 procent van het Israelische territorium is door de staat aan het Joods Nationaal Fonds (JNF) gegeven. Het Joods Nationaal Fonds is statutair verplicht om in dienst te staan van louter en alleen joden. Met andere woorden: het JNF is statutair en dus wettelijk verplicht om te discrimineren, het mag niet in dienst staan van niet-joden. Welnu, wij hebben geen problemen met joodse organisaties, maar wel met joodse organisaties die feitelijk met staatsbezit discrimineren tegen niet-joodse IsraŽlische burgers. Dat land zou ten goede moeten komen aan alle ingezetenen en niet alleen aan de joodse. Die 17 procent is dus niet langer meer eigendom van de staat, maar joods bezit geworden. Als er op dat land woningen worden gebouwd dan is het ons niet-joden bij wet verboden om die huizen te kopen. Met andere woorden: wij mogen niet op 17 procent van ons eigen land wonen. En dat percentage blijft stijgen. In bepaalde wijken van bijvoorbeeld Tel Aviv mogen Palestijnen niet wonen omdat het joods bezit is. Stelt u voor dat er in Nederland een organisatie actief is die land bezit waarop joden niet mogen wonen, dan zou de hele wereld er terecht schande van spreken. Maar hier in IsraŽl is deze vorm van racisme wettelijk geregeld en niemand protesteert daartegen. Een joodse inwoner van Amsterdam of New York heeft het recht om hier overal een woning te kopen. Een Palestijnse inwoner van IsraŽl niet. Sterker nog: de niet-joodse ingezetenen van de staat IsraŽl kunnen geen gebruik maken van rechten die joodse ingezetenen van landen als bijvoorbeeld Nederland en de Verenigde Staten wel hebben, niet alleen in hun eigen landen, maar ook in IsraŽl. Ook dit toont aan dat het joodse karakter van de staat discriminerend is tegenover 1 op de 5 inwoners van IsraŽl.

Naast de legale discriminatie is er een andere manier, een - zo u wilt - slimmere manier, en dat is de verborgen discriminatie die andere criteria gebruikt dan die van etniciteit of religie. Zo wordt de militaire dienstplicht gebruikt als reden om te discrimineren. Als men in dienst is geweest dan geniet men als IsraŽli talloze voordelen. Nu moet u weten dat de overgrote meerderheid van de Arabieren in IsraŽl niet in de strijdkrachten dient en daarom geen aanspraak kan doen op dezelfde rechten als de joodse inwoners. Volgens de IsraŽlische wet moet elke ingezetene van 18 jaar in de strijdkrachten dienen. Er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen Palestijnen en IsraŽliís, ware het niet dat de minister van Defensie de bevoegdheid heeft om wie dan ook vrij te stellen van militaire dienst. In 1948 werd beslist dat de Palestijnse burgers van IsraŽl niet hoefden te dienen. De redenen zijn voor de hand liggen en kunt u zelf wel verzinnen. Niemand van de joodse IsraŽliís wil de Palestijnse gemeenschap trainen en bewapenen, maar dat zeggen ze natuurlijk niet in het openbaar. Het feit dat de Palestijnen zijn vrijgesteld heeft verregaande consequenties, omdat alle andere ministeries de militaire dienst als criterium hebben genomen om aanspraak te kunnen doen op rechten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, financiŽle bijstand. Bijna alle aspecten van het publieke leven, van het openbaar vervoer tot aan iemands begrafenis, worden beÔnvloed door het al dan niet vervullen van de militaire dienst. Op die manier is er een vicieuze cirkel ontstaan waarbij de wet bepaalt dat iedereen moet dienen, het ministerie van Defensie vervolgens bepaalt dat de Palestijnen zijn vrijgesteld en tenslotte alle andere ministeries degenen die niet dienen bestraffen. Zodoende bestaat er geen gelijkheid voor de wet, terwijl degenen die worden gedupeerd geen invloed hebben gehad op het besluitvormingsproces. Natuurlijk kun je dienst nemen en er zijn ook Arabische minderheidsgroepen die als het ware vrijwillig in militaire dienst gaan. Meestal zijn het Druzen, die tot een aparte categorie zijn gemaakt. Voor IsraŽl zijn de Druzen geen religie, maar een volk. Israel is de enige plaats ter wereld waar ze als een volk worden gezien, een ander volk dan de Arabieren. In hun paspoort staat ook Druus en niet Arabier, zoals in het geval van de Palestijnen. Op deze manier, via het aloude verdeel en heers, probeert men de Palestijnse gemeenschap in IsraŽl te fragmenteren. Hetzelfde proberen ze nu te doen met christelijke Palestijnen door ter stellen dat zij dichter bij de westerse cultuur staan dan de moslims. IsraŽl probeert de nationale identiteit van de Palestijnse minderheid te vernietigen. De Druzen bijvoorbeeld hebben een speciaal onderwijsprogramma. Zo leren ze de Druzen dat er als het ware een soort bloedband bestaat tussen joden en Druzen. Men tracht de interne eenheid te versplinteren door de Palestijnen aan te spreken niet als Arabieren, maar als Druzen, christenen, bedoeÔenen enzovoorts. Hoe dan ook, een bijzonder klein deel van hen gaat in militaire dienst, zoín 2 tot 3 procent, maar de meesten van ons voelen zich er niet op hun plaats. Hoe kunnen we een staat verdedigen die ons als volk niet erkent, ons discrimineert en als derde rangs burgers behandelt? Het racisme hier is zo diep verankerd dat men het ook terugvindt in het taalgebruik. De plaatsen in de Negev waar ze nu alle bedoeÔenen naartoe verdrijven heetten letterlijk Ďconcentraties van bedoeÔenení zonder dat ook maar iemand met zijn ogen knippert. In het Engels vertaalt klinkt deze betiteling gruwelijk omdat het naar concentratiekampen verwijst, maar in het Hebreeuws wordt deze omschrijving totaal niet als beladen beschouwd. In IsraŽl is het racisme namelijk zo ingeburgerd dat het totaal niet als abnormaal wordt gezien.

1 | 2 | 3 | 4 | 5